FAQ

Aanmelddatum 1 april en plicht tot gegevensuitwisseling

1. Geldt de 1 april-aanmelddatum ook voor leerlingen die naar de entree-opleiding willen?

Ja, deze aanmelddatum geldt ook voor leerlingen die naar de entree-opleiding willen. Het toelatingsrecht is hier echter niet van toepassing, aangezien toegang tot de entree-opleiding drempelloos is. Hoewel het toelatingsrecht niet van toepassing is, is vroegtijdig aanmelden voor een entree-opleiding wenselijk omdat de student dan vroeg in beeld is bij de school en recht heeft op een studiekeuzeadvies.

2. Hoe pakt de aanmelddatum uit voor leerlingen die zakken voor hun vmbo-diploma en dan – na 1 april – besluiten zich alsnog aan te melden voor een entree-opleiding?

Leerlingen die zich vroegtijdig hebben aangemeld, kunnen na aanmelding nog van opleiding binnen de school switchen. Mochten leerlingen na vroegtijdige aanmelding zakken voor hun vmbo-diploma, dan kunnen zij hun aanmelding switchen naar aanmelding voor een entree-opleiding. Daarmee behouden zij hun toelatingsrecht.

3. Bij hoeveel mbo-opleidingen mag een leerling zich aanmelden?

Op dit moment is er geen maximum aantal opleidingen vastgesteld waarvoor een leerling zich kan aanmelden. Een leerling kan zich bij meerdere scholen voor meerdere opleidingen aanmelden. Scholen mogen geen eigen maximum aantal aanmeldingen hanteren.

Overigens: De wet kent wel een bepaling waarmee door de minister een maximum aantal aanmeldingen vastgesteld kan worden. Na overleg met de MBO Raad is vooralsnog besloten van die bepaling geen gebruik te maken.

4. Heeft de student, die zich bij meerdere opleidingen aanmeldt, een meldplicht aan de school om (voor een bepaalde datum) zijn definitieve keuze te melden?

Nee, de wet bevat hiertoe geen meldplicht voor de student. De school kan de student wel vragen om terugkoppeling, maar mag er geen nadelige consequenties aan verbinden als die terugkoppeling niet of laat komt.

5. Als studenten zich uiterlijk op 1 april hebben aangemeld, mogen zij daarna nog switchen van opleidingskeuze?

Ja, een student mag switchen. Een student die zich uiterlijk op 1 april voor bijvoorbeeld drie opleidingen heeft aangemeld, daarna van gedachten verandert en alsnog voor een heel andere opleiding bij die school kiest, behoudt zijn toelatingsrecht.
Het switchen kan echter wel gevolgen voor deze student hebben, bijvoorbeeld wanneer deze daardoor niet meer kan deelnemen aan de verplicht gestelde intakeactiviteiten die dan al voor die andere opleiding hebben plaatsgevonden. Bij niet-deelname aan de verplichte intakeactiviteiten verliest de student zijn toelatingsrecht. De opleiding mág de student uiteraard wel toelaten.

Ook het switchen naar een opleiding met een numerus fixus kan gevolgen hebben voor de student, omdat studenten die zich voor 1 april bij de desbetreffende opleiding hebben aangemeld, voorrang krijgen bij de toedeling van de beschikbare plaatsen en de ‘switcher’ het risico loopt dat de opleiding dan al vol zit. Scholen moeten op uiterlijk 1 februari voorafgaand aan het studiejaar communiceren over de (data van de) verplichte intakeactiviteiten en over welke opleidingen beperkte opleidingsplekken hebben, zodat studenten weten waar ze aan toe zijn.

6. Hoe verhoudt de aanmelddatum van 1 april zich tot opleidingen die per 1 februari starten?

De aanmelddatum van 1 april geldt voor alle opleidingen die aan het begin van het schooljaar starten. Voor opleidingen die op een andere datum starten, bijvoorbeeld per 1 februari, geldt geen wettelijke aanmelddatum. Een late aanmelding voor de februari-instroom kan geen reden zijn om de student te weigeren als deze wel zijn vooropleiding heeft behaald en deelneemt aan de voor dat instroommoment verplichte intakeactiviteiten van de opleiding.

7. Komt er een regionaal of een landelijk ICT-systeem om de aanmeldgegevens van potentiële mbo’ers mee uit te wisselen?

Gedacht wordt aan een landelijk dekkende ICT-voorziening. Eén van de opties die daartoe nu wordt onderzocht, is het bouwen van een ICT-voorziening bovenop de bestaande centrale registratiesystemen in het vo, mbo en bij gemeenten. Via koppelvlakken zou dan uitwisseling van aanmeldgegevens tussen de bestaande systemen mogelijk moeten worden gemaakt.

Het onderdeel van de wet dat gaat over de gegevensuitwisseling treedt pas in werking op het moment dat de ICT-voorziening daartoe operationeel is. Het streven is momenteel dat dat begin 2019 is, met het oog op de aanmeldingen voor het schooljaar 2019/2020.

8. Betreft de gegevenslevering door de vo-school alleen NAW-gegevens of is de vo-school ook verplicht om andere gegevens aan te leveren?

De wet bepaalt dat de vo-school in ieder geval het persoonsgebonden nummer van de leerling levert. Daarnaast wordt in een ministeriële regeling gespecificeerd dat het BRIN-nummer van de vo-school en de woongemeente van de student worden aangeleverd.
De wet geeft geen grondslag om bij de aanmelding bijvoorbeeld loopbaandossiers, doorstroomdossiers of andere persoonlijke gegevens van de leerling uit te wisselen tussen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en gemeenten. Deze documenten zijn niet noodzakelijk om de leerling tijdens de overstap in de gaten te kunnen houden. Ten behoeve van de inschrijving is het uitwisselen van gegevens onder bepaalde voorwaarden wel toegestaan.

Recht op een studiekeuzeadvies

9. Zijn scholen verplicht om aan iedere student een studiekeuzeadvies te geven?

Nee, daartoe zijn scholen niet verplicht. Indien een student zich op tijd aanmeldt, heeft hij recht op een studiekeuzeadvies voor de opleiding(en) waarvoor hij zich heeft aangemeld. Met dit recht kan hij om een studiekeuzeadvies vragen en alleen dan is de opleiding verplicht dit advies te geven. Als een student bij meerdere opleidingen om een studiekeuzeadvies vraagt, kan de school de studiekeuzeadviezen combineren.

10. Wat is het idee achter een studiekeuzeadvies?

Het studiekeuzeadvies is een final check voor de student of de opleiding bij hem past. Het is niet bindend, en ondersteunt de student bij het maken van een keuze voor een opleiding.

LOB is opgenomen in de kern van de nieuwe beroepsgerichte examenprogramma’s voor het vmbo. Leerlingen zijn daarmee minimaal in de laatste twee jaar van het vmbo al bewust bezig met (onder meer) de keuze voor de vervolgopleiding. De mbo-school kan in het studiekeuzeadvies de student hierop aanvullende informatie over de opleiding geven, bijvoorbeeld over vakken en mogelijke stageplekken. Deze informatie stelt de student in de gelegenheid zijn definitieve studiekeuze te maken. De student hoeft het studiekeuzeadvies niet te volgen en de opleiding kan de student niet weigeren op basis van dit advies.

11. Behoudt de student zijn toelatingsrecht bij een ‘negatief studiekeuzeadvies’?

Er bestaat geen ‘negatief studiekeuzeadvies’. Een studiekeuzeadvies is, zoals hierboven beschreven, een hulpmiddel voor de student bij het bepalen van zijn keuze en is niet-bindend. Het is aan de student om zijn definitieve studiekeuze te maken. Ook als de school adviseert dat deze opleiding minder goed bij de student zou passen, behoudt de student zijn toelatingsrecht tot de opleiding.

12. Kan de school een student ongevraagd een studiekeuzeadvies geven?

Het recht op een studiekeuzeadvies ligt bij de student die zich vroegtijdig heeft aangemeld. Als deze student vraagt om het advies, dan moet de school dit geven. Los daarvan kan de school , op grond van de verplichte intakeactiviteiten, zelf een niet-bindend studiekeuzeadvies aan een student uitbrengen. De student hoeft het studiekeuzeadvies niet te volgen en de opleiding kan de student niet weigeren op basis van dit advies.

Toelatingsrecht

13. Is een school verplicht om informatie te geven over de wijze waarop zij met leerlingen omgaan die zich na 1 april aanmelden?

Ja, scholen moeten in hun toelatingsbeleid aangeven hoe zij omgaan met deze groep.

14. Kan er bij de toelating tot een opleiding ook sprake zijn van een combinatie van ‘aanvullende eisen’ en numerus fixus?

Ja, dat kan. De combinatie van aanvullende eisen en numerus fixus mag er echter niet toe leiden dat er alsnog een kwalitatieve selectie plaatsvindt ten behoeve van het aantal beschikbare plekken.

Een voorbeeld: Een sportopleiding die aanvullende fysieke eisen aan de student mag stellen, heeft 50 plekken beschikbaar. De aanvullende eis is bijvoorbeeld dat de studenten 3 kilometer in de coopertest van 12 minuten kunnen rennen. Er zijn 70 studenten die deze eis halen. Uit die groep van 70 studenten kunnen 50 studenten niet-kwalitatief worden geselecteerd, te denken valt aan loting of volgorde van aanmelding. Er mag daarbij niet worden gekeken naar vaardigheden c.q. snelheid van de 70 studenten.

15. Kunnen pro-leerlingen, die in sommige gevallen van hun school een negatief advies krijgen om naar de entree-opleiding te gaan, worden geweigerd door de mbo-school?

Nee, een pro-leerling kan niet worden geweigerd door een entree-opleiding, aangezien de toegang tot entree-opleidingen drempelloos is. Een (niet-bindend) negatief schooladvies van de pro-school heeft geen consequenties voor toelating tot de entree-opleiding; de keuze om te starten aan een entree-opleiding blijft altijd de keuze van de leerling.

16. Heeft een vmbo-leerling met een diploma van de kaderberoepsgerichte leerweg toelatingsrecht tot een mbo 4-opleiding als hij zich tijdig aanmeldt?

Ja, een leerling met een vmbo-kaderdiploma is op basis van de wettelijke vooropleidingseisen toelaatbaar tot een mbo 4-opleiding. Als deze leerling zich tijdig heeft aangemeld en deelneemt aan de verplichte intakeactiviteiten, heeft hij toelatingsrecht tot die opleidingen waarvoor hij zich heeft aangemeld.

Het bindend studieadvies (BSA)

17. Als een student het eerste jaar van de opleiding moet doubleren, kan dan in dat ‘tweede’ eerste jaar een negatief bindend studieadvies worden gegeven?

Nee, dat mag niet. Een (positief of negatief) bindend studieadvies moet en mag alleen in het eerste studiejaar van de student worden gegeven.

18. Mag een school bij de besluitvorming rondom een bindend studieadvies rekening houden met de beroepshouding van de student?

Ja, dat mag, onder strikte voorwaarden. De studievoortgang van de student is leidend in de besluitvorming over een BSA; de beroepshouding van de student kán van invloed zijn op de studievoortgang en daarmee een grond zijn om de student een negatief BSA te geven.

