FAQ

Aanmelddatum 1 april en plicht tot gegevensuitwisseling

1. Geldt de 1 april-aanmelddatum ook voor leerlingen die naar de entree-opleiding willen?

Ja, deze aanmelddatum geldt ook voor leerlingen die naar de entree-opleiding willen. Het toelatingsrecht is hier echter niet van toepassing, aangezien toegang tot de entree-opleiding drempelloos is. Hoewel het toelatingsrecht niet van toepassing is, is vroegtijdig aanmelden voor een entree-opleiding wenselijk omdat de student dan vroeg in beeld is bij de school en recht heeft op een studiekeuzeadvies.

2. Hoe pakt de aanmelddatum uit voor leerlingen die zakken voor hun vmbo-diploma en dan – na 1 april – besluiten zich alsnog aan te melden voor een entree-opleiding?

Leerlingen die zich vroegtijdig hebben aangemeld, kunnen na aanmelding nog van opleiding binnen de school switchen. Mochten leerlingen na vroegtijdige aanmelding zakken voor hun vmbo-diploma, dan kunnen zij hun aanmelding switchen naar aanmelding voor een entree-opleiding. Daarmee behouden zij hun toelatingsrecht.

3. Bij hoeveel mbo-opleidingen mag een leerling zich aanmelden?

Op dit moment is er geen maximum aantal opleidingen vastgesteld waarvoor een leerling zich kan aanmelden. Een leerling kan zich bij meerdere scholen voor meerdere opleidingen aanmelden. Scholen mogen geen eigen maximum aantal aanmeldingen hanteren.

Overigens: De wet kent wel een bepaling waarmee door de minister een maximum aantal aanmeldingen vastgesteld kan worden. Na overleg met de MBO Raad is vooralsnog besloten van die bepaling geen gebruik te maken.

4. Heeft de student, die zich bij meerdere opleidingen aanmeldt, een meldplicht aan de school om (voor een bepaalde datum) zijn definitieve keuze te melden?

Nee, de wet bevat hiertoe geen meldplicht voor de student. De school kan de student wel vragen om terugkoppeling, maar mag er geen nadelige consequenties aan verbinden als die terugkoppeling niet of laat komt.

5. Als studenten zich uiterlijk op 1 april hebben aangemeld, mogen zij daarna nog switchen van opleidingskeuze?

Ja, een student mag switchen. Een student die zich uiterlijk op 1 april voor bijvoorbeeld drie opleidingen heeft aangemeld, daarna van gedachten verandert en alsnog voor een heel andere opleiding bij die school kiest, behoudt zijn toelatingsrecht.
Het switchen kan echter wel gevolgen voor deze student hebben, bijvoorbeeld wanneer deze daardoor niet meer kan deelnemen aan de verplicht gestelde intakeactiviteiten die dan al voor die andere opleiding hebben plaatsgevonden. Bij niet-deelname aan de verplichte intakeactiviteiten verliest de student zijn toelatingsrecht. De opleiding mág de student uiteraard wel toelaten.

Ook het switchen naar een opleiding met een numerus fixus kan gevolgen hebben voor de student, omdat studenten die zich voor 1 april bij de desbetreffende opleiding hebben aangemeld, voorrang krijgen bij de toedeling van de beschikbare plaatsen en de ‘switcher’ het risico loopt dat de opleiding dan al vol zit. Scholen moeten op uiterlijk 1 februari voorafgaand aan het studiejaar communiceren over de (data van de) verplichte intakeactiviteiten en over welke opleidingen beperkte opleidingsplekken hebben, zodat studenten weten waar ze aan toe zijn.

6. Hoe verhoudt de aanmelddatum van 1 april zich tot opleidingen die per 1 februari starten?

De aanmelddatum van 1 april geldt voor alle opleidingen die aan het begin van het schooljaar starten. Voor opleidingen die op een andere datum starten, bijvoorbeeld per 1 februari, geldt geen wettelijke aanmelddatum. Een late aanmelding voor de februari-instroom kan geen reden zijn om de student te weigeren als deze wel zijn vooropleiding heeft behaald en deelneemt aan de voor dat instroommoment verplichte intakeactiviteiten van de opleiding.

7. Komt er een regionaal of een landelijk ICT-systeem om de aanmeldgegevens van potentiële mbo’ers mee uit te wisselen?

Gedacht wordt aan een landelijk dekkende ICT-voorziening. Eén van de opties die daartoe nu wordt onderzocht, is het bouwen van een ICT-voorziening bovenop de bestaande centrale registratiesystemen in het vo, mbo en bij gemeenten. Via koppelvlakken zou dan uitwisseling van aanmeldgegevens tussen de bestaande systemen mogelijk moeten worden gemaakt.

Het onderdeel van de wet dat gaat over de gegevensuitwisseling treedt pas in werking op het moment dat de ICT-voorziening daartoe operationeel is. Het streven is momenteel dat dat begin 2019 is, met het oog op de aanmeldingen voor het schooljaar 2019/2020.

8. Betreft de gegevenslevering door de vo-school alleen NAW-gegevens of is de vo-school ook verplicht om andere gegevens aan te leveren?

De wet bepaalt dat de vo-school in ieder geval het persoonsgebonden nummer van de leerling levert. Daarnaast wordt in een ministeriële regeling gespecificeerd dat het BRIN-nummer van de vo-school en de woongemeente van de student worden aangeleverd.
De wet geeft geen grondslag om bij de aanmelding bijvoorbeeld loopbaandossiers, doorstroomdossiers of andere persoonlijke gegevens van de leerling uit te wisselen tussen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en gemeenten. Deze documenten zijn niet noodzakelijk om de leerling tijdens de overstap in de gaten te kunnen houden. Ten behoeve van de inschrijving is het uitwisselen van gegevens onder bepaalde voorwaarden wel toegestaan.

Recht op een studiekeuzeadvies

9. Zijn scholen verplicht om aan iedere student een studiekeuzeadvies te geven?

Nee, daartoe zijn scholen niet verplicht. Indien een student zich op tijd aanmeldt, heeft hij recht op een studiekeuzeadvies voor de opleiding(en) waarvoor hij zich heeft aangemeld. Met dit recht kan hij om een studiekeuzeadvies vragen en alleen dan is de opleiding verplicht dit advies te geven. Als een student bij meerdere opleidingen om een studiekeuzeadvies vraagt, kan de school de studiekeuzeadviezen combineren.

10. Wat is het idee achter een studiekeuzeadvies?

Het studiekeuzeadvies is een final check voor de student of de opleiding bij hem past. Het is niet bindend, en ondersteunt de student bij het maken van een keuze voor een opleiding.

LOB is opgenomen in de kern van de nieuwe beroepsgerichte examenprogramma’s voor het vmbo. Leerlingen zijn daarmee minimaal in de laatste twee jaar van het vmbo al bewust bezig met (onder meer) de keuze voor de vervolgopleiding. De mbo-school kan in het studiekeuzeadvies de student hierop aanvullende informatie over de opleiding geven, bijvoorbeeld over vakken en mogelijke stageplekken. Deze informatie stelt de student in de gelegenheid zijn definitieve studiekeuze te maken. De student hoeft het studiekeuzeadvies niet te volgen en de opleiding kan de student niet weigeren op basis van dit advies.

11. Behoudt de student zijn toelatingsrecht bij een ‘negatief studiekeuzeadvies’?

Er bestaat geen ‘negatief studiekeuzeadvies’. Een studiekeuzeadvies is, zoals hierboven beschreven, een hulpmiddel voor de student bij het bepalen van zijn keuze en is niet-bindend. Het is aan de student om zijn definitieve studiekeuze te maken. Ook als de school adviseert dat deze opleiding minder goed bij de student zou passen, behoudt de student zijn toelatingsrecht tot de opleiding.

12. Kan de school een student ongevraagd een studiekeuzeadvies geven?

Het recht op een studiekeuzeadvies ligt bij de student die zich vroegtijdig heeft aangemeld. Als deze student vraagt om het advies, dan moet de school dit geven. Los daarvan kan de school , op grond van de verplichte intakeactiviteiten, zelf een niet-bindend studiekeuzeadvies aan een student uitbrengen. De student hoeft het studiekeuzeadvies niet te volgen en de opleiding kan de student niet weigeren op basis van dit advies.

Toelatingsrecht

13. Is een school verplicht om informatie te geven over de wijze waarop zij met leerlingen omgaan die zich na 1 april aanmelden?

Ja, scholen moeten in hun toelatingsbeleid aangeven hoe zij omgaan met deze groep.

14. Kan er bij de toelating tot een opleiding ook sprake zijn van een combinatie van ‘aanvullende eisen’ en numerus fixus?

Ja, dat kan. De combinatie van aanvullende eisen en numerus fixus mag er echter niet toe leiden dat er alsnog een kwalitatieve selectie plaatsvindt ten behoeve van het aantal beschikbare plekken.

Een voorbeeld: Een sportopleiding die aanvullende fysieke eisen aan de student mag stellen, heeft 50 plekken beschikbaar. De aanvullende eis is bijvoorbeeld dat de studenten 3 kilometer in de coopertest van 12 minuten kunnen rennen. Er zijn 70 studenten die deze eis halen. Uit die groep van 70 studenten kunnen 50 studenten niet-kwalitatief worden geselecteerd, te denken valt aan loting of volgorde van aanmelding. Er mag daarbij niet worden gekeken naar vaardigheden c.q. snelheid van de 70 studenten.

15. Kunnen pro-leerlingen, die in sommige gevallen van hun school een negatief advies krijgen om naar de entree-opleiding te gaan, worden geweigerd door de mbo-school?

Nee, een pro-leerling kan niet worden geweigerd door een entree-opleiding, aangezien de toegang tot entree-opleidingen drempelloos is. Een (niet-bindend) negatief schooladvies van de pro-school heeft geen consequenties voor toelating tot de entree-opleiding; de keuze om te starten aan een entree-opleiding blijft altijd de keuze van de leerling.

16. Heeft een vmbo-leerling met een diploma van de kaderberoepsgerichte leerweg toelatingsrecht tot een mbo 4-opleiding als hij zich tijdig aanmeldt?

Ja, een leerling met een vmbo-kaderdiploma is op basis van de wettelijke vooropleidingseisen toelaatbaar tot een mbo 4-opleiding. Als deze leerling zich tijdig heeft aangemeld en deelneemt aan de verplichte intakeactiviteiten, heeft hij toelatingsrecht tot die opleidingen waarvoor hij zich heeft aangemeld.

Het bindend studieadvies (BSA)

17. Als een student het eerste jaar van de opleiding moet doubleren, kan dan in dat ‘tweede’ eerste jaar een negatief bindend studieadvies worden gegeven?

Nee, dat mag niet. Een (positief of negatief) bindend studieadvies moet en mag alleen in het eerste studiejaar van de student worden gegeven.

18. Mag een school bij de besluitvorming rondom een bindend studieadvies rekening houden met de beroepshouding van de student?

Ja, dat mag, onder strikte voorwaarden. De studievoortgang van de student is leidend in de besluitvorming over een BSA; de beroepshouding van de student kán van invloed zijn op de studievoortgang en daarmee een grond zijn om de student een negatief BSA te geven.

19. Hoe moet de besluitvorming rond het negatief BSA verlopen?

Het besluitvormingsproces in aanloop naar een mogelijk negatief BSA moet zorgvuldig worden doorlopen; het liefst met betrokkenheid van heel het onderwijsteam rondom de student. Een negatief bindend studieadvies moet altijd worden vooraf gegaan door een schriftelijke waarschuwing inclusief een redelijke verbetertermijn voor de student (naar genoegen van het bevoegd gezag). Om de zorgvuldigheid rondom het BSA te waarborgen, is voorgeschreven dat het bevoegd gezag nadere regels vaststelt die in elk geval betrekking hebben op de te behalen studieresultaten en de voorzieningen die het bevoegd gezag heeft getroffen ter waarborging van de mogelijkheden voor een goede voortgang van de opleiding. Deze regels worden opgenomen in het deelnemersstatuut dat voor instemming wordt voorgelegd aan de deelnemersraad.

De mbo-school is na een negatief BSA verplicht om de student te begeleiden naar een andere opleiding, rekening houdend met diens voorkeuren. Daarnaast is de school ook zelf verplicht om een opleiding aan te bieden waarvoor inschrijving mogelijk is (dit laatste geldt niet voor AOC’s en vakinstellingen).

20. Bij meerjarige opleidingen moet het BSA na negen maanden en voor het eind van het eerste studiejaar worden gegeven. Aanmelden voor een andere studie moet voor 1 april. Wat betekent dit voor de student?

De aanmelddatum geldt niet voor studenten die zich opnieuw aanmelden omdat hun eerdere inschrijving is beëindigd ten gevolge van een negatief BSA. Dit is geregeld in artikel 8.0.1, lid 3a. Een student waarop dit artikel van toepassing is, kan niet worden geweigerd tot de opleiding omdat hij zich na 1 april heeft aangemeld.

Ministeriële regeling aanvullende eisen en actualisatie doorstroomregeling

21. Wanneer wordt de lijst met opleidingen die aanvullende eisen mogen stellen, bekend gemaakt?

De planning is om de ministeriële regeling in het najaar van 2017 officieel te publiceren. Tussen vaststelling door de Minister van OCW van de lijst met opleidingen en officiële publicatie van de ministeriële regeling zit een bepaalde termijn vanwege de stappen die voor het publiceren van een regeling vereist zijn. Omdat veel scholen nu reeds bezig zijn met de toelating voor het schooljaar 2018/2019, streeft OCW naar een eerdere voorpublicatie van de concept-lijst zodat scholen daar vroegtijdig rekening mee kunnen houden en aspirant-studenten weten wat ze kunnen verwachten.

22. Wanneer wordt de geactualiseerde Doorstroomregeling bekendgemaakt?

Omdat de huidige tweedejaars vmbo-leerlingen nu vlak voor de vakantie reeds hun profielkeuze hebben gemaakt, die over twee jaar van belang kan zijn in verband met de doorstroom, streven wij naar publicatie uiterlijk in het voorjaar van 2018. De leerlingen die op dat moment in het tweede leerjaar van het vmbo zitten, kunnen dan bij hun profielkeuze nog met de nieuwe Doorstroomregeling rekening houden, waarna de regeling per 1 augustus 2020 van kracht wordt (met het oog op de niet-verwante instroom in het studiejaar 2020/2021).

Aanvullende vragen

23. Kunnen havisten (met of zonder diploma) voorrang krijgen bij de toelating tot opleidingen met een beperkt aantal plekken (dit omdat havisten die uitvallen of zakken zich vaak laat bij het mbo aanmelden)?

Nee, de wet bepaalt voor opleidingen met een beperkte opleidingscapaciteit in art. 8.1.1c, vijfde lid, dat studenten die zich uiterlijk op 1 april hebben aangemeld, voorrang krijgen bij de toewijzing van de beschikbare plekken. Een late aanmelder kan daarbij dus geen voorrang krijgen. Indien er binnen de groep die zich tijdig heeft aangemeld nog een selectie moet worden gemaakt omdat er teveel aanmeldingen zijn, wordt selecteren op basis van schoolniveau gezien als een kwalitatieve selectie die niet is toegestaan.
Havo-examenkandidaten die twijfelen of ze zullen slagen, kan geadviseerd worden zich – uit voorzorg- voor 1 april aan te melden bij het mbo. Mocht de leerling toch slagen, dan kan hij zijn mbo-aanmelding weer intrekken.

24. Hoe werken de aanvullende eisen bij interne doorstroom?

De wet Vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het mbo geldt ook voor studenten die intern willen doorstromen van bijvoorbeeld een niveau 2 naar een niveau 3-opleiding. Ook zij moeten zich vroegtijdig aanmelden en voldoen aan de voorwaarden voor toelatingsrecht. Dit houdt tevens in dat indien opleidingen aanvullende eisen (kunnen) stellen, deze aanvullende eisen ook gelden voor interne doorstromers; een interne doorstromer met een mbo 2-diploma mag door een opleiding niet anders op de aanvullende eisen worden beoordeeld dan een externe doorstromer met een gelijkwaardig diploma. Overigens: een opleiding is niet verplicht om een student die niet aan de voorwaarden voldoet te weigeren; maar dit geldt dan in gelijke mate voor alle studenten die zich aanmelden.

Wanneer sprake is van een combinatie van aanvullende eisen en numerus fixus, geldt het antwoord op vraag 14 (zie boven) ook voor interne doorstroom. Het is van belang daarbij op te merken dat bij numerus fixusopleidingen met meer aanmeldingen dan plekken, altijd voorrang moet worden gegeven aan personen die voor 1 april zijn aangemeld. Die groep heeft dus ook voorrang boven de interne doorstroom die later dan 1 april is aangemeld.

25. Geldt de wet Vroegtijdige aanmelddatum voor en toelatingsrecht tot het mbo ook voor de derde leerweg in het mbo?

Nee. De derde leerweg in het mbo is onbekostigd onderwijs; de wet ‘Toelatingsrecht’ geldt voor bekostigde opleidingen en is daarmee niet van toepassing op de derde leerweg.

26. Hebben leerlingen uit een leerwerktraject ook toelatingsrecht tot andere scholen dan waarmee hun vmbo-school afspraken heeft gemaakt?

Jazeker, de wet geldt ook voor deze leerlingen, ongeacht bij welke school ze zich aanmelden. Indien een leerling via een leerwerktraject zijn diploma haalt, zich vroegtijdig aanmeldt en verschijnt op de verplichte intake-activiteiten, heeft deze leerling recht op toelating tot de niveau 2-opleiding waarvoor hij zich heeft aangemeld.

27. Indien een student met een zware ondersteuningsbehoefte zich aanmeldt, en de opleiding kan deze ondersteuning niet bieden, mag de opleiding deze student dan weigeren?

De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGB/hcz) bepaalt dat een handicap of chronische ziekte geen weigeringsgrond mag zijn en dat de opleiding een passende voorziening voor de student moet treffen, tenzij de ondersteuning aan en aanpassingen voor deze student een onevenredige belasting vormen voor de school. Als deze onevenredige belasting aangetoond kan worden, mag de opleiding deze student weigeren. Het is aan te bevelen dat de opleiding en student in dat geval samen zoeken naar een passend alternatief.

Algemeen

Waar vind ik het servicedocument mbo-aanpak Coronavirus COVID-19?

Het servicedocument mbo aanpak Coranavirus COVID-19 is samen met de Kamerbrief over het document te vinden onder publicaties.

Hoe kunnen we de veiligheid en studenten (en medewerkers) zoveel mogelijk garanderen?

Voor het onderwijs gelden dezelfde De overheidsrichtlijnen en adviezen van het RIVM en de GGD die gelden in heel Nederland. Het is zaak het nieuws goed te volgen en de op dat moment geldende richtlijnen en adviezen te volgen.

Kunnen scholen aansprakelijk gehouden worden voor besmettingen van of door studenten?

Een school heeft zich in deze bijzondere omstandigheden te houden aan de richtlijnen van kabinet en RIVM. De algemene maatstaf voor aansprakelijkheid is dat een school heeft gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die van een school mag worden verwacht. 

Waar zijn aanvullende maatregelen te vinden voor scholen en kinderopvang?

Hier zijn de aanvullende maatregelen voor scholen en kinderopvang te vinden. Specifiek voor het mbo is een servicedocument gemaakt dat nader ingaat bij wat wel en niet in het mbo aan de orde is. In het mbo (en ook in het hoger onderwijs) is het mogelijk om rond examens en praktijkleren nog wel de nodige activiteiten te ondernemen. Zie link.

Er moet een nieuwe jaarplanning komen nu open dagen en dergelijke zijn afgeblazen. Is er landelijk beleid dat hierop aansluit?

Buiten de wettelijke feestdagen is de jaarplanning ter vaststelling van het college van bestuur met inachtneming van de wettelijke medezeggenschapsbevoegdheden. Het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat de overheid zal inbreken op deze bevoegdheid met landelijk beleid. Het is aan de scholen om via maatwerk tot een nieuwe planning te komen.

Kunnen studenten gevraagd worden aanwezig te zijn als vanwege de bijzondere omstandigheden buiten de reguliere onderwijstijden/de vakantie onderwijs gegeven gaat worden?

De student kan rechten ontlenen aan het lesprogramma dat de school voorafgaand aan het studiejaar heeft gecommuniceerd. Een school heeft echter de mogelijkheid om in het belang van haar taak om onderwijs te verzorgen eenzijdig verplichtingen op te leggen en het programma voor studenten aan te passen. Indien alternatieven onderzocht zijn en een dergelijke wijziging blijkt nodig, dan heeft het college van bestuur de mogelijkheid om samen met de studentenraad een nieuwe vakantieplanning voor de studenten op te stellen die inbreekt op de aangekondigde vakantieperiodes.   

 

Welke gevolgen heeft de coronacrisis voor studiefinanciering en de OV-jaarkaart?

Alle maatregelen ten aanzien van het OV-reisproduct, studiefinanciering, het tijdelijk stopzetten van studiefinanciering en/of het reisproduct, het terugbetalen van studiefinanciering en de maatregelen die DUO neemt in het kader van de coronacrisis, vindt de student op de site van DUO via: https://www.duo.nl/particulier/ 

Mocht hij/zij er via de informatie op de website niet uitkomen, dan kan hij/zij voor advies op maat ook bellen met DUO: 050-5997755. 

Het verrichten van werkzaamheden

Mag van een werknemer worden verwacht dat hij onderwijs op afstand verzorgt?

De instructie om onderwijs op afstand te verzorgen valt onder de instructiebevoegdheid van de werkgever. De werknemer dient hier dan ook gevolg aan te geven.  

De werkgever heeft een wettelijke instructiebevoegdheid (art. 7:660 BW): de werkgever kan voorschriften over het werk afvaardigen die de werknemer dient na te komen ter bevordering van de goede orde in de onderneming. Bij het geven van instructies dient de werkgever de grenzen der redelijkheid in acht te nemen.

Is toestemming nodig als een werknemer - met ook een arbeidscontract bij een andere werkgever - vraagt om extra te mogen werken voor deze andere werkgever?

Toestemming van de onderwijswerkgever is nodig als de werknemer door deze keuze minder beschikbaar is voor werkzaamheden in het onderwijs. Wij kunnen ons in deze situatie voorstellen dat een dergelijk verzoek wordt toegestaan. Het is belangrijk dat werkgever en werknemer duidelijke afspraken met elkaar maken. Er zijn verschillende manieren om hiermee om te gaan, bijvoorbeeld: 

  • De werkgever verleent de werknemer onbetaald verlof. De werknemer kan deze uren extra gaan werken bij zijn andere werkgever. Eventueel kan het loon dat de werknemer bij de andere werkgever verdient, worden aangevuld als de werknemer voor de extra gewerkte uren bij de andere werkgever een lager salaris ontvangt dan in het onderwijs.  
  • De werkgever verleent de werknemer betaald verlof en spreekt met de werknemer af dat de werknemer inzicht geeft in de inkomsten voor deze extra uren bij zijn andere werkgever. Afgesproken kan worden dat deze inkomsten worden verrekend met het loon dat de werkgever tijdens het verleende verlof doorbetaalt. 
Welke verantwoordelijkheid heeft de werkgever nu voor (het inrichten van) de thuiswerkplek van werknemers?

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) schrijft formeel voor dat de werkgever verantwoordelijk is voor de (thuis)werkplek van een werknemer. Ook onder de huidige omstandigheden moet de werkgever dus zorgen dat de thuiswerkplek zodanig is ingericht dat de werknemer goed en veilig zijn werk kan doen. In praktische zin kan de werkgever aan de werknemer vragen of hij/zij goed in staat is thuis te werken. En - mocht dat niet zo zijn - in overleg met de werknemer hierover individuele passende afspraken te maken, mede afhankelijk van het werk dat de werknemer thuis gaat verrichten. Hieruit kan bijvoorbeeld voortvloeien dat de werkgever de werknemer een computer of een bureau(stoel) ter beschikking stelt, tenzij dit redelijkerwijs niet van de werkgever kan worden verwacht.    

In deze uitzonderlijke situatie is het daarnaast belangrijk om met werknemers in gesprek te blijven: informeer werknemers over wat je als werkgever van hen verwacht als zij thuis werken, welke ondersteuning zij van de werkgever kunnen verwachten en wat er in deze uitzonderlijke situatie wel en niet (op korte termijn) mogelijk is. Tips die de werkgever een werknemer kan geven zijn bijvoorbeeld:  

  • Behandel de dagen als gewone werkdagen. Dit houdt in: op de normale tijd opstaan, pauze houden en gedurende de werkdag bij collega’s en anderen aangeven wanneer je wel en niet bereikbaar bent.   
  • Houd contact met collega’s door te (video)bellen en maak afspraken met de leidinggevende welke werkzaamheden je wanneer verricht. 
Kan een werkgever van een werknemer nu andere werktijden verlangen?

Op grond van art. 3.2 cao mbo stelt de werkgever na overleg met de werknemer de werktijden van de werknemer vast. De werkgever kan deze afspraken normaal gesproken niet zomaar wijzigen. Zijn er gewijzigde omstandigheden op grond waarvan de werkgever redenen heeft om de vastgestelde werktijden te wijzigen, dan kan dit wel. De huidige crisis kan gezien worden als een ‘gewijzigde omstandigheid’. Onderwijs geven moet zo veel mogelijk doorgang vinden, en dan kan het zo kan dat dit op andere momenten dient te gebeuren dan gebruikelijk. Daarnaast heeft de overheid werkgevers verzocht de werktijden van werknemers zo veel mogelijk te spreiden. De werkgever dient bij een wijziging van de werktijden wel rekening te houden met de belangen en situatie van de werknemer. Het is dus belangrijk dat werkgever en werknemer met elkaar in gesprek blijven en passende afspraken maken.  

Kan werknemers worden gevraagd in de vakantie onderwijs te geven?

De cao mbo verbiedt niet dat er gewerkt wordt tijdens vakantieperiodes voor studenten. Wel moet iedere werkgever een regeling hebben waarin is afgesproken op welke dagen en tijden werknemers kunnen worden ingezet (art. 3.2 cao mbo). Is daarin vastgelegd dat werknemers niet kunnen worden ingezet in de vakantie voor studenten, dan is instemming van de ondernemingsraad nodig om de regeling te wijzigen. Daarnaast kunnen ook schoolspecifieke afspraken over vakantieverlof (bijvoorbeeld verplichte opname van vakantieverlof in de zomerperiode en/of een collectieve sluiting van het schoolgebouw) van belang zijn. Kijk dus goed naar de afspraken die op de school gelden en ga het gesprek met elkaar aan als deze afspraken de continuïteit van het onderwijs belemmeren.  

Hoe om te gaan met werknemers die terugkeren uit vakantiegebieden waar corona heerst?

De Rijksoverheid en het RIVM geven hierover de nodige informatie. Voor advies op maat kunt u contact opnemen met de GGD.  

Kan de werkgever tijdens de coronacrisis een werknemer andere werkzaamheden laten verrichten?

De functie die is overeengekomen in de arbeidsovereenkomst en de daarbij behorende functieomschrijving vormen de basis voor de door de werknemer uit te voeren werkzaamheden. In bijzondere situaties, zoals nu tijdens de coronacrisis, is het wel mogelijk om tijdelijk andere werkzaamheden aan de werknemer op te dragen. Neem hierbij altijd de redelijkheid en billijkheid in acht. De werkzaamheden moeten redelijkerwijs van de werknemer worden gevraagd: de werkgever moet zijn best doen om te zorgen dat de alternatieve werkzaamheden zo dicht mogelijk bij de overeengekomen werkzaamheden van de werknemer liggen.

Hoe zorgt de werkgever dat een werknemer tóch kan re-integreren?

Treed in overleg met de bedrijfsarts of arbodienst over de re-integratie. Er zal gekeken moeten worden hoe de re-integratie van de werknemer voortgezet kan worden in de huidige situatie. Mogelijk kan de re-integratie plaatsvinden vanuit huis, ondersteund met digitale middelen. 

UWV heeft een addendum Werkwijzer Poortwachter gepubliceerd. Daarin is uitgewerkt hoe UWV omgaat met de beoordeling van de re-integratie-inspanningen van de werkgever tijdens de coronacrisis. 

Mag van een werknemer worden verwacht dat hij werkzaamheden op de school verricht?

De werknemer is verplicht tot zover mogelijk de arbeid conform afspraak uit te voeren. Dit betekent dan ook dat van een gezonde werknemer in principe verwacht mag worden dat hij zijn werkzaamheden op school verricht. Een werknemer die niet tot de risicogroep behoort (en onder normale omstandigheden op locatie werkt) maar zich wel ernstig zorgen maakt, gaat hierover in gesprek met zijn werkgever. In dat gesprek wordt beoordeeld of en hoe tot afspraken gekomen kan worden over de precieze invulling van de werkzaamheden.  

In een richtlijn hebben sociale partners beschreven wat er van een werknemer die behoort tot medische risicogroepen, dan wel gezinsleden/huisgenoten heeft die hiertoe behoren, mag worden verwacht.  

Loondoorbetaling

Een werknemer is ziek door het coronavirus, moet het loon worden doorbetaald?

Wanneer de werknemer ziek is door het coronavirus, gelden de normale regels voor loondoorbetaling bij ziekte. Dit betekent dat de werknemer zich ziek moet melden bij de werkgever en de gebruikelijke procedures gaan lopen. De hoogte van de loondoorbetaling bij ziekte is geregeld in art. 4 en 13 van de Ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregeling (Bijlage F van de cao mbo 2020-2021). 

Een werknemer zit in quarantaine, moet het loon worden doorbetaald?

Zit een werknemer in quarantaine en kan hij/zij dus niet op het werk komen maar is er geen sprake van ziekte, dan geldt dat de werkgever het loon moet doorbetalen. De werknemer kan immers vanwege overmacht niet op het werk komen. Dit is de werknemer niet te verwijten en valt binnen de risicosfeer van de werkgever. Gekeken kan worden naar de mogelijkheden voor deze werknemer om ook tijdens de quarantaineperiode thuis te werken.

Kunnen scholen ook werktijdverkorting voor personeel aanvragen?

De regeling Werktijdverkorting (WTV) is niet van toepassing op het onderwijs. Dit komt doordat het een regeling is aangaande de WW en het onderwijs eigenrisicodrager is voor de WW. De WTV is op dit moment buiten werking gesteld en is vervangen door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging van Werkbehoud (NOW).  Scholen kunnen echter geen aanspraak maken op de NOW. Om aanspraak te kunnen maken op deze tijdelijke noodmaatregel moet de organisatie namelijk voldoen aan een aantal voorwaarden. Eén daarvan is een omzetverlies van 20%. Hoewel het uitblijven van publieke middelen of subsidie gelijk wordt gesteld aan het uitblijven van omzet, is het niet de verwachting dat mbo-scholen te maken hebben met een teruggang van 20%. Enkele mbo-scholen hebben een BV opgericht waarin inburgeringstrajecten worden georganiseerd. Als deze BV’s te maken hebben met 20% omzetverlies, kunnen zij mogelijk wél succesvol aanspraak maken op de NOW-regeling. Zie hier meer informatie over de NOW-regeling.

Welke gevolgen heeft thuiswerken voor de tegemoetkoming in de reiskosten voor woon-werkverkeer?

De reiskostenvergoeding heeft als doel om de onkosten die de werknemer maakt voor het reizen naar het werk (gedeeltelijk) te vergoeden. Zie hiervoor art. 7.1 en bijlage C, Regeling verplaatsingskosten in de cao mbo. De geldende fiscale regels staan toe dat de reiskostenvergoeding – indien er geen woon-werkverkeer plaatsvindt - in de lopende maand en eerstvolgende maand onbelast kan worden uitgekeerd. Als gevolg van de coronasituatie heeft de belastingdienst op 14 april 2020 besloten dat ook na de lopende en eerstvolgende maand de vaste reiskostenvergoeding tot nader orde ongewijzigd kan worden uitbetaald. 

Hoe gaat de werkgever om met docenten in vaste dienst en zzp’ers, die in worden gezet voor private activiteiten, terwijl er nauwelijks tot geen inkomsten meer binnenkomen?
  • Heeft een werknemer een vaste arbeidsovereenkomst met een vast aantal uren en heeft de werkgever geen werk voor de werknemer, dan dient de werkgever het loon door te betalen ondanks het feit dat de arbeid niet (volledig) wordt verricht. Het feit dat de werknemer de arbeid niet kan verrichten ligt niet in de risicosfeer van de werknemer. Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kan slechts op grond van de in het Burgerlijk Wetboek opgenomen ontslaggronden of met wederzijds goedvinden worden beëindigd.  
  • Met een zzp’er moet gekeken worden naar de gemaakte afspraken. Welke uren of periode is overeengekomen en hoe zit het met het beëindigen van de opdracht? Is afgesproken dat de zzp’er een vast aantal uren werkt bij de werkgever en kunnen deze uren niet gemaakt worden omdat er geen werk beschikbaar is, dan dient de werkgever de zzp’er wel te betalen voor de afgesproken uren/opdracht.

Vakantie en verlof

Kan een werkgever verbieden dat een werknemer in zijn vakantie naar het buitenland afreist?

Verbieden is in beginsel niet mogelijk. Wel is het raadzaam de werknemer sterk af te raden om naar een risicogebied te reizen, de reisadviezen van het ministerie van Buitenlandse Zaken serieus te nemen en hem/haar erop te wijzen dat de gevolgen voor zijn/haar rekening en risico kunnen komen. Zo’n consequentie kan bijvoorbeeld zijn geen recht op loon als de werknemer toch afreist naar het risicogebied en vanwege het coronavirus door de lokale autoriteiten in quarantaine wordt geplaatst, waardoor hij/zij niet op tijd terug kan komen om werkzaamheden te hervatten.  

Reist de werknemer naar een veilig gebied en verandert de situatie daar vervolgens waardoor de werknemer in quarantaine wordt geplaatst, dan is het uitgangspunt dat de werknemer recht heeft op loon. Dit kan anders worden als de situatie geleidelijk verandert en de werknemer de waarschuwing of instructie van de werkgever om terug te keren weigert op te volgen.

Kan de werkgever de werknemer verplichten vakantieverlof op te nemen of reeds verleend vakantieverlof te verplaatsen?

Dat is niet mogelijk. Wel kan de werkgever in zeer buitengewone omstandigheden met goedvinden van de werknemer het reeds verleende vakantieverlof intrekken. Indien de werkgever in dit geval het verleende vakantieverlof intrekt en de werknemer als gevolg van de intrekking van het vakantieverlof materiële schade lijdt, wordt deze schade door de werkgever vergoed (art. 8.1 lid 12 cao mbo). Daarnaast is het uiteraard mogelijk om in overleg met de werknemer te komen tot een wijziging in de opname van het vakantieverlof. Zijn de vakantiedagen van werknemers collectief vastgelegd met de ondernemingsraad, dan is instemming van de ondernemingsraad nodig om de ingeplande vakantiedagen te wijzigen.

Wanneer kan een werknemer kortdurend zorgverlof opnemen?

Van kortdurend zorgverlof is sprake wanneer de werknemer de noodzakelijke verzorging op zich moet nemen van een ziek persoon als beschreven in de Wet arbeid en zorg. Denk hierbij aan het verlenen van noodzakelijke zorg aan een ziek kind, partner of ouder. Zie hiervoor artikel 8.2c cao mbo.

Moet de werkgever meewerken aan een verzoek van een werknemer om vakantieverlof in te trekken?

Indien een werknemer een verzoek doet tot het intrekken van vakantieverlof hoeft de werkgever hier niet aan mee te werken. Bij de afweging om al dan niet mee te werken aan een verzoek tot intrekking van het vakantieverlof adviseren wij de redelijkheid en billijkheid van het verzoek te betrekken. Hoe verhouden het belang van de werknemer en dat van de organisatie zich tot elkaar? De werkgever moet wel meewerken aan een verzoek tot intrekking als de werknemer ziek is en in andere daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komende gevallen. Of dat laatste het geval is hangt af van de omstandigheden van het specifieke geval. Zie voor meer specifieke informatie art. 8.1 leden 8 en 11 cao mbo.

Hoe moet worden omgegaan met verzoeken van werknemers om deelname aan een verlofregeling stop te zetten?

De verlofregelingen in de cao mbo kennen hun eigen regels over of, hoe, wanneer en door wie het mogelijk is om deelname aan een regeling stop te zetten. In beginsel zijn deze regels leidend. In deze bijzondere situatie kunnen wij ons voorstellen dat werkgever en werknemer met elkaar het gesprek aangaan en dat, op basis van de omstandigheden van het geval, maatwerkafspraken kunnen worden gemaakt. Hierbij past dat er een afweging wordt gemaakt tussen de belangen van de werkgever en die van de werknemer. Hieronder een overzicht van hetgeen de cao regelt. 

Betaald ouderschapsverlof 

De werknemer kan de werkgever verzoeken om toegekend betaald ouderschapsverlof voortijdig te beëindigen. De werkgever kan dit verzoek afwijzen als deze door voortijdige beëindiging schade zou ondervinden.  

Onbetaald ouderschapsverlof 

De werkgever stemt in met een verzoek van de werknemer om het onbetaald ouderschapsverlof niet voort te zetten als gevolg van onvoorziene omstandigheden, tenzij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zich hier tegen verzet.  

Onbetaald verlof 

Op grond van de cao mbo is voortijdige beëindiging van onbetaald verlof in beginsel niet mogelijk. Uiteraard kan de werkgever wel op een verzoek van werknemer tot beëindiging van het verlof ingaan indien hij/zij dit wenst.  

Seniorenverlof 

Deelname van het verlof is in beginsel onomkeerbaar. Slechts in geval van bijzondere omstandigheden kan de werknemer de werkgever verzoeken om de deelname aan de regeling te stoppen. Dit verzoek kan de werkgever afwijzen op grond van het organisatorisch belang en/of het niet beschikbaar zijn van voldoende formatie. Voortijdige beëindiging vindt plaats met ingang van de eerste dag met ingang van de eerste dag van het volgende cursusjaar.  

Overgangsregeling BAPO 

De regeling maakt het mogelijk dat het verlof wordt gestopt met ingang van de eerste dag van het volgende cursusjaar. De werkgever toetst het verzoek aan het organisatorisch belang en aan het beschikbaar zijn van voldoende formatie. Na beëindiging van het verlof komt de werknemer niet meer in aanmerking voor deelname aan de overgangsregeling voor deze verlofuren. 

LIO

Mag een leraar in opleiding (LIO) thuisblijven vanwege het coronavirus?

Een LIO (= vierdejaars student van de lerarenopleiding) heeft een leerarbeidsovereenkomst met de school. Voor de LIO geldt in beginsel voor doorwerken en loondoorbetaling dezelfde regels als voor andere werknemers van de school. 

Ondernemingsraad

Wat is de rol van de Ondernemingsraad tijdens een crisis als deze?

De ondernemingsraad heeft een belangrijke rol waar het gaat om de arbeidsomstandigheden binnen een organisatie. De Wet op de Ondernemingsraden (WOR) schrijft voor dat de bestuurder de OR om instemming vraagt als de arbeidsomstandigheden wijzigen (art. 27 lid 1 sub d WOR). Hieronder valt ook een regeling voor thuiswerken.

Centrale examens

Waar vindt u de richtlijnen voor centrale examens?

Volg voor actuele informatie de website van het College voor Toetsen en examens. Vragen kunt u stellen via examenlijn@cvte.nl.

Kunnen inburgeringsexamens doorgaan?

Alle examenplaatsen van DUO zijn voorlopig gesloten. De sluiting geldt in ieder geval tot en met maandag 6 april. Alle inburgeringsexamens tot en met 6 april gaan dus niet door. DUO regelt een nieuw inburgeringsexamen voor de kandidaat; deze hoeft niet opnieuw te betalen voor dit examen. Zie voor actueel nieuws www.inburgeren.nl

Wat zijn de consequenties voor de staatsexamens Nt2 Programma I?

Alle examenlocaties zijn gesloten tot en met 6 april 2020. Zie voor actueel nieuws https://www.cvte.nl/actueel/nieuws/2020/03/10/coronavirus

Hoe moeten scholen nu omgaan met in de OER vastgelegde examens en herkansingen bij centrale examens mbo?

Als examens nu niet kunnen doorgaan maakt de regelgeving mogelijk om ook twee examens (1e + herkansing) in dezelfde periode te mogen doen. Informeer de student hierover.

Een entreeopleiding heeft planningsproblemen voor herkansingen van examens Nederlands en rekenen. Mogen scholen besluiten om de studenten geen tweede zitting aan te bieden?

Voor de entreeopleiding geldt nog geen verplichting om mee te doen aan de centrale examens. De studenten doen een instellingsexamen; de scholen leggen de regelgeving daaromtrent zelf vast in het Onderwijs- en Examenreglement (OER). Doen studenten mee met de centrale examens, dan kunnen ze eventueel in dezelfde periode herkansen. Dat biedt wellicht voldoende ruimte om de studenten toch een tweede kans aan te bieden. Aanpassen van het OER kan niet zomaar (de onderwijsovereenkomsten zijn daaraan verbonden) en eventuele aanpassingen mogen niet ten nadele van de student zijn.

Wat geldt er voor het volwassenenonderwijs (vavo)?

Voor het vavo gelden dezelfde regels en mogelijkheden als voor het reguliere voortgezet onderwijs. Zie de Q&A’s over het voortgezet onderwijs voor meer informatie.

De gewijzigde slaag-/zakregeling vindt u op https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/04/08/kamerbrief-tijdelijke-slaag-zakregeling-examens-vo.  

Organisatie examens

Zijn studenten verplicht om deel te nemen aan examens wanneer ze gezond zijn?

De normale regels voor aanwezigheid blijven gelden tenzij de school of overheid andere regels stelt. Het verdient de voorkeur dat scholen kritisch kijken naar hun regels voor geoorloofd verzuim in deze bijzondere omstandigheden. Het blijft ter beoordeling van de school wat ongeoorloofd en ongeoorloofd verzuim is.

Onze bedrijf- en school-assessoren melden zich ziek. Hoe te handelen?

Kijk of vervanging mogelijk is. Zo niet, bekijk of het examen op een later tijdstip alsnog afgenomen kan worden. Is afgesproken dat, om de intersubjectiviteit te borgen, bij het examen in principe twee assessoren aanwezig zijn, dan kan daar in deze uitzonderlijke omstandigheden van worden afgeweken. Bekijk samen met de examencommissie op welke manier de objectiviteit zoveel mogelijk geborgd kan worden, bijvoorbeeld door (een deel van) het examen op te nemen of een uitgebreide toelichting te vragen van de beoordelaar in het beoordelingsprotocol. 

Examens die nu geen doorgang vinden, worden later ingehaald. Deze ingehaalde examens mogen niet worden beschouwd als herkansingen. Klopt dat?

Ja. Het beleid rond instellingsexamens is aan de school. Er is ruimte om hier intern afspraken over te maken.  

Voor centrale examens geldt dat de school bepaalt hoeveel herkansingen er gedaan kunnen worden. De school is verplicht één herkansing aan te bieden, maar meer mag, zeker in deze bijzondere omstandigheden die om coulance naar de student vragen.  

Als een mbo-student een kleine studievertraging oploopt, kan hij dan wel worden toegelaten op een hogeschool?

Een mbo-student die door deze crisis nog één vak, enkele kleine vakken of de stage nog niet heeft kunnen afronden voor 1 september, kan toch door de hogeschool worden toegelaten. De student heeft vervolgens tot 1 januari 2021 de tijd om het mbo-diploma volledig af te maken.

Sommige examens in de praktijk kunnen niet doorgaan, omdat de branche - bijvoorbeeld events, sport of horeca - stilstaat. Hoe gaan we hier mee om?

U kunt contact opnemen met de betreffende examenleverancier. Wellicht dat deze voor dit soort situaties alternatieve examens heeft liggen dan wel op heel korte termijn kan ontwikkelen. Denk daarbij aan simulatie op school of portfolio. Hierbij is het van belang dat de examencommissie later goed moet kunnen verantwoorden, waarom zij een bepaalde aangepaste werkwijze acceptabel vindt. Zie ook de handreiking ‘Verantwoord diplomabesluit’.

Geldt de mogelijkheid om te diplomeren tot 1 januari 2021 ook voor kwalificaties die eigenlijk expireren per 1 augustus 2020?

Ja. 'Oude’ niveau 2-kwalificaties, die eigenlijk op 31 juli 2020 worden afgesloten, worden als gevolg van de coronacrisis nu vijf maanden later afgesloten, dus 31 december 2020. Dit type van ‘oude’ kwalificaties zijn er niet voor niveau 3- en 4-opleidingen.

Onder welke voorwaarden kunnen scholen instellingsexamen veilig blijven afnemen?

Dit kan met inachtneming van de richtlijnen van het RIVM: alle betrokkenen (examenkandidaten, docenten, surveillanten) zijn gezond en kunnen tot elkaar steeds 1,5 meter afstand houden. Bij het wachten voor en na afloop van het examen dienen allen aanwezigen het samenscholingsadvies in acht te kunnen nemen. Dit betekent dat de school moet zorgen dat voor de studenten duidelijk is wat de regels zijn op het schoolplein voordat ze naar binnen kunnen en dat er duidelijke bewegwijzering is zodat er geen opstopping in de hal kan ontstaan.  

Wijzigingen examens: vorm en locatie

Is het mogelijk om online te examineren?

Ja, dit kan maar is uiteraard geheel afhankelijk van het type examen en hetgeen geëxamineerd wordt. Vaak vraagt dit een aanpassing van het exameninstrument. Bovendien is garantie nodig dat de student ‘geen hulp krijgt’ (authenticiteit). Er zijn geen specifieke landelijke richtlijnen hoe de kwaliteit wordt geborgd. Dit is de verantwoordelijkheid van de school en kan per type examen verschillen. De examencommissie moet later goed kunnen verantwoorden, waarom zij een bepaalde werkwijze acceptabel vindt (betrouwbaar, valide, transparant en vooral het issue authenticiteit verantwoorden). Dit vraagt een zorgvuldige wijze van communiceren, afstemming tussen bestuur, onderwijsteams, examencommissie en indien van toepassing examenleverancier.

Kunnen examens worden afgenomen in simulatie op school in plaats van in het leerbedrijf?

Ja, dat kan als examinering op het leerbedrijf niet mogelijk is. Volg ook bij dit alternatief de kaders van veiligheidsