FAQ

Aanmelddatum 1 april en plicht tot gegevensuitwisseling

1. Geldt de 1 april-aanmelddatum ook voor leerlingen die naar de entree-opleiding willen?
Ja, deze aanmelddatum geldt ook voor leerlingen die naar de entree-opleiding willen. Het toelatingsrecht is hier echter niet van toepassing, aangezien toegang tot de entree-opleiding drempelloos is. Hoewel het toelatingsrecht niet van toepassing is, is vroegtijdig aanmelden voor een entree-opleiding wenselijk omdat de student dan vroeg in beeld is bij de school en recht heeft op een studiekeuzeadvies.
2. Hoe pakt de aanmelddatum uit voor leerlingen die zakken voor hun vmbo-diploma en dan – na 1 april – besluiten zich alsnog aan te melden voor een entree-opleiding?
Leerlingen die zich vroegtijdig hebben aangemeld, kunnen na aanmelding nog van opleiding binnen de school switchen. Mochten leerlingen na vroegtijdige aanmelding zakken voor hun vmbo-diploma, dan kunnen zij hun aanmelding switchen naar aanmelding voor een entree-opleiding. Daarmee behouden zij hun toelatingsrecht.
3. Bij hoeveel mbo-opleidingen mag een leerling zich aanmelden?
Op dit moment is er geen maximum aantal opleidingen vastgesteld waarvoor een leerling zich kan aanmelden. Een leerling kan zich bij meerdere scholen voor meerdere opleidingen aanmelden. Scholen mogen geen eigen maximum aantal aanmeldingen hanteren. Overigens: De wet kent wel een bepaling waarmee door de minister een maximum aantal aanmeldingen vastgesteld kan worden. Na overleg met de MBO Raad is vooralsnog besloten van die bepaling geen gebruik te maken.
4. Heeft de student, die zich bij meerdere opleidingen aanmeldt, een meldplicht aan de school om (voor een bepaalde datum) zijn definitieve keuze te melden?
Nee, de wet bevat hiertoe geen meldplicht voor de student. De school kan de student wel vragen om terugkoppeling, maar mag er geen nadelige consequenties aan verbinden als die terugkoppeling niet of laat komt.
5. Als studenten zich uiterlijk op 1 april hebben aangemeld, mogen zij daarna nog switchen van opleidingskeuze?
Ja, een student mag switchen. Een student die zich uiterlijk op 1 april voor bijvoorbeeld drie opleidingen heeft aangemeld, daarna van gedachten verandert en alsnog voor een heel andere opleiding bij die school kiest, behoudt zijn toelatingsrecht. Het switchen kan echter wel gevolgen voor deze student hebben, bijvoorbeeld wanneer deze daardoor niet meer kan deelnemen aan de verplicht gestelde intakeactiviteiten die dan al voor die andere opleiding hebben plaatsgevonden. Bij niet-deelname aan de verplichte intakeactiviteiten verliest de student zijn toelatingsrecht. De opleiding mág de student uiteraard wel toelaten. Ook het switchen naar een opleiding met een numerus fixus kan gevolgen hebben voor de student, omdat studenten die zich voor 1 april bij de desbetreffende opleiding hebben aangemeld, voorrang krijgen bij de toedeling van de beschikbare plaatsen en de ‘switcher’ het risico loopt dat de opleiding dan al vol zit. Scholen moeten op uiterlijk 1 februari voorafgaand aan het studiejaar communiceren over de (data van de) verplichte intakeactiviteiten en over welke opleidingen beperkte opleidingsplekken hebben, zodat studenten weten waar ze aan toe zijn.
6. Hoe verhoudt de aanmelddatum van 1 april zich tot opleidingen die per 1 februari starten?
De aanmelddatum van 1 april geldt voor alle opleidingen die aan het begin van het schooljaar starten. Voor opleidingen die op een andere datum starten, bijvoorbeeld per 1 februari, geldt geen wettelijke aanmelddatum. Een late aanmelding voor de februari-instroom kan geen reden zijn om de student te weigeren als deze wel zijn vooropleiding heeft behaald en deelneemt aan de voor dat instroommoment verplichte intakeactiviteiten van de opleiding.
7. Komt er een regionaal of een landelijk ICT-systeem om de aanmeldgegevens van potentiële mbo’ers mee uit te wisselen?
Gedacht wordt aan een landelijk dekkende ICT-voorziening. Eén van de opties die daartoe nu wordt onderzocht, is het bouwen van een ICT-voorziening bovenop de bestaande centrale registratiesystemen in het vo, mbo en bij gemeenten. Via koppelvlakken zou dan uitwisseling van aanmeldgegevens tussen de bestaande systemen mogelijk moeten worden gemaakt. Het onderdeel van de wet dat gaat over de gegevensuitwisseling treedt pas in werking op het moment dat de ICT-voorziening daartoe operationeel is. Het streven is momenteel dat dat begin 2019 is, met het oog op de aanmeldingen voor het schooljaar 2019/2020.
8. Betreft de gegevenslevering door de vo-school alleen NAW-gegevens of is de vo-school ook verplicht om andere gegevens aan te leveren?
De wet bepaalt dat de vo-school in ieder geval het persoonsgebonden nummer van de leerling levert. Daarnaast wordt in een ministeriële regeling gespecificeerd dat het BRIN-nummer van de vo-school en de woongemeente van de student worden aangeleverd. De wet geeft geen grondslag om bij de aanmelding bijvoorbeeld loopbaandossiers, doorstroomdossiers of andere persoonlijke gegevens van de leerling uit te wisselen tussen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en gemeenten. Deze documenten zijn niet noodzakelijk om de leerling tijdens de overstap in de gaten te kunnen houden. Ten behoeve van de inschrijving is het uitwisselen van gegevens onder bepaalde voorwaarden wel toegestaan.

Recht op een studiekeuzeadvies

9. Zijn scholen verplicht om aan iedere student een studiekeuzeadvies te geven?
Nee, daartoe zijn scholen niet verplicht. Indien een student zich op tijd aanmeldt, heeft hij recht op een studiekeuzeadvies voor de opleiding(en) waarvoor hij zich heeft aangemeld. Met dit recht kan hij om een studiekeuzeadvies vragen en alleen dan is de opleiding verplicht dit advies te geven. Als een student bij meerdere opleidingen om een studiekeuzeadvies vraagt, kan de school de studiekeuzeadviezen combineren.
10. Wat is het idee achter een studiekeuzeadvies?
Het studiekeuzeadvies is een final check voor de student of de opleiding bij hem past. Het is niet bindend, en ondersteunt de student bij het maken van een keuze voor een opleiding. LOB is opgenomen in de kern van de nieuwe beroepsgerichte examenprogramma’s voor het vmbo. Leerlingen zijn daarmee minimaal in de laatste twee jaar van het vmbo al bewust bezig met (onder meer) de keuze voor de vervolgopleiding. De mbo-school kan in het studiekeuzeadvies de student hierop aanvullende informatie over de opleiding geven, bijvoorbeeld over vakken en mogelijke stageplekken. Deze informatie stelt de student in de gelegenheid zijn definitieve studiekeuze te maken. De student hoeft het studiekeuzeadvies niet te volgen en de opleiding kan de student niet weigeren op basis van dit advies.
11. Behoudt de student zijn toelatingsrecht bij een ‘negatief studiekeuzeadvies’?
Er bestaat geen ‘negatief studiekeuzeadvies’. Een studiekeuzeadvies is, zoals hierboven beschreven, een hulpmiddel voor de student bij het bepalen van zijn keuze en is niet-bindend. Het is aan de student om zijn definitieve studiekeuze te maken. Ook als de school adviseert dat deze opleiding minder goed bij de student zou passen, behoudt de student zijn toelatingsrecht tot de opleiding.
12. Kan de school een student ongevraagd een studiekeuzeadvies geven?
Het recht op een studiekeuzeadvies ligt bij de student die zich vroegtijdig heeft aangemeld. Als deze student vraagt om het advies, dan moet de school dit geven. Los daarvan kan de school , op grond van de verplichte intakeactiviteiten, zelf een niet-bindend studiekeuzeadvies aan een student uitbrengen. De student hoeft het studiekeuzeadvies niet te volgen en de opleiding kan de student niet weigeren op basis van dit advies.

Toelatingsrecht

13. Is een school verplicht om informatie te geven over de wijze waarop zij met leerlingen omgaan die zich na 1 april aanmelden?
Ja, scholen moeten in hun toelatingsbeleid aangeven hoe zij omgaan met deze groep.
14. Kan er bij de toelating tot een opleiding ook sprake zijn van een combinatie van ‘aanvullende eisen’ en numerus fixus?
Ja, dat kan. De combinatie van aanvullende eisen en numerus fixus mag er echter niet toe leiden dat er alsnog een kwalitatieve selectie plaatsvindt ten behoeve van het aantal beschikbare plekken. Een voorbeeld: Een sportopleiding die aanvullende fysieke eisen aan de student mag stellen, heeft 50 plekken beschikbaar. De aanvullende eis is bijvoorbeeld dat de studenten 3 kilometer in de coopertest van 12 minuten kunnen rennen. Er zijn 70 studenten die deze eis halen. Uit die groep van 70 studenten kunnen 50 studenten niet-kwalitatief worden geselecteerd, te denken valt aan loting of volgorde van aanmelding. Er mag daarbij niet worden gekeken naar vaardigheden c.q. snelheid van de 70 studenten.
15. Kunnen pro-leerlingen, die in sommige gevallen van hun school een negatief advies krijgen om naar de entree-opleiding te gaan, worden geweigerd door de mbo-school?
Nee, een pro-leerling kan niet worden geweigerd door een entree-opleiding, aangezien de toegang tot entree-opleidingen drempelloos is. Een (niet-bindend) negatief schooladvies van de pro-school heeft geen consequenties voor toelating tot de entree-opleiding; de keuze om te starten aan een entree-opleiding blijft altijd de keuze van de leerling.
16. Heeft een vmbo-leerling met een diploma van de kaderberoepsgerichte leerweg toelatingsrecht tot een mbo 4-opleiding als hij zich tijdig aanmeldt?
Ja, een leerling met een vmbo-kaderdiploma is op basis van de wettelijke vooropleidingseisen toelaatbaar tot een mbo 4-opleiding. Als deze leerling zich tijdig heeft aangemeld en deelneemt aan de verplichte intakeactiviteiten, heeft hij toelatingsrecht tot die opleidingen waarvoor hij zich heeft aangemeld.

Het bindend studieadvies (BSA)

17. Als een student het eerste jaar van de opleiding moet doubleren, kan dan in dat ‘tweede’ eerste jaar een negatief bindend studieadvies worden gegeven?
Nee, dat mag niet. Een (positief of negatief) bindend studieadvies moet en mag alleen in het eerste studiejaar van de student worden gegeven.
18. Mag een school bij de besluitvorming rondom een bindend studieadvies rekening houden met de beroepshouding van de student?
Ja, dat mag, onder strikte voorwaarden. De studievoortgang van de student is leidend in de besluitvorming over een BSA; de beroepshouding van de student kán van invloed zijn op de studievoortgang en daarmee een grond zijn om de student een negatief BSA te geven.
19. Hoe moet de besluitvorming rond het negatief BSA verlopen?
Het besluitvormingsproces in aanloop naar een mogelijk negatief BSA moet zorgvuldig worden doorlopen; het liefst met betrokkenheid van heel het onderwijsteam rondom de student. Een negatief bindend studieadvies moet altijd worden vooraf gegaan door een schriftelijke waarschuwing inclusief een redelijke verbetertermijn voor de student (naar genoegen van het bevoegd gezag). Om de zorgvuldigheid rondom het BSA te waarborgen, is voorgeschreven dat het bevoegd gezag nadere regels vaststelt die in elk geval betrekking hebben op de te behalen studieresultaten en de voorzieningen die het bevoegd gezag heeft getroffen ter waarborging van de mogelijkheden voor een goede voortgang van de opleiding. Deze regels worden opgenomen in het deelnemersstatuut dat voor instemming wordt voorgelegd aan de deelnemersraad. De mbo-school is na een negatief BSA verplicht om de student te begeleiden naar een andere opleiding, rekening houdend met diens voorkeuren. Daarnaast is de school ook zelf verplicht om een opleiding aan te bieden waarvoor inschrijving mogelijk is (dit laatste geldt niet voor AOC’s en vakinstellingen).
20. Bij meerjarige opleidingen moet het BSA na negen maanden en voor het eind van het eerste studiejaar worden gegeven. Aanmelden voor een andere studie moet voor 1 april. Wat betekent dit voor de student?
De aanmelddatum geldt niet voor studenten die zich opnieuw aanmelden omdat hun eerdere inschrijving is beëindigd ten gevolge van een negatief BSA. Dit is geregeld in artikel 8.0.1, lid 3a. Een student waarop dit artikel van toepassing is, kan niet worden geweigerd tot de opleiding omdat hij zich na 1 april heeft aangemeld.

Ministeriële regeling aanvullende eisen en actualisatie doorstroomregeling

21. Wanneer wordt de lijst met opleidingen die aanvullende eisen mogen stellen, bekend gemaakt?
De planning is om de ministeriële regeling in het najaar van 2017 officieel te publiceren. Tussen vaststelling door de Minister van OCW van de lijst met opleidingen en officiële publicatie van de ministeriële regeling zit een bepaalde termijn vanwege de stappen die voor het publiceren van een regeling vereist zijn. Omdat veel scholen nu reeds bezig zijn met de toelating voor het schooljaar 2018/2019, streeft OCW naar een eerdere voorpublicatie van de concept-lijst zodat scholen daar vroegtijdig rekening mee kunnen houden en aspirant-studenten weten wat ze kunnen verwachten.
22. Wanneer wordt de geactualiseerde Doorstroomregeling bekendgemaakt?
Omdat de huidige tweedejaars vmbo-leerlingen nu vlak voor de vakantie reeds hun profielkeuze hebben gemaakt, die over twee jaar van belang kan zijn in verband met de doorstroom, streven wij naar publicatie uiterlijk in het voorjaar van 2018. De leerlingen die op dat moment in het tweede leerjaar van het vmbo zitten, kunnen dan bij hun profielkeuze nog met de nieuwe Doorstroomregeling rekening houden, waarna de regeling per 1 augustus 2020 van kracht wordt (met het oog op de niet-verwante instroom in het studiejaar 2020/2021).

Aanvullende vragen

23. Kunnen havisten (met of zonder diploma) voorrang krijgen bij de toelating tot opleidingen met een beperkt aantal plekken (dit omdat havisten die uitvallen of zakken zich vaak laat bij het mbo aanmelden)?
Nee, de wet bepaalt voor opleidingen met een beperkte opleidingscapaciteit in art. 8.1.1c, vijfde lid, dat studenten die zich uiterlijk op 1 april hebben aangemeld, voorrang krijgen bij de toewijzing van de beschikbare plekken. Een late aanmelder kan daarbij dus geen voorrang krijgen. Indien er binnen de groep die zich tijdig heeft aangemeld nog een selectie moet worden gemaakt omdat er teveel aanmeldingen zijn, wordt selecteren op basis van schoolniveau gezien als een kwalitatieve selectie die niet is toegestaan. Havo-examenkandidaten die twijfelen of ze zullen slagen, kan geadviseerd worden zich – uit voorzorg- voor 1 april aan te melden bij het mbo. Mocht de leerling toch slagen, dan kan hij zijn mbo-aanmelding weer intrekken.
24. Hoe werken de aanvullende eisen bij interne doorstroom?
De wet Vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het mbo geldt ook voor studenten die intern willen doorstromen van bijvoorbeeld een niveau 2 naar een niveau 3-opleiding. Ook zij moeten zich vroegtijdig aanmelden en voldoen aan de voorwaarden voor toelatingsrecht. Dit houdt tevens in dat indien opleidingen aanvullende eisen (kunnen) stellen, deze aanvullende eisen ook gelden voor interne doorstromers; een interne doorstromer met een mbo 2-diploma mag door een opleiding niet anders op de aanvullende eisen worden beoordeeld dan een externe doorstromer met een gelijkwaardig diploma. Overigens: een opleiding is niet verplicht om een student die niet aan de voorwaarden voldoet te weigeren; maar dit geldt dan in gelijke mate voor alle studenten die zich aanmelden. Wanneer sprake is van een combinatie van aanvullende eisen en numerus fixus, geldt het antwoord op vraag 14 (zie boven) ook voor interne doorstroom. Het is van belang daarbij op te merken dat bij numerus fixusopleidingen met meer aanmeldingen dan plekken, altijd voorrang moet worden gegeven aan personen die voor 1 april zijn aangemeld. Die groep heeft dus ook voorrang boven de interne doorstroom die later dan 1 april is aangemeld.
25. Geldt de wet Vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het mbo ook voor de derde leerweg in het mbo?
Nee. De derde leerweg in het mbo is onbekostigd onderwijs; de wet ‘Toelatingsrecht’ geldt voor bekostigde opleidingen en is daarmee niet van toepassing op de derde leerweg.
26. Hebben leerlingen uit een leerwerktraject ook toelatingsrecht tot andere scholen dan waarmee hun vmbo-school afspraken heeft gemaakt?
Jazeker, de wet geldt ook voor deze leerlingen, ongeacht bij welke school ze zich aanmelden. Indien een leerling via een leerwerktraject zijn diploma haalt, zich vroegtijdig aanmeldt en verschijnt op de verplichte intake-activiteiten, heeft deze leerling recht op toelating tot de niveau 2-opleiding waarvoor hij zich heeft aangemeld.
27. Indien een student met een zware ondersteuningsbehoefte zich aanmeldt, en de opleiding kan deze ondersteuning niet bieden, mag de opleiding deze student dan weigeren?
De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGB/hcz) bepaalt dat een handicap of chronische ziekte geen weigeringsgrond mag zijn en dat de opleiding een passende voorziening voor de student moet treffen, tenzij de ondersteuning aan en aanpassingen voor deze student een onevenredige belasting vormen voor de school. Als deze onevenredige belasting aangetoond kan worden, mag de opleiding deze student weigeren. Het is aan te bevelen dat de opleiding en student in dat geval samen zoeken naar een passend alternatief.