19. Hoe moet de besluitvorming rond het negatief BSA verlopen?

Het besluitvormingsproces in aanloop naar een mogelijk negatief BSA moet zorgvuldig worden doorlopen; het liefst met betrokkenheid van heel het onderwijsteam rondom de student. Een negatief bindend studieadvies moet altijd worden vooraf gegaan door een schriftelijke waarschuwing inclusief een redelijke verbetertermijn voor de student (naar genoegen van het bevoegd gezag). Om de zorgvuldigheid rondom het BSA te waarborgen, is voorgeschreven dat het bevoegd gezag nadere regels vaststelt die in elk geval betrekking hebben op de te behalen studieresultaten en de voorzieningen die het bevoegd gezag heeft getroffen ter waarborging van de mogelijkheden voor een goede voortgang van de opleiding. Deze regels worden opgenomen in het deelnemersstatuut dat voor instemming wordt voorgelegd aan de deelnemersraad.

De mbo-school is na een negatief BSA verplicht om de student te begeleiden naar een andere opleiding, rekening houdend met diens voorkeuren. Daarnaast is de school ook zelf verplicht om een opleiding aan te bieden waarvoor inschrijving mogelijk is (dit laatste geldt niet voor AOC’s en vakinstellingen).

20. Bij meerjarige opleidingen moet het BSA na negen maanden en voor het eind van het eerste studiejaar worden gegeven. Aanmelden voor een andere studie moet voor 1 april. Wat betekent dit voor de student?

De aanmelddatum geldt niet voor studenten die zich opnieuw aanmelden omdat hun eerdere inschrijving is beëindigd ten gevolge van een negatief BSA. Dit is geregeld in artikel 8.0.1, lid 3a. Een student waarop dit artikel van toepassing is, kan niet worden geweigerd tot de opleiding omdat hij zich na 1 april heeft aangemeld.

Ministeriële regeling aanvullende eisen en actualisatie doorstroomregeling

21. Wanneer wordt de lijst met opleidingen die aanvullende eisen mogen stellen, bekend gemaakt?

De planning is om de ministeriële regeling in het najaar van 2017 officieel te publiceren. Tussen vaststelling door de Minister van OCW van de lijst met opleidingen en officiële publicatie van de ministeriële regeling zit een bepaalde termijn vanwege de stappen die voor het publiceren van een regeling vereist zijn. Omdat veel scholen nu reeds bezig zijn met de toelating voor het schooljaar 2018/2019, streeft OCW naar een eerdere voorpublicatie van de concept-lijst zodat scholen daar vroegtijdig rekening mee kunnen houden en aspirant-studenten weten wat ze kunnen verwachten.

22. Wanneer wordt de geactualiseerde Doorstroomregeling bekendgemaakt?

Omdat de huidige tweedejaars vmbo-leerlingen nu vlak voor de vakantie reeds hun profielkeuze hebben gemaakt, die over twee jaar van belang kan zijn in verband met de doorstroom, streven wij naar publicatie uiterlijk in het voorjaar van 2018. De leerlingen die op dat moment in het tweede leerjaar van het vmbo zitten, kunnen dan bij hun profielkeuze nog met de nieuwe Doorstroomregeling rekening houden, waarna de regeling per 1 augustus 2020 van kracht wordt (met het oog op de niet-verwante instroom in het studiejaar 2020/2021).

Aanvullende vragen

23. Kunnen havisten (met of zonder diploma) voorrang krijgen bij de toelating tot opleidingen met een beperkt aantal plekken (dit omdat havisten die uitvallen of zakken zich vaak laat bij het mbo aanmelden)?

Nee, de wet bepaalt voor opleidingen met een beperkte opleidingscapaciteit in art. 8.1.1c, vijfde lid, dat studenten die zich uiterlijk op 1 april hebben aangemeld, voorrang krijgen bij de toewijzing van de beschikbare plekken. Een late aanmelder kan daarbij dus geen voorrang krijgen. Indien er binnen de groep die zich tijdig heeft aangemeld nog een selectie moet worden gemaakt omdat er teveel aanmeldingen zijn, wordt selecteren op basis van schoolniveau gezien als een kwalitatieve selectie die niet is toegestaan.
Havo-examenkandidaten die twijfelen of ze zullen slagen, kan geadviseerd worden zich – uit voorzorg- voor 1 april aan te melden bij het mbo. Mocht de leerling toch slagen, dan kan hij zijn mbo-aanmelding weer intrekken.

24. Hoe werken de aanvullende eisen bij interne doorstroom?

De wet Vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het mbo geldt ook voor studenten die intern willen doorstromen van bijvoorbeeld een niveau 2 naar een niveau 3-opleiding. Ook zij moeten zich vroegtijdig aanmelden en voldoen aan de voorwaarden voor toelatingsrecht. Dit houdt tevens in dat indien opleidingen aanvullende eisen (kunnen) stellen, deze aanvullende eisen ook gelden voor interne doorstromers; een interne doorstromer met een mbo 2-diploma mag door een opleiding niet anders op de aanvullende eisen worden beoordeeld dan een externe doorstromer met een gelijkwaardig diploma. Overigens: een opleiding is niet verplicht om een student die niet aan de voorwaarden voldoet te weigeren; maar dit geldt dan in gelijke mate voor alle studenten die zich aanmelden.

Wanneer sprake is van een combinatie van aanvullende eisen en numerus fixus, geldt het antwoord op vraag 14 (zie boven) ook voor interne doorstroom. Het is van belang daarbij op te merken dat bij numerus fixusopleidingen met meer aanmeldingen dan plekken, altijd voorrang moet worden gegeven aan personen die voor 1 april zijn aangemeld. Die groep heeft dus ook voorrang boven de interne doorstroom die later dan 1 april is aangemeld.

25. Geldt de wet Vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het mbo ook voor de derde leerweg in het mbo?

Nee. De derde leerweg in het mbo is onbekostigd onderwijs; de wet ‘Toelatingsrecht’ geldt voor bekostigde opleidingen en is daarmee niet van toepassing op de derde leerweg.

26. Hebben leerlingen uit een leerwerktraject ook toelatingsrecht tot andere scholen dan waarmee hun vmbo-school afspraken heeft gemaakt?

Jazeker, de wet geldt ook voor deze leerlingen, ongeacht bij welke school ze zich aanmelden. Indien een leerling via een leerwerktraject zijn diploma haalt, zich vroegtijdig aanmeldt en verschijnt op de verplichte intake-activiteiten, heeft deze leerling recht op toelating tot de niveau 2-opleiding waarvoor hij zich heeft aangemeld.

27. Indien een student met een zware ondersteuningsbehoefte zich aanmeldt, en de opleiding kan deze ondersteuning niet bieden, mag de opleiding deze student dan weigeren?

De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGB/hcz) bepaalt dat een handicap of chronische ziekte geen weigeringsgrond mag zijn en dat de opleiding een passende voorziening voor de student moet treffen, tenzij de ondersteuning aan en aanpassingen voor deze student een onevenredige belasting vormen voor de school. Als deze onevenredige belasting aangetoond kan worden, mag de opleiding deze student weigeren. Het is aan te bevelen dat de opleiding en student in dat geval samen zoeken naar een passend alternatief.

Algemeen

Waar vind ik het servicedocument mbo-aanpak Coronavirus COVID-19?

Het servicedocument mbo aanpak Coranavirus COVID-19 is samen met de Kamerbrief over het document te vinden onder publicaties.

Waar zijn aanvullende maatregelen te vinden voor scholen en kinderopvang?

Deze vindt u hier: aanvullende maatregelen voor scholen en kinderopvang te vinden. Specifiek voor het mbo is een servicedocument gemaakt dat nader ingaat op wat wel en niet in het mbo aan de orde is. In het mbo (en ook in het hoger onderwijs) is het mogelijk om rond examens en praktijkleren nog wel de nodige activiteiten te ondernemen: zie link.

Welke gevolgen heeft de coronacrisis voor studiefinanciering en de OV-jaarkaart?

De student kan alle maatregelen die betrekking hebben op het OV-reisproduct, studiefinanciering, het tijdelijk stopzetten van studiefinanciering en/of het reisproduct, het terugbetalen van studiefinanciering en andere maatregelen die DUO neemt in het kader van de coronacrisis, vinden op de site van DUO via: https://www.duo.nl/particulier/  

Mocht hij/zij er via de informatie op de website niet uitkomen, dan kan hij/zij voor advies op maat ook bellen met DUO: 050-5997755.  

Welke aanmelddatum geldt in het mbo voor studiejaar 2022-2023?

Het ministerie van OCW heeft besloten om vanwege de coronacrisis dit jaar de uiterste aanmeldingsdatum van 1 april voor het studiejaar 2022-2023 in het mbo met een maand uit te stellen. Aankomend studenten kunnen zich nu tot uiterlijk 1 mei 2022 aanmelden. Een latere datum geeft aankomend studenten meer tijd om zich te oriënteren en tot een goede studiekeuze te komen nu dat voornamelijk digitaal moet.

Deze 1 mei datum is de uiterste aanmelddatum waarop volgens de Wet “Vroegtijdig aanmelden voor en Toelatingsrecht tot mbo” nog recht van toelating op de opleiding van de 1e keuze en recht op studiekeuzeadvies geldt. 



Bij aanmelding voor een mbo-opleiding na deze datum geldt dit recht niet meer automatisch, dan is het aan de scholen of daar nog rekening mee kan worden gehouden.

In de praktijk blijkt overigens dat plaatsing bij opleiding van de 1e keuze in de meeste gevallen ook na 1 mei nog mogelijk is. Daar kun je echter geen rechten aan ontlenen.

Hoe worden studenten geïnformeerd over de wijzigingen in het onderwijs- en examenprogramma?

Het is belangrijk dat studenten goed en tijdig op de hoogte worden gebracht van wijzigingen in bijvoorbeeld de OER. Hoe de mbo-school dit communiceert is afhankelijk van het eigen communicatiebeleid. Een school kan bijvoorbeeld een vast aanspreekpunt of plek hebben voor studenten die vragen hebben over corona. In het servicedocument 5.0 is het belang van goede communicatie richting studenten opgenomen. 

Mogen scholen studenten weigeren die zich en niet willen laten vaccineren en niet willen laten testen, maar wel een verhoogd risico hebben omdat ze in contact zijn geweest met een positief getest persoon?

Het is op dit moment niet mogelijk iemand te verplichten zich te laten testen of te laten vaccineren voor het onderwijs. Weigert een student om zich vijf dagen na contact met een positief getest persoon te laten testen, dan zal hij/zij nog een keer vijf dagen in quarantaine moeten blijven. Afwezigheid is geoorloofd omdat de student adviezen van de rijksoverheid volgt. De school heeft een inspanningsverplichting om in dit geval vertraging te voorkomen, mogelijkerwijs door lessen of examens in te halen.  

Het verrichten van werkzaamheden

Mag van een werknemer worden verwacht dat hij onderwijs op afstand verzorgt?

De instructie om onderwijs op afstand te verzorgen valt onder de instructiebevoegdheid van de werkgever. De werknemer dient hier dan ook gevolg aan te geven.  

De werkgever heeft een wettelijke instructiebevoegdheid (art. 7:660 BW): de werkgever kan voorschriften over het werk afvaardigen die de werknemer dient na te komen ter bevordering van de goede orde in de onderneming. Bij het geven van instructies dient de werkgever de grenzen der redelijkheid in acht te nemen.

Welke verantwoordelijkheid heeft de werkgever nu voor (het inrichten van) de thuiswerkplek van werknemers?

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) schrijft formeel voor dat de werkgever verantwoordelijk is voor de (thuis)werkplek van een werknemer. De werkgever moet dus zorgen dat de thuiswerkplek zodanig is ingericht dat de werknemer goed en veilig zijn werk kan doen. In praktische zin kan de werkgever aan de werknemer vragen of hij/zij goed in staat is thuis te werken. En - mocht dat niet zo zijn - in overleg met de werknemer hierover individuele passende afspraken te maken, mede afhankelijk van het werk dat de werknemer thuis gaat verrichten. Hieruit kan bijvoorbeeld voortvloeien dat de werkgever de werknemer een computer of een bureau(stoel) ter beschikking stelt, tenzij dit redelijkerwijs niet van de werkgever kan worden verwacht.    

Daarnaast is het belangrijk om met werknemers in gesprek te blijven: informeer werknemers over wat je als werkgever van hen verwacht als zij thuis werken, welke ondersteuning zij van de werkgever kunnen verwachten en wat er wel en niet (op korte termijn) mogelijk is. Tips die de werkgever een werknemer kan geven zijn bijvoorbeeld:  

  • Behandel de dagen als gewone werkdagen. Dit houdt in: op de normale tijd opstaan, pauze houden en gedurende de werkdag bij collega’s en anderen aangeven wanneer je wel en niet bereikbaar bent.   
  • Houd contact met collega’s door te (video)bellen en maak afspraken met de leidinggevende welke werkzaamheden je wanneer verricht. 
Kan werknemers worden gevraagd in de vakantie onderwijs te geven?

De cao mbo verbiedt niet dat er gewerkt wordt tijdens vakantieperiodes voor studenten. Wel moet iedere werkgever een regeling hebben waarin is afgesproken op welke dagen en tijden werknemers kunnen worden ingezet (art. 3.2 cao mbo). Is daarin vastgelegd dat werknemers niet kunnen worden ingezet in de vakantie voor studenten, dan is instemming van de ondernemingsraad nodig om de regeling te wijzigen. Daarnaast kunnen ook schoolspecifieke afspraken over vakantieverlof (bijvoorbeeld verplichte opname van vakantieverlof in de zomerperiode en/of een collectieve sluiting van het schoolgebouw) van belang zijn. Kijk dus goed naar de afspraken die op de school gelden en ga het gesprek met elkaar aan als deze afspraken de continuïteit van het onderwijs belemmeren.  

Kan de werkgever een werknemer andere werkzaamheden laten verrichten?

De functie die is overeengekomen in de arbeidsovereenkomst en de daarbij behorende functieomschrijving vormen de basis voor de door de werknemer uit te voeren werkzaamheden. In bijzondere situaties, is het wel mogelijk om tijdelijk andere werkzaamheden aan de werknemer op te dragen. Neem hierbij altijd de redelijkheid en billijkheid in acht. De werkzaamheden moeten redelijkerwijs van de werknemer worden gevraagd: de werkgever moet zijn best doen om te zorgen dat de alternatieve werkzaamheden zo dicht mogelijk bij de overeengekomen werkzaamheden van de werknemer liggen.

Hoe zorgt de werkgever dat een werknemer tóch kan re-integreren?

Treed in overleg met de bedrijfsarts of arbodienst over de re-integratie. Er zal gekeken moeten worden hoe de re-integratie van de werknemer voortgezet kan worden in de huidige situatie. Mogelijk kan de re-integratie plaatsvinden vanuit huis, ondersteund met digitale middelen. 

UWV heeft een addendum Werkwijzer Poortwachter gepubliceerd. Daarin is uitgewerkt hoe UWV omgaat met de beoordeling van de re-integratie-inspanningen van de werkgever tijdens de coronacrisis. 

Mag van een werknemer worden verwacht dat hij werkzaamheden op de school verricht?

De werknemer is verplicht tot zover mogelijk de arbeid conform afspraak uit te voeren. Dit betekent dan ook dat van een gezonde werknemer in principe verwacht mag worden dat, wanneer de school geopend is, hij zijn werkzaamheden op school verricht. Een werknemer die niet tot de risicogroep behoort (en onder normale omstandigheden op locatie werkt) maar zich wel ernstig zorgen maakt, gaat hierover in gesprek met zijn werkgever. In dat gesprek wordt beoordeeld of en hoe tot afspraken gekomen kan worden over de precieze invulling van de werkzaamheden.  

In een richtlijn hebben sociale partners beschreven wat er van een werknemer die behoort tot medische risicogroepen, dan wel gezinsleden/huisgenoten heeft die hiertoe behoren, mag worden verwacht.  

Welke mogelijkheden heeft een werkgever wanneer een werknemer weigert zich te vaccineren of testen?

Werknemers kunnen niet verplicht worden zich te laten vaccineren of testen. Werknemers met coronagerelateerde klachten wordt conform het landelijk testbeleid dringend geadviseerd zich te laten testen. De werkgever kan werknemers waarvan ernstig vermoed wordt dat ze coronagerelateerde klachten hebben de toegang tot het gebouw verbieden in afwachting van de uitslag van de coronatest. Naast het testen bij coronagerelateerde klachten roepen mbo-scholen werknemers op om zich twee keer per week zelf te testen. 

Kan de werkgever de werknemer verplichten zijn werkzaamheden op de school te verrichten?

De werknemer is verplicht om, voor zover dat mogelijk is, arbeid conform afspraak uit te voeren. Er is geen recht om thuis te werken. De werkgever heeft de plicht om te zorgen voor een veilige werksituatie, door zich onder andere te houden aan de door het kabinet gestelde regels en het hebben van een duidelijk coronabeleid (zie ook de door de MBO Raad samen met onder andere werknemersorganisaties opgestelde Richtlijnen).  

Is de werksituatie veilig en verlangt de werkgever van de werknemer dat hij/zij aanwezig is op school, dan zal deze daar in redelijkheid gehoor aan moeten geven. Een werknemer die niet tot de risicogroep behoort (en onder normale omstandigheden veilig op locatie kan werken) maar zich ernstig zorgen maakt, gaat hierover in gesprek met zijn/haar werkgever zodat deze kan beoordelen of in redelijkheid kan worden gevraagd de werkzaamheden op school te verrichten en hoe tot afspraken gekomen kan worden over de precieze invulling van de werkzaamheden. Daarbij moet gekeken worden naar de specifieke omstandigheden. Weigert een werknemer zonder geldige reden om te komen werken, dan geldt dat als werkweigering. Van belang is de werknemer direct te informeren over de consequentie van het niet verschijnen op het werk. Voldoet de werknemer ondanks deze waarschuwing niet aan zijn/haar verplichtingen, dan kan de werkgever nadere acties ondernemen, zoals stopzetten van de loondoorbetaling.   

Loondoorbetaling

Een werknemer is ziek door het coronavirus, moet het loon worden doorbetaald?

Wanneer de werknemer ziek is door het coronavirus, gelden de normale regels voor loondoorbetaling bij ziekte. Dit betekent dat de werknemer zich ziek moet melden bij de werkgever en de gebruikelijke procedures gaan lopen. De hoogte van de loondoorbetaling bij ziekte is geregeld in art. 4 en 13 van de Ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregeling (Bijlage F van de cao mbo 2021-2022). 

Een werknemer zit in quarantaine, moet het loon worden doorbetaald?

Zit een werknemer in quarantaine en kan hij/zij dus niet op het werk komen maar is er geen sprake van ziekte, dan geldt dat de werkgever het loon moet doorbetalen. De werknemer kan immers vanwege overmacht niet op het werk komen. Dit is de werknemer niet te verwijten en valt binnen de risicosfeer van de werkgever. Gekeken kan worden naar de mogelijkheden voor deze werknemer om ook tijdens de quarantaineperiode thuis te werken.

Welke gevolgen heeft thuiswerken voor de tegemoetkoming in de reiskosten voor woon-werkverkeer?

De reiskostenvergoeding heeft als doel om de onkosten die de werknemer maakt voor het reizen naar het werk (gedeeltelijk) te compenseren. Zie hiervoor art. 7.1 en bijlage C, Regeling verplaatsingskosten in de cao mbo. De geldende fiscale regels staan toe dat de reiskostenvergoeding tot 1 januari 2022 onbelast kan worden uitgekeerd, ook als er geen of minder woon-werkverkeer plaatsvindt. Wanneer deze fiscale ruimte niet wordt verlengd, vervalt deze mogelijkheid per 1 januari 2022. Vanaf die dag kunnen de reiskosten dan alleen onbelast worden vergoed als de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Het is dus van belang dit goed te registreren.  

LIO

Mag een leraar in opleiding (LIO) thuisblijven vanwege het coronavirus?

Een LIO (= vierdejaars student van de lerarenopleiding) heeft een leerarbeidsovereenkomst met de school. Voor de LIO geldt in beginsel voor doorwerken en loondoorbetaling dezelfde regels als voor andere werknemers van de school. 

Ondernemingsraad

Wat is de rol van de Ondernemingsraad tijdens een crisis als deze?

De ondernemingsraad heeft een belangrijke rol waar het gaat om de arbeidsomstandigheden binnen een organisatie. De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) schrijft voor dat de bestuurder de OR om instemming vraagt als de arbeidsomstandigheden wijzigen (art. 27 lid 1 sub d WOR). Hieronder valt ook een regeling voor thuiswerken.

Wijzigingen examens: vorm en locatie

Is het mogelijk om online te examineren?

Ja, dit kan maar is uiteraard geheel afhankelijk van het type examen en hetgeen geëxamineerd wordt. Vaak vraagt dit een aanpassing van het exameninstrument. Bovendien is garantie nodig dat de student ‘geen hulp krijgt’ (authenticiteit). Er zijn geen specifieke landelijke richtlijnen hoe de kwaliteit wordt geborgd. Dit is de verantwoordelijkheid van de school en kan per type examen verschillen. De examencommissie moet goed kunnen verantwoorden, waarom zij een bepaalde werkwijze acceptabel vindt (betrouwbaar, valide, transparant en vooral het issue authenticiteit verantwoorden). Dit vraagt een zorgvuldige wijze van communiceren, afstemming tussen bestuur, onderwijsteams, examencommissie en indien van toepassing examenleverancier.

Kunnen examens worden afgenomen in simulatie op school in plaats van in het leerbedrijf?

Ja, dat kan als examinering op het leerbedrijf niet mogelijk is. Volg ook bij dit alternatief corona-maatregelen en bekijk op basis daarvan wat er mogelijk is. Dit vraagt een aanpassing (van de toepassing) van het exameninstrument. Stem hierover af met de examencommissie.

Wanneer een keuzedeel niet kan worden geëxamineerd, moet dat dan op het diploma worden vermeld?

Tot 1 oktober 2022 bestaat nog de ruimte om zonder een resultaat voor een of meerdere keuzedelen te diplomeren, indien de student vanwege corona vertraging heeft opgelopen. Het besluit om van deze ruimte gebruik te maken is het bevoegd gezag. Als een keuzedeel niet met een examen wordt afgesloten, is er geen resultaat om te vermelden op de cijferlijst, behorend bij het diploma. Dit wordt uiteraard ook niet op het diploma zelf vermeld, aangezien niet behaald. Het is raadzaam dit wel aan te tekenen in het diplomadossier van de student. Aangezien er geen resultaat is kan ook geen resultaat van keuzedeel worden meegenomen naar een vervolgopleiding. Dit betekent dat op basis van het behaalde diploma geen vrijstelling zal zijn gebaseerd op betreffende keuzedeel. 

Geldt de slaag-zakregeling voor keuzedelen voor studenten die vóór 1 oktober 2022 diplomeren?

Nee, voor deze groep studenten is de hoogte van het behaalde resultaat van geëxamineerde keuzedelen niet van invloed op diplomering. Het behaalde resultaat wordt wel vermeld op de resultatenlijst.

Let op: voor studenten die vanaf het studiejaar 2020-2021 zijn gestart met een opleiding, maar na 1 oktober 2022 diplomeren, telt de hoogte van het behaalde resultaat voor het keuzedeel of de keuzedelen wél mee. Keuzedelen moeten dan geëxamineerd worden. Dit is conform artikel 17 van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB zoals geldend per 1 augustus 2020. 

Bpv - stages

Mogen stagiaires in de cruciale sectoren buiten de bpv om ingezet worden als werknemer of vrijwilliger?

Ja dat mag: zie servicedocument aanpak Corona mbo. De huidige crisis zet de bestaande regelgeving, waaronder de cao, niet opzij maar kan worden overruled door overheidsrichtlijnen of –adviezen. Wordt de stagiair gevraagd als vrijwilliger te helpen in bijvoorbeeld een zorginstelling, dan dient de zorginstelling voor deze relatie aparte afspraken te met de student, bijvoorbeeld over aansprakelijkheid. De zorginstelling zorgt dat het voor de student duidelijk is dat aan deze vrijwillige werkzaamheden geen beoordeling is gekoppeld en dat het geen voortzetting betreft van eerder gevolgde onderwijsactiviteiten.

Hebben de bijzondere maatregelen consequenties voor de juridische werking van de praktijkovereenkomst?

De huidige crisis heeft geen gevolgen voor de praktijkovereenkomsten voor bol en bbl. Die blijven gewoon gelden. Wordt de bpv tijdelijk stilgelegd, dan kan de praktijkovereenkomst ongewijzigd in stand blijven. Wordt de bpv stopgezet, dan dient het leerbedrijf of de school de praktijkovereenkomst op te zeggen.

Is het bedrijf of de school tijdens de stage verantwoordelijk voor de veiligheid van de student?

Ook tijdens de coronacrises gelden de volgende regels. Het leerbedrijf is primair verantwoordelijk voor de veiligheid van de student tijdens de stage omdat een stagiair op dit punt wordt gelijkgesteld met een werknemer. De school heeft een aanvullende zorgplicht: de school begeleidt de stage en is beschikbaar bij vragen, of voor signalen van studenten, Bij misstanden dient de school de stage te beëindigen, SBB in te schakelen en een vervangende stage te zoeken. Zie hiervoor ook het servicedocument Praktijkovereenkomst van de MBO Raad.

Gelden er nu speciale regels voor bpv-vertraging?

Voor bpv-vertraging: zie het servicedocument aanpak Corona mbo. Studievertraging met betrekking tot het begeleide onderwijs moet in beginsel worden ingehaald tenzij dit op grond van overheidsrichtlijnen of studievoortgangsregeling van de school zelf anders is geregeld. Zie ook FAQ Toetsing en examinering.

Kunnen de BPV-begeleiders hun BBL- en BOL-studenten nog bezoeken in de leerbedrijven?

Ja, de reguliere begeleiding kan doorgaan zolang de regel is dat onderwijs bij de leerbedrijven kan doorgaan (zie servicedocument aanpak Corona mbo) en het leerbedrijf hier geen bezwaar tegen heeft. Het heeft wel de voorkeur om een andere vorm te kiezen voor de begeleiding, bijvoorbeeld telefonisch of via skype.

Hoe gaan we bij afstandsonderwijs om met aan- en afwezigheid van studenten?

Scholen spannen zich in om het afstandsonderwijs zo in te richten dat het meten van presentie of deelname mogelijk is. Daarbij geldt wel dat scholen niet gehouden zijn aan het onmogelijke. Het blijft ter beoordeling van de school wat geoorloofd en ongeoorloofd verzuim is. 

Hoe gaan we om met studenten die (lang) met OV moeten reizen naar stagebedrijven?

Gaat de BPV door onder de voorwaarden zoals opgenomen in het servicedocument aanpak Corona mbo, dan gelden in principe de regels van het leerbedrijf. De student heeft echter het recht om tijdelijk geen stage te volgen indien dit naar zijn/haar opvatting tot een te risicovolle situatie leidt. Als de student besluit de stage te onderbreken, informeert hij/zij de school en het leerbedrijf.

In de zorg worden de BBL-studenten tijdens de bpv juist ook op lesdagen ingezet in de praktijk. Hoe wordt er omgegaan met de BIG-registratienorm?

De BIG-urennorm is een wettelijke eis. Tenzij de overheidsrichtlijnen veranderen, moeten de gemiste uren worden ingehaald. 

Waar kunnen de student (en/of ouders) vragen en problemen over Corona in relatie tot de stage melden?

Problemen tijdens de BPV over het onderwijs kunnen worden gemeld aan de school. Problemen over de veiligheidssituatie op het leerbedrijf moeten zowel aan de begeleider vanuit school worden gemeld als aan SBB via het contactformulier. SBB onderzoekt de klacht en heeft contact met de melder voor eventueel aanvullende informatie. Daarna is er contact met het leerbedrijf en de school. SBB informeert de melder over de afhandeling van de klacht. 

Wat zijn de gevolgen voor de afronding van (praktijk)opdrachten als de student de stage afbreekt?

Voor het volgende antwoord doet het er niet toe of het afbreken van de stage het gevolg is van een keuze van de student zelf of van het sluiten van een leerbedrijf. Het is aan het onderwijsteam te beoordelen of leerdoelen en praktijkopdrachten afgerond kunnen worden, zonder dat de uren geheel gemaakt worden. Als dat niet zo is, zal de beroepspraktijkvorming (later) ingehaald moeten worden, ook als dat leidt tot een langere opleidingsduur. Als voor de student een vervangende BPV-plek nodig is, kunnen studenten, ouders of de school een melding doen bij SBB. Een adviseur van SBB kijkt dan samen met de school of er een vervangende reeds erkende stageplek in de buurt beschikbaar is.

Waar zijn vervangende stages te vinden?

Via www.stagemarkt.nl zijn stages en leerbanen bij erkende leerbedrijven te vinden. Als gevolg van de Corona is het mogelijk dat stages en leerbanen tijdelijk niet beschikbaar zijn. Kan een student geen stageplaats vinden? Geef de melding door aan SBB via deze link. Samen met de school kijkt SBB of er in de regio een stage of leerbaan beschikbaar is bij één van de erkende leerbedrijven. 

 

Hoe gaan we om met de eis dat de BPV met voldoende moet worden afgerond als de student geen stage (meer) kan lopen? Mogen voorgaande beoordelingen meetellen?

De BPV kan als voldoende worden beoordeeld wanneer de vooraf afgesproken leerdoelen zijn behaald. Die wordt aangetoond door de afgeronde leertaken en opdrachten. In deze situatie is het aan het onderwijsteam te beoordelen of leerdoelen en praktijkopdrachten afgerond kunnen worden zonder dat de uren geheel gemaakt worden. Het leerbedrijf wordt betrokken bij de beoordeling. Indien voor die beoordeling bewijsmiddelen uit een voorgaande BPV kunnen worden gebruikt dan is hier geen bezwaar tegen. 

Hoe om te gaan met keuzedelen in de BPV? Mag er een alternatieve vorm gekozen worden (bijv. werkstuk, verslag, uitgewerkte les) als het in de BPV niet kan?

Ja, in principe wel, maar keuzedelen móeten gevolgd worden. Keuzedelen verzorg je in begeleide onderwijstijdBPV of zelfstudie. Keuzedelen moeten een examenresultaat opleveren. Het is aan de school om te bepalen hoe dit resultaat vorm wordt gegeven. In het belang van de student is het ook mogelijk om een alternatieve, onderwijskundige invulling van het keuzedeel te kiezen als vormgeving via de BPV niet lukt. Ook is het mogelijk de student een ander, beter uitvoerbaar keuzedeel, aan te bieden.  

Wat moet de school doen wanneer een leerbedrijf nog niet is erkend door SBB vanwege het coronavirus?

De tijd waarin een student stageloopt bij een bedrijf dat geen leerbedrijf is kan niet worden beschouwd als BPV. Aanvragen voor uitbreiding van erkenningen van reeds bestaande leerbedrijven handelt SBB zo snel mogelijk af per telefoon of skype. Bij aanvragen voor erkenningen bezoekt de adviseur praktijkleren het leerbedrijf wel voor de beoordeling. Als een bezoek vanwege de coronamaatregelen niet mogelijk is, kan de erkenning eventueel op afstand plaatsvinden. Het leerbedrijf wordt dan op een later moment alsnog bezocht en krijgt tot die tijd extra aandacht van de adviseur praktijkleren om de kwaliteit te bewaken. Is het niet mogelijk is om een erkend leerbedrijf te vinden, dan moet worden bekeken of de student de tijd kan benutten door op andere wijze te werken aan de leerdoelen en praktijkopdrachten. Als dit niet kan of lukt zal de vertraging moeten worden ingehaald.

Welke gevolgen heeft het tijdelijk stoppen van de bpv voor de subsidieregeling praktijkleren?

Het is op dit moment nog niet helder wat de gevolgen zijn van de coronacrisis voor de subsidieregeling praktijkleren. Hierover volgt nader overleg. Meer informatie vindt u ook op www.rvo.nl 

Kan een leerbedrijf een stagiair nu verplichten om (extra) werkzaamheden te doen?

Een leerbedrijf kan een stagiair niet verplichten om extra werkzaamheden te doen die buiten de in de praktijkovereenkomst afgesproken opdrachten, leerdoelen en werktijden vallen. Een uitzondering hierop is wanneer de stagiair tevens een arbeidsovereenkomst heeft met het leerbedrijf. Dat is in de bbl gangbaar, en in de bol niet. Maar een bol-student kan een arbeidsovereenkomst hebben met het leerbedrijf. Is er een arbeidsrelatie, dan kan het bedrijf wel vragen om extra werkzaamheden te doen. Het leerbedrijf kan ook met de student afspreken dat hij/zij extra werkzaamheden verricht buiten de BPV om. Ons advies is om hier aparte afspraken over te maken. Bijvoorbeeld in een arbeidsovereenkomst of een vrijwilligersovereenkomst. Het is belangrijk dat de school de student goed informeert wat er verwacht mag worden.  

Wat te doen als een bbl-student nog geen praktijkovereenkomst (POK) heeft na 31 december? 

Een student die er door bijvoorbeeld de coronacrisis niet in slaagt om voor 31 december een leerbedrijf te vinden heeft de volgende opties:  

  • Dezelfde opleiding vervolgen in de bol-variant .  
  • Een andere opleiding kiezen die wel stagemogelijkheden biedt.  
  • Ingeschreven blijven op de eerder gekozen opleiding en wachten op het moment dat er weer leerbedrijven beschikbaar zijn. Het school-deel van het onderwijs kan, zeker in deze tijden, ook ‘gewoon’ doorgaan.   
Welke opties hebben bbl’ers zonder POK die geen formele bbl-plaats hebben weten te verwerven? 

In die situaties is wettelijk mogelijk en denkbaar dat bbl-omgevingen worden aangeboden door leerbedrijven en scholen zonder dat daar een arbeidsovereenkomst aan ten grondslag ligt. Let dan er dan wel op dat er geen fictieve arbeidsovereenkomst ontstaat. Het moet dan echt gaan om eenleeromgeving.   

SBB verricht alle inspanningen om voldoende leerbedrijven te vinden en te erkennen. Scholen denken mee en dragen partner-bedrijven of school-eigen leeromgevingen aan voor erkenning. Wordt een omgeving erkend als leerbedrijf, dan kan zowel de bol- als bbl-student hier gebruik van maken en telt het als bpv.  

Servicedocument 6.1 biedt als laatste mogelijkheid de opleiding te vervolgen zonder leerbedrijf. Maar een mbo-diploma zonder bpv is natuurlijk zeer onwenselijk. 

Wat gebeurt er met de bekostiging als een bbl-student op 31 december geen leerbedrijf heeft? 

Als de student op de bbl-opleiding blijft ingeschreven, laat de school (zoals gewoonlijk) de bekostiging op ‘JA’ staan. De student telt dan mee in de landelijke telling voor de bekostiging van de mbo-sector (macro-budget). In de uitlevering met DUO wordt geconstateerd dat de student geen (correcte) praktijkovereenkomst heeft en wordt op de bekostiging voor de betrokken school gecorrigeerd (lumpsum). Het geld uit het macro-budget wordt dan verdeeld over de overige studenten van de mbo-sector.  

Mag een leerbedrijf een vaccinatie verplichten voor stagiaires?

Tijdens de stage wordt de bol-/bbl-student als werknemer beschouwd. De Rijksoverheid stelt dat vaccinatie niet verplicht is en dat werkgevers een vaccinatie niet verplicht mogen stellen voor hun werknemers: Waarom zou ik kiezen voor vaccinatie tegen corona? En is vaccinatie verplicht? | Rijksoverheid.nl

Speelt er rondom vaccinatie een dilemma dat van invloed is op het aan de slag kunnen gaan op de stageplek, dan gaat de school hierover in gesprek met het leerbedrijf. U kunt uw adviseur praktijkleren van SBB in de regio vragen om hierbij aan te sluiten. Gezamenlijk bekijken school en leerbedrijf welke (alternatieve) stagemogelijkheden er binnen het leerbedrijf zijn en hoe deze kunnen worden vormgegeven. Waar nodig zoekt SBB in overleg met school naar een vervangende BPV-plek. Voor een internationale stage kunnen, afhankelijk van het overheidsbeleid in het betreffende land voor specifieke beroepen, andere richtlijnen gelden. Zie ook: Mag een werkgever vragen of een werknemer is gevaccineerd? | Rijksoverheid.nl

Mag een leerbedrijf een zelftest verplichten voor stagiaires bij evenementen waar een coronacheck verplicht is?

De Rijksoverheid geeft het dringende advies dat werknemers en vrijwilligers die deel uitmaken van de organisatie van een evenement en niet gevaccineerd zijn of recent hersteld zijn van corona, zich vooraf laten testen. De Rijksoverheid geeft hierover de volgende informatie:

Voor organisatoren: informatie over coronatoegangsbewijs | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl

Horeca per 25 september open met coronatoegangsbewijzen | Publicatie | Rijksoverheid.nl

Verblijf in het buitenland

Kunnen IBPV-studenten hun buitenlandstage vervolgen in Nederland?

Ja, in het onderwijs- en examenreglement is opgenomen welke leerdoelen (kerntaken en werkprocessen) een student in zijn bpv dient te halen. Kunnen deze leerdoelen tijdens de buitenlandstage niet worden afgerond, dan kan een nieuwe bpv in het binnenland worden gezocht. Het beëindigen van de bpv wordt verder afgehandeld als een reguliere beëindiging of als een tijdelijk uitstel. Zie hiervoor de reguliere afspraken in het servicedocument aanpak corona mbo.

Waar vind ik algemene informatie over reizen van en naar het buitenland?

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/veelgestel...

Mogen buitenlandse studenten uit besmette gebieden in Nederland studeren of stagelopen?   

Of een stage door kan gaan of niet is een afweging die scholen of werkgevers zelf moeten maken in samenspraak met de instanties ter plekke. Per situatie moet dat bekeken worden. De medische situatie en veiligheid ter plekke spelen hierbij een rol. Neem eventueel contact op met uw regionale GGD. Mochten studenten of stagiairs naar Nederland afreizen, dan is goede voorlichting belangrijk (zie www.rivm.nl/covid19).

Hoe om te gaan met deadlines voor Erasmus+ aanvragen?

Diverse deadlines van de programmaonderdelen van Erasmus + zijn als gevolg van de Corona crisis aangepast. Zie hiervoor ook Corona FAQ | Meestgestelde vragen en antwoorden | Erasmus+ (erasmusplus.nl) 

Internationale mobiliteit, kan dat weer?

Zie hiervoor de handreiking van het bestuur MBO Raad en de bijbehorende basistoets Internationale stage en een model verklaring Internationale BPV studiejaar 20-21.

Leerweg BOL - BBL

Welke voorziening is er om arbeidscontracten van BBL’ers tijdelijk aan te passen?

De overheid faciliteert werktijdverkorting: https://www.uwv.nl/werkgevers/tijdelijk-minder-werk/detail/werktijdverkorting. Een BBL-student heeft een arbeidsovereenkomst en dus dezelfde rechten als een reguliere werknemer. 

Kan een student nu overstappen van BBL naar BOL?

Een  BBL’er  heeft vrijwel altijd een arbeidsovereenkomst. Het gesprek over het  eventueel  aanpassen of ontbinden van de arbeidsovereenkomst is een zaak van de student en het leerbedrijf.  De school heeft daar geen rol in. Verandert de arbeidsrelatie tussen leerbedrijf en  BBL’er  (ontslag nemen of krijgen, minder gaan werken), dan  is in de vorm van maatwerk een switch van BBL naar BOL  mogelijk. Echter, een student  kan  alleen op individueel niveau  worden  overgeschreven. Voor groepen raden we een switch van BBL naar BOL af: ook de BOL kan onder druk staan.  

Advies is dat scholen o ok geen  initiatief nemen om studenten over te schrijven van  BBL  naar  BOL, met als mogelijk gevolg dat het bedrijf dan de arbeidsovereenkomst van de student aanpast of ontbindt.  

Bij een switch moet de student zich ervan bewust zijn dat hij/zij niet automatisch in aanmerking komt voor studiefinanciering. Dat is afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Omdat een  BBL’e r een arbeidsovereenkomst heeft, kan het leerbedrijf deeltijd-ww  voor de  BBL’-er aanvragen.  

Informatie over studiefinanciering:  

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/middelbaar-beroepsonderwijs/vraag-en-antwoord

Wat te doen als de student de BBL-plaats (en arbeidsovereenkomst) verliest?

Iedere school hanteert een procedure en termijn als een student gedurende zijn BBL-opleiding zijn arbeidscontract bij een leerbedrijf moet opzeggen. De inzet is het vinden van een nieuw leerbedrijf. Zolang er nog een reëel uitzicht bestaat op het vinden van een nieuwe plek is het in deze crisis zaak om hiervoor meer tijd te nemen. Bovendien wordt van de school verwacht dat zij een toereikende vervangende voorziening bevordert en beschikbaar stelt als de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is. Laat de student vooral ingeschreven staan zolang alsnog redelijk is met het oog op het zoeken naar een passend alternatief/het overbruggen van een periode waarin door coronamaatregelen de mogelijkheden voor een alternatief tijdelijk zijn opgeschort.

VSV, onderwijstijd, studieadvies

Wat als studenten noodgedwongen uit hun cohort lopen?

De maatregelen als gevolg van de crisis kunnen leiden tot studievertraging. Deze studievertraging zal later ingehaald dienen te worden. Studenten blijven gewoon bekostigd in deze inhaalperiode. In overleg met de Inspectie van het Onderwijs wordt bezien hoe wordt omgegaan met de opbrengsten, VSV en rendementen.

Hoe moeten we omgaan met onvoldoende onderwijstijd? Tellen online-uren en thuiswerkuren ook mee voor onderwijstijd?

Het kabinetsbesluit over sluiting van de locaties van de mbo-scholen betekent dat het wettelijke aanbod van onderwijstijd niet meer kan worden gehaald. Dit is overmacht. In plaats daarvan hebben scholen nu een inspanningsplicht om zoveel mogelijk onderwijs in andere vormen aan te bieden, waaronder afstandsonderwijs. Eerdere communicatie in Ruimte in Regels en op de site van de Onderwijsinspectie spreekt voor zich en verandert niet. De inspectie doet geen onderzoek naar Onderwijstijd, tenzij er aanleiding is omdat er signalen zijn. Uiteraard gaat inspectie niet alsnog handhaven in tijden van Corona.

Kunnen studenten die behoren tot de risicogroep worden vrijgesteld van fysiek onderwijs?

Studenten die behoren tot een risicogroep kunnen wel worden vrijgesteld van fysiek onderwijs. Dit is de beslissing van studenten en/of ouder(s)/verzorger(s) in overleg met de school. Studenten van wie gezinsleden tot de risicogroep behoren of die mantelzorg verlenen kunnen worden vrijgesteld van fysiek onderwijs. Dit is de beslissing van studenten en/of ouder(s)/verzorger(s) in overleg met de school.

Wat betekent vermindering van BOT (en BPV) voor de meldplicht van verzuim? Als het aantal uren sterk daalt, zal er ook minder snel sprake zijn van ongeoorloofd verzuim?

 De meldplicht voor verzuim geldt voor bot- en bpv-uren. Dit geldt dus ook voor bot-uren wanneer die op afstand/digitaal worden gegeven. Voor andere (studiebelastings-)uren waarmee invulling wordt gegeven aan de opleiding geldt de meldplicht voor verzuim (net zoals normaal) niet. Als er dus gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om minder uren bot en bpv te geven dan eerder voorzien dan zal er inderdaad minder snel sprake zijn van ongeoorloofd verzuim. De redenen voor ongeoorloofd verzuim blijven ongewijzigd. Angst om besmet te raken met corona kan dan ook geen reden zijn voor verzuim.

Wat betekent vermindering van BOT voor de eisen die de wetgever stelt en voor de bekostiging?

Is het protocol van de accountant hier voldoende op ingericht, zodat voorkomen wordt dat er bij scholen sprake zal zijn van gevolgen voor de bekostiging?

Vermindering van de bot-uren verandert niets aan de bekostiging. De bekostiging blijft dus hetzelfde, ongeacht hoe de verdeling van de 1600 studiebelastingsuren per studiejaar er uitziet. Ook op dit moment geldt al dat het aantal gegeven bot-uren geen criterium zou moeten zijn waar de accountant op controleert. Mochten er signalen zijn dat dit wel zo is, dan ontvangen we die signalen graag (viacorona@mboraad.nl)

Wat betekent een behoorlijk gedifferentieerd beeld voor het externe toezicht als het gaat om de verdeling tussen zelfstudie, BPV en BOT als gevolg van de in het servicedocument geboden ruimte in de invulling van de 1600 SBU?

De inspectie heeft aangegeven rekening te houden met de richtlijnen die in het servicedocument zijn opgenomen (zie ook het servicedocument 4.0 paragraaf 8.2). Dit betekent dus ook met de bepaling waar het gaat om de ruimte in de invulling van de 1600 sbu. Dat er sprake zal zijn van een meer gedifferentieerd beeld is daarbij geen probleem, de inspectie zal waar relevant kijken naar de kwaliteit die er binnen deze kaders wordt geleverd. Kijk voor meer informatie over het toezicht tijdens de Coronacrisis op https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/informatie-over-coronavirus-en-het-onderwijs

 

BSA

Als scholen meer tijd nodig hebben om een BSA af te geven, wat betekent dit dan voor de 8 weken zorgplicht die de school heeft?

Een BSA dient bij meerjarige opleidingen tussen de 9e en de 12e maand van het eerste jaar van de opleiding gegeven te worden. Bij 1-jarige opleidingen in de 3e of 4e maand. Er is geen mogelijkheid om BSA later te geven, dus ook niet om het uit te stellen, of een voorwaardelijke BSA  te geven. Wanneer aan een negatief BSA een ontbinding van de onderwijsovereenkomst wordt gekoppeld (wat niet verplicht is) heeft de school een zorgplicht van 8 weken om de student naar een andere opleiding te begeleiden. Pas daarna, of als er een nieuwe opleiding is gevonden, kan de onderwijsovereenkomst worden ontbonden. Formeel wordt het studieadvies daarmee pas Bindend. Deze periode van 8 weken volgt na het afgeven van een negatief BSA. Het  BSA zelf wordt  dus niet uitgesteld.

Vakantie en verlof

Moet de werkgever meewerken aan een verzoek van een werknemer om vakantieverlof in te trekken?

Indien een werknemer een verzoek doet tot het intrekken van vakantieverlof hoeft de werkgever hier niet aan mee te werken. Bij de afweging om al dan niet mee te werken aan een verzoek tot intrekking van het vakantieverlof adviseren wij de redelijkheid en billijkheid van het verzoek te betrekken. Hoe verhouden het belang van de werknemer en dat van de organisatie zich tot elkaar? De werkgever moet wel meewerken aan een verzoek tot intrekking als de werknemer ziek is en in andere daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komende gevallen. Of dat laatste het geval is hangt af van de omstandigheden van het specifieke geval. Zie voor meer specifieke informatie art. 8.1 leden 8 en 11 cao mbo.

Leren op afstand

Waar kan ik meer informatie vinden om mijn leren op afstand beter in te richten

Je kunt extra informatie vinden op mbo.lesopafstand.nl en surf.nl

Verzuim en onderwijs

Moeten scholen ongeoorloofde afwezigheid van studenten bij afstandsonderwijs ook registreren en melden richting RMC?

Vanaf studiejaar 2020-2021 dient ongeoorloofd verzuim weer op de reguliere manier te worden gemeld, voor zowel leer- en kwalificatieplichtige jongeren, als voor jongeren tussen de 18 en 23 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.

De school moet duidelijk communiceren naar de student welke onderdelen van het onderwijsprogramma op locatie en online/afstand hij/zij verplicht is om te volgen. Scholen moeten het ongeoorloofd verzuim bij verplicht online- en afstandsonderwijs melden.

BPV-uren zijn onderdeel van het verplichte onderwijsprogramma; ook daarvoor geldt dat ongeoorloofd verzuim moet worden gemeld.

Heeft een scholen zorgen over een student (hij/zij ontbreekt bijvoorbeeld bij de start van het studiejaar of volgt ondanks geboden ondersteuning het onderwijsprogramma niet en dreigt uit beeld te raken), dan kan ook bij ongeoorloofd verzuim van minder dan 16 uur in 4 weken een verzuimmelding worden gedaan (‘overig verzuim’).

Hoe weet de school of een student daadwerkelijk ziek is?

Bij twijfel is het verstandig om daarover met de verzuimende student te spreken. Als er duidelijk bewijs is dat de student ongeoorloofd heeft verzuimd, kan en mag de school hier natuurlijk op de reguliere wijze op reageren.

Wat als een student op vakantie is geweest naar een hoogrisiscogebied?

Voor terugkeer uit zeer hoogrisicogebieden geldt een quarantaineplicht. Een student is verplicht 10 dagen in thuisquarantaine te gaan. Er zijn uitzonderingen op de verplichte quarantaine. Zo hoeft een student niet in quarantaine als hij volledig gevaccineerd is. Kijk voor de actuele regels op rijksoverheid.nl. Met een coronatest op dag 5 van de quarantaine kan deze worden verkort; test de student negatief, dan stopt de quarantaine. De actuele lijst van zeer hoogrisicogebieden staat op rijksoverheid.nl.  

De school hoeft geen verzuimmelding te doen. Dit geldt voor leer- en kwalificatieplichtige studenten en studenten tussen de 18 en 23 jaar zonder startkwalificatie hoeft de school geen verzuimmelding te doen. De quarantaineplicht weegt hierbij zwaarder dan de leer- of kwalificatieplicht.   

De school hoeft ook geen verzuimmelding te doen wanneer de student terugkomt uit een land dat tijdens het verblijf is gewijzigd naar zeer hoogrisicogebied, waarna hij/zij verplicht in thuisquarantaine gaat. 

 

Mag een student met een (familielid met een) kwetsbare gezondheid thuisblijven?

De school biedt de student die vanwege deze omstandigheden niet naar school of de BPV-plek kan, zoveel als mogelijk en redelijk een maatwerkoplossing. Zolang de student dit voor hem/haar ingerichte maatwerkonderwijs daadwerkelijk volgt, is er geen sprake van ongeoorloofd verzuim.

Kan een school een student dwingen om naar school te gaan?

Leerplichtige en kwalificatieplichtige studenten hebben een aanwezigheidsplicht, op grond van artikel 4 en 4c van de Leerplichtwet. Bij deze studenten is er alleen sprake van geoorloofd verzuim als de reden valt onder één van de gronden voor geoorloofd verzuim uit artikel 11 van de Leerplichtwet.

Niet-kwalificatieplichtige studenten zijn gebonden aan wat daarover in de meeste onderwijsovereenkomsten en in het Studentenstatuut is opgenomen: schoolbezoek is verplicht. Is een studenten niet aanwezig, dan is er sprake van geoorloofd verzuim of ongeoorloofd verzuim. Bij ongeoorloofd verzuim kan de school de disciplinaire maatregelen nemen zoals opgenomen in de onderwijsovereenkomst en de eigen regelingen. Ongeoorloofd verzuim alleen mag nooit leiden tot uitschrijving.  

In het Servicedocument 5.3 mbo-aanpak coronavirus COVID-19 zijn in paragraaf 5 enkele aanvullende afspraken gemaakt over geoorloofd verzuim in de coronaperiode. Een student die wegens een kwetsbare gezondheid of de kwetsbare gezondheid van een familielid niet fysiek naar school of bpv-plek kan voor het deel van het onderwijsprogramma dat weer fysiek wordt gegeven, dient zoveel als mogelijk een maatwerkoplossing te krijgen. Zolang de student dit maatwerkonderwijs ook volgt, is er geen sprake van ongeoorloofd verzuim. Scholen zijn bij het aanbieden van maatwerk niet tot het onmogelijke gehouden. Daarnaast is in het document Document Richtlijnen mbo 7.0 over verzuim nog afgesproken dat studenten die behoren tot een risicogroep, dan wel gezinsleden hebben die tot een risicogroep behoren of mantelzorg verlenen kunnen worden vrijgesteld van fysiek onderwijs. Dit is de beslissing van studenten en/of ouder(s)/verzorger(s) in overleg met de school.  

Doorstroom mbo-hbo

Hoe kan voorkomen worden dat een mbo-student door de te verwachten studievertraging volgend studiejaar niet aan zijn hbo-opleiding kan beginnen?

De hogeschool kan deze student toch al toelaten tot haar onderwijs. Het gaat dan om de mbo-student die door deze crisis nog één of enkele kleine vakken niet heeft kunnen afronden voor 1 september dan wel in de afronding van beroepspraktijkvorming zit en dat wel voor 1-1-2021 kan doen. Na mbo-diplomering vindt dan formele inschrijving plaats; als het mbo-diploma niet voor 1-1-2021 wordt behaald, zal hij alsnog van de hbo-opleiding af moeten.    

Wat zijn de afspraken voor doorstroom van mbo naar hbo?

Studenten die door de coronacrisis een beperkt deel van de opleiding niet tijdig hebben kunnen afronden, kunnen toch tot een hbo-opleiding worden toegelaten en in september starten. De student heeft vervolgens tot 1 januari 2021 de tijd om ook het mbo-diploma af te maken. Informatie over deze afspraak is te vinden in: 

Wat moet worden opgenomen in het afrondingsadvies van de mbo-school?

In zowel het servicedocument aanpak corona voor het mbo als dat voor het hoger onderwijs is informatie opgenomen over het afrondingsadvies. Deze wijken iets van elkaar af, maar uit beide servicedocumenten blijkt dat over het afrondingsadvies het volgende is bepaald: 

  • De mbo-school stelt dit op vóór 15 augustus. 
  • Het afrondingsadvies is onderbouwd en beantwoordt de vraag of in redelijkheid verwacht mag worden dat de student voor 31 december 2020 de betreffende mbo-opleiding afrondt, gegeven de eisen die door de beoogde vervolgopleiding in de propedeuse worden gesteld.  
  • Uit het mbo-servicedocument volgt dat het wordt opgesteld door de examencommissie. 
  • Uit het ho-servicedocument volgt dat de studievertraging op het mbo het gevolg is van de coronacrisis. 
Welke waarde heeft het afrondingsadvies?

Het afrondingsadvies speelt bij de beoogde vervolgopleiding een zwaarwegende rol. Aanvullend kan de hbo-opleiding ervoor kiezen om aan de student te vragen om voorafgaand aan de start van de opleiding aan de eisen van de studiekeuzecheck bij de hbo-opleiding te voldoen. Indien het advies van de mbo-opleiding en het advies na de studiekeuzecheck niet overeenkomen zullen de mbo- en hbo-opleiding (in de meeste gevallen volgens een op regionaal niveau tussen de scholen afgesproken wijze) met elkaar in overleg treden om al dan niet toelating mogelijk te maken. 

Zijn mbo-scholen verplicht om de 'Handreiking voorwaardelijke toelating' van de VH te volgen?

Nee. De servicedocumenten aanpak corona mbo en hbo zijn leidend voor de omgang met de doorstroom mbo naar het hbo. Op 25 mei 2020 heeft de Vereniging Hogescholen een 'Handreiking voorwaardelijke toelating' VH aan haar leden verstuurd. Het is aan de mbo-school om het afrondingsadvies op te stellen op een manier die recht doet aan beide servicedocumenten. De exacte vorm en inrichting is dus aan de mbo-school. De MBO Raad raadt mbo-scholen aan wel goed contact te zoeken/houden met hbo-scholen in de omgeving.  

Welke afspraken zijn er gemaakt voor doorstroom naar de Pabo?

Specifiek voor aankomende pabo-studenten geldt dat zij, wanneer zij door het niet of maar in beperkte mate doorgaan van de toetsafname, niet kunnen voldoen aan de nadere vooropleidingseisen, voorwaardelijk kunnen worden toegelaten tot de pabo. Zij hebben de verplichting voor 1 januari 2021 alsnog aan te tonen aan de gestelde eisen en toetsen te voldoen. Over de wijze waarop zullen de hogescholen studenten nader informeren.  

Privacy

Is een werknemer verplicht aan zijn werkgever te melden dat hij het coronavirus heeft?

De werknemer is ook bij een besmetting met corona niet verplicht de aard van de ziekte te melden aan zijn/haar werkgever. Maar in deze bijzondere situatie is het verstandig dat wel te doen. Dit helpt een werkgever om ervoor zorg te dragen dat de werknemer én andere collega’s in een veilige en gezonde werkomgeving kunnen werken.

Als een werknemer in contact staat of kortgeleden heeft gestaan met een persoon die besmet is met het coronavirus, moet hij/zij dit ook meteen melden bij de werkgever. Dit is geregeld in artikel 9 van de Ziekte en arbeidsongeschiktheidsregeling van de cao mbo (bijlage F). Zie voor meer informatie over corona en privacy van de werknemer de website van de Autoriteit Persoonsgegevens en in vragen en antwoorden elders op deze site.

Werkgever en privacy

Wat mag een werkgever nu verwerken van gezondheidsgegevens?

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) bepaalt dat het digitaal of op papier documenteren (verwerken) van gezondheidsgegevens van werknemers verboden is, tenzij er sprake is van een grondslag (art. 6 AVG) of een uitzondering (art. 9 AVG). In geval van een uitzonderingssituatie moet de verwerking effectief zijn voor het te bereiken doel (proportionaliteit). Een uitzondering is dat werkgevers wél gezondheidsgegevens mogen verwerken als dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van wettelijke verplichtingen op het gebied van arbeidsrecht. Denk bijvoorbeeld aan de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. Werkgevers moeten weten of sprake is van ziekte (= een gezondheidsgegeven) om aan deze verplichting te kunnen voldoen. Ze mogen echter niet méér registreren dan dat de werknemer ziek is. De verwerking van verdere informatie over de aard van de ziekte is voorbehouden aan de bedrijfsarts.

Is het voorkómen van de verdere verspreiding van het coronavirus een uitzonderingssituatie voor het verwerken van persoonsgegevens?

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP), de Nederlandse privacy-waakhond, stelt zich op dit punt kritisch op. In reactie op vragen over het coronavirus geeft de AP aan dat door werkgevers enkel in ‘heel uitzonderlijke gevallen’ bijzondere persoonsgegevens mogen worden verwerkt. Hieruit kan worden afgeleid dat de AP vindt dat de wettelijke plicht om te zorgen voor een veilige werkomgeving niet zover strekt dat werkgevers bij een virus-uitbraak wél allerlei gezondheidsgegevens mogen verwerken. Daarnaast zijn er veelal (betere) en meer proportionele alternatieven voorhanden. Denk bijvoorbeeld aan het nemen van hygiënemaatregelen en het eerder inschakelen van de bedrijfsarts.

Wanneer mogen gezondheidsgegevens wel worden besproken of gedocumenteerd?

Op zich is het op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) niet verboden om ziekteverschijnselen mondeling te bespreken of gezondheidsgegevens te documenteren die niet herleidbaar zijn naar een specifiek persoon. Dit lijkt op het eerste gezicht ruimte te bieden om buiten de AVG om werknemers te vragen naar ziektesymptomen en misschien zelfs ‘aan de poort’ (preventief) te controleren op koorts.

Maar: ook als de AVG niet van toepassing is, geldt nog steeds dat de werknemer recht heeft op privacy en dat een werkgever niet zomaar inbreuk mag maken op dit recht. Van werkgevers wordt verwacht dat (privacy)gevoelige informatie alleen wordt verwerkt als het belang van de werkgever om dit te doen zwaarder weegt dan het algemene grondrecht van de werknemer op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer én als het nodig is (effectief is) om het beoogde doel te bereiken.

Mag een werkgever (preventief) controleren op koorts?

Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is het op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) verboden om met bijvoorbeeld koortsscanners (preventief) de temperatuur op te nemen bij werknemers. Werknemers mogen dat volgens de AP dan ook weigeren. Tip: overweeg alternatieven zoals werknemers die recent in risicogebieden zijn geweest thuis laten werken. En/of motiveer werknemers om contact te zoeken met de lokale GGD of huisarts wanneer zij symptomen ervaren die kunnen wijzen op corona.

Mag een werkgever met een werknemer spreken over diens ziektesymptomen?

Ja, dat mag. Informatie uit zo'n gesprek mag echter niet digitaal wordt vastgelegd of in bijvoorbeeld het personeelsdossier worden opgenomen. Ook kunnen werknemers niet worden verplicht om dergelijke informatie te verstrekken.

Tip: realiseer dat een gesprek over ziektesymptomen zeer (privacy)gevoelig is, probeer dit te vermijden en te beperken.

Mag een werkgever werknemers met besmettingen registreren?

Het bijhouden van een lijst met (mogelijk) geïnfecteerde werknemers is in beginsel niet toegestaan. Dit betreft het verwerken van gezondheidsgegevens waarop het verbod uit de AVG van toepassing is.

Tip: zijn werknemers besmet met het Coronavirus? Weeg dan zorgvuldig af of het bijhouden van een lijst met besmettingen noodzakelijk is om een veilige werkomgeving te waarborgen. Waarschijnlijk kan de arbodienst worden ingeschakeld om de gezondheidsgegevens te verwerken en kan de arbodienst de werkgever voorzien van de nodige, niet medische, informatie.

Mag een werkgever collega’s informeren over een besmette collega?

Ook het delen van gezondheidsinformatie van personen met anderen valt onder het verbod uit de AVG. Wel kan in algemene bewoordingen en zonder dat bekend wordt over welke persoon het gaat, worden aangegeven dat een verhoogd risico bijvoorbeeld nieuwe maatregelen noodzakelijk maakt. Maakt een werknemer zelf gezondheidsgegevens bekend of vraagt hij/zij zelf aan de werkgever informatie over zijn/haar gezondheid met collega’s te delen, dan levert dat geen strijd op met de AVG. Wél mag deze informatie (digitaal) niet worden bewaard.

Tip: houd er rekening mee dat in de communicatie over mogelijke besmettingen geen details worden vrijgegeven waaruit de identiteit van de mogelijk getroffen persoon kan worden afgeleid.

Meer informatie op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens:

Mag een mbo-school coronagevallen onder medewerkers en studenten registreren?

Het is volgens de privacyregels niet toegestaan om bijzondere persoonsgegevens, zoals gezondheidsgegevens, te registreren of te delen met anderen. De Autoriteit Persoonsgegevens maakt hierop voor onderwijsinstellingen geen uitzondering. Een school mag wel registreren dat iemand ziek is of thuis-onderwijs geeft danwel volgt, maar niet wat die persoon mankeert. Deelt de student of medewerker uit zichzelf wat hij/zij mankeert? Ook dat is geen reden om het te noteren.  

 

Tegelijkertijd is een school verplicht zich in te spannen voor een veilige leer- en werkomgeving. In de huidige coronaomstandigheden wil een school zo goed mogelijk kunnen reageren op oplopende aantallen besmettingen. Het kan daarom nodig zijn om een registratie bij te houden, waardoor spanning ontstaat tussen de plicht om te zorgen voor een veilige schoolomgeving en de plicht om te voldoen aan de privacyregels.  De MBO Raad heeft dit knelpunt (samen met de PO-Raad en de VO-raad) onder de aandacht gebracht van de AP en het ministerie van OCW. Onze insteek is dat scholen in voorkomende gevallen zelf de afweging (willen kunnen) maken om coronagevallen onder werknemers en studenten wel te registreren. Wij wachten op een reactie van beide partijen. Tot die tijd adviseert de MBO Raad de scholen op basis van de privacyregels een zorgvuldige afweging te maken. 

Thuiswerken en privacy

Waar moeten onderwijsgevenden op letten bij het geven van online lessen?

Bij onderwijs op afstand is de onderwijsgevende hoorbaar en zichtbaar in het huishouden van de student. Dit kan de leraar kwetsbaar maken omdat hij/zij niet weet wie er thuis meekijken/luisteren. Let op de volgende zaken:

  • Omgeving

Zijn er privacygevoelige zaken of teksten in beeld? Haal deze weg of kies een andere achtergrond. Kies een rustige omgeving waar anderen niet kunnen meekijken en/of luisteren en spreek met de studenten af dat zij dat ook doen. Dat is ook bevorderlijk voor de concentratie.

  • Gebruik van beelden/audio

Het is verstandig met studenten (en ouders) af te spreken dat het niet toegestaan is om opnames te maken van het onderwijs of de onderwijsgevende, laat staan deze beelden te delen op social media. U kunt lessen ook vooraf opnemen en als video delen: dat maakt het gemakkelijk om vooraf te checken of de lesstof goed overkomt en er geen ongewenste zaken in beeld zijn.

  • Gebruik accounts

Bij voorkeur loggen de studenten in via hun schoolaccount. Bij het aanmaken of gebruiken van een privé-account worden persoonsgegevens verwerkt. Vraag of dit wel veilig is en wenselijk is, aangezien de gegevens met derden worden gedeeld.

Welke alternatieven zijn als er geen gebruik wordt gemaakt van een schoolaccount?

Als er niet direct of indirect kan worden ingelogd vanuit huis met een bestaand schoolaccount, zal er een account via het mailadres van de student (of ouder) aangemaakt moeten worden. Hiervoor moet veelal het persoonlijke e-mailadres van de student (of ouder) door de school worden doorgegeven aan de uitgever of distributeur. Dit mag de school doen, maar het is wel belangrijk om de student (of ouders) hierover vooraf te informeren. Het e-mailadres wordt namelijk veelal gebruikt als gebruikersnaam of -iD voor het leermiddel. Let op, ouders mogen hiertegen bezwaar maken, dit is hun recht. In deze gevallen kan de school de ouders aanraden om hiervoor een apart mailadres aan te maken (bijv. Outlook of Gmail).

Zorg er ook voor dat u als schoolbestuur met de uitgevers en distributeurs een verwerkersovereenkomst hebt. Een goed model hiervoor is het model van het Privacy Convenant. Hierin moet ook de verwerking van het mailadres van ouders en studenten vermeld zijn

Waar moet de school op letten bij thuisgebruik van privé- en schoollaptops/-tablets?
  • Schoollaptops-tablets

Zorg ervoor dat laptops/tablets van de school beveiligd zijn met een wachtwoord. Het is de bedoeling dat uitsluitend de student op het apparaat werkt voor schoolwerkzaamheden. Maak hierover duidelijke afspraken met de studenten. Een tweede belangrijke afspraak is dat de student niet zelfstandig software downloadt of installeert. Daarmee voorkomt u dat er virussen of andere schadelijke software (malware) wordt geïnstalleerd.

Met medewerkers, studenten en/of ouders sluit u een bruikleen- of gebruikersovereenkomst af. Hierin staan ook afspraken over wie de laptop/tablet mag gebruiken en waarvoor.

Stelt u tweedehands laptops of tablets in bij gebrek aan voldoende eigen devices, zorg dan dat de apparaten opgeschoond en opnieuw zijn geïnstalleerd/ingericht met onder andere beveiligingssoftware.

  • Privé-laptops/-tablets

Gebruiken medewerkers/studenten thuis voor schoolactiviteiten als afstandsleren privé-laptops/-tablets, maak dan afspraken over het beveiligen van deze devices met een wachtwoord, het gebruik van een virusscanner en het automatisch/dagelijks bijwerken van beveiligingsupdates. Zo kan worden voorkomen dat bestanden met vertrouwelijke informatie of persoonsgegevens geïnfecteerd worden door virussen of in handen komen van derden (bijvoorbeeld hackers).

Specifiek voor medewerkers van de school: download geen persoonsgegevens op privé-laptops/-tablets, tenzij dit nodig is voor de bewerking ervan. In dat geval is het belangrijk om na het uploaden de bewerkte documenten te verwijderen. Let op: verwijder deze documenten ook uit de map ‘Downloads’.

Waar moeten scholen op letten bij thuisgebruik van digitale leermiddelen?

Uitgeverijen, leveranciers en/of distributeurs van digitale leermiddelen maken het over het algemeen mogelijk om digitale leermiddelen ook thuis te gebruiken. In veel gevallen gebruikt de school hiervoor een online leeromgeving. De student kan gebruik maken van de leermiddelen door in te loggen op de online leeromgeving van de school. Vaak wordt de student dan ook automatisch ingelogd voor het gebruik van het digitale leermiddel.

Het kan ook zijn dat studenten wordt gevraagd om rechtstreeks in te loggen om het digitale leermiddel te kunnen gebruiken. Ook dan zou bij voorkeur het schoolaccount moeten worden gebruikt.

De school mag het e-mailadres van studenten (en ouders) gebruiken om hen te informeren over het proces waarmee ze de digitale leermiddelen kunnen gebruiken.

BSN en ID's

Hoe moet een school omgaan bij een telefonische intake met de ID-plicht?

Bij (telefonische) intake mag de school vragen naar het BSN. De persoon in kwestie moet wel naar school komen om zijn/haar BSN definitief te laten controleren en vast te laten leggen in de administratie.

Hoe is het ID bij het afnemen van een examen op afstand te controleren?

Dit kan door de student bijvoorbeeld te vragen een kopie (foto) van zijn/haar ID via de app ‘KopieID’ van de Rijksoverheid ca. tien minuten voor aanvang van het examen per mail te verzenden. De app is gratis te downloaden.

Overig

Moet voor het opnemen van een examen toestemming aan de student worden gevraagd?

Nee. In dit geval is er vanuit de AVG bezien sprake van een ‘gerechtvaardigd belang van de school’ en is toestemming niet nodig. In sommige online programma’s – zoals Teams - is het geven van toestemming ingebouwd. In dat geval moet in dat programma toestemming gegeven worden door de student.

Richtlijnen verruiming onderwijsactiviteiten

Wat dient elke school precies uit te werken en af te stemmen met de veiligheidsregio?

Elke school (ongeacht omvang en aantal locaties) dient met de veiligheidsregio in bredere zin afspraken te maken over de toegang en gebruik van de schoolfaciliteiten. Met de regionale en lokale overheid stemt u af op het geheel van openbare orde, veiligheid, OV-gebruik en reisbewegingen. Voor het OV-gebruik wordt aan dezelfde tafel afgestemd met de regionale vervoerders en de regionale contactpersonen van de NS.

In de richtlijnen mbo staat dat studenten hun gezondheidsklachten moeten bespreken met de arbo-arts. Hoe zit dit?

De richtlijn is op dit punt niet actueel. Sinds 1 juni kan iedereen, dus ook studenten en medewerkers, die klachten heeft zich direct melden bij het landelijke telefoonnummer. Zie: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/testen. Het protocol wordt op dit punt geactualiseerd. 

Welke richtlijnen gelden bij praktijkonderwijs voor contactberoepen?

Bij contactberoepen/-vakken gelden de richtlijnen van het RIVM en de brancheprotocollen die gehanteerd worden bij heropening van desbetreffende branches. Zie: https://www.mijncoronaprotocol.nl

Mogen studenten in het licht van vitaal burgerschap en sociale activiteiten op school sporten en bewegen?

Mbo-scholen kunnen aanhaken op de versoepelingen die vanaf 19 mei 2021 gelden voor binnensportlocaties met maximaal 30 personen per ruimte. Zie voor de voorwaarden https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/algemene-coronaregels/aangekondigde-maatregelen/plannen-voor-sporten-binnen-en-buiten.

Geldt de onderwijsvrijstelling alleen voor schoolgebouwen of ook daarbuiten?

Een beroepsopleiding mag aan meer dan 30 personen tegelijk onderwijs geven, ongeacht of dit op de locatie van een onderwijsinstelling plaatsvindt of daarbuiten en of het om een besloten binnenruimte gaat of niet (bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0044416/2021-03-27 artikel 3.2, tweede lid, onder d). 

Student en stages

Waar vind ik tips voor het organiseren van bpv in tijden van corona?

Bpv-coördinatoren staan op dit moment voor een grote uitdaging: zij zoeken naar manieren om mbo-studenten ondanks de coronacrisis en het wegvallen van stages en leerbanen, toch voldoende beroepspraktijkvorming mee te geven. Sommige scholen hebben daar al slimme oplossingen voor bedacht. Om de bpv-coördinatoren van alle scholen op weg te helpen, hebben de MBO Raad en SBB deze oplossingen en tips verzameld en gebundeld in de handreiking Beroepspraktijkvorming in tijden van corona

Organisatie examens

Kan een mbo-student met te verwachten studievertraging in september 2022 toch aan zijn/haar hbo-opleiding beginnen?

Ja, dat kan. Voor studiejaar 2022-2023 maakt minister van OCW het wederom mogelijk dat mbo-studenten die een kleine studievertraging door corona hebben voorwaardelijk toegelaten worden tot het hbo, middels een wetswijziging gelijk aan het studiejaar 2021-2022. Een mbo-student die nog één of enkele kleine vakken niet heeft kunnen afronden voor 1 september 2022 dan wel in de afronding van beroepspraktijkvorming zit en dat wel voor 1 januari 2023 kan doen, kan door een hogeschool toch al worden toelaten tot een hbo-opleiding. Na mbo-diplomering vindt dan formele inschrijving plaats. Als de student het mbo-diploma niet voor 1 januari 2023 behaalt, zal hij/zij alsnog de hbo-opleiding moeten afbreken.    

Praktijklocaties binnen de school

Wat betekenen de overheidsrichtlijnen voor horeca en cultuur op de locatie?

Is horeca op de schoollocatie een besloten eet- en drinkgelegenheid (zoals kantines voor personeel en studenten), dan hoeft niet gewerkt te worden met coronatoegangsbewijzen. Voor horeca in de locatie (café, restaurant) die ook voor externe gasten toegankelijk is, moeten deze gasten een coronatoegangsbewijs verplicht overleggen en gelden de overige maatregelen Coronavirus en de horeca | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl 

In leerbedrijven zoals een café, restaurant of hotel gelden studenten als werknemers en hoeven zij zelf geen coronatoegangsbewijzen te tonen. Externe gasten van deze publieke gelegenheden zijn dat wel verplicht.  

Voor culturele activiteiten op een schoollocatie is geen coronatoegangsbewijs nodig zolang ze besloten zijn, dus zonder externe gasten. Is het een publieke activiteit, waarbij wel externe gasten komen, is de school verplicht om met coronatoegangsbewijzen te werken. 

Zie ook: Corona en contactberoepen | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl 

 

Welke overheidsrichtlijnen gelden voor praktijklocaties binnen de school?

Wordt er binnen de praktijklocatie op school gewerkt met gasten van buiten in een simulatieomgeving (bijvoorbeeld een kapsalon, schoonheidssalon, restaurant, bakkerswinkel), dan gelden de overheidsrichtlijnen die van toepassing zijn op die betreffende branche. 

 

Praktijklessen

Vallen de praktijklessen in het mbo onder de in de persconferentie van 18 december genoemde uitzonderingen van onderwijs dat op school mag plaatsvinden?

Ja, de praktijklessen kunnen doorgaan. De door het kabinet gebruikte term ‘praktijkonderwijs’ leidt tot verwarring omdat deze term gebruikt wordt voor het vmbo (pro) dat in samenwerking met opleidingen Entree op een mbo-school gegeven kan worden. kamerbrief-versterking-samenwerking-praktijkonderwijs-en-mbo.pdf (overheid.nl). Deze verwarring wordt versterkt doordat in de maatregelen voor het vmbo in de opsomming van uitzonderingen een duidelijk(er) verschil wordt gemaakt tussen praktijkgerichte vakken in het vmbo en praktijkonderwijs. Doordat in het onderdeel over de 1,5 meter afstand in het mbo specifiek gesproken wordt over ‘praktijklessen’ (de gangbare term in het mbo) is helder dat deze ook onder de uitzonderingen vallen. De praktijklessen kunnen op het mbo dus doorgaan onder de gebruikelijke voorwaarden. 

Op Coronavirus en middelbaar beroepsonderwijs (mbo) | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl staat over praktijklessen en praktijkonderwijs het volgende:  

1,5 meter afstand op instelling dringend advies  

De 1,5 meter afstandsregel geldt in onderwijsgebouwen als dringend advies. Tijdens sommige praktijklessen is het onmogelijk om altijd 1,5 meter afstand te houden. Bijvoorbeeld bij praktijkonderdelen van medische opleidingen, sport-, theater- of dansopleidingen. In deze gevallen hoeven aanwezigen geen 1,5 meter afstand tot elkaar te houden. Regels voor mbo-scholen | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl  

Coronavirus en voortgezet (speciaal) onderwijs  

Vanaf maandag 20 december 2021 tot en met 9 januari 2022 zijn de scholen in het voortgezet (speciaal) onderwijs dicht. Scholen en instellingen zijn niet verplicht om in die week voorafgaand aan de kerstvakantie afstandsonderwijs te verzorgen. Een uitzondering op de schoolsluiting zijn de geplande schoolexamens. Scholen mogen verder ook open zijn voor (fysiek) onderwijs aan eindexamenleerlingen, kwetsbare leerlingen en voor praktijkgerichte vakken in het vmbo, praktijkonderwijs en vso. Coronavirus en voortgezet (speciaal) onderwijs | Coronavirus COVID-19 | Rijksoverheid.nl  

   

   

Vavo

Onder welke regeling valt het vavo?

Het publieke vavo valt geheel onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het mbo en daarmee zijn vooralsnog ook de mbo-coronamaatregelen van toepassing op het vavo. Op het punt van het onderwijsprogramma en de examinering volgt het vavo de maatregelen voor het vo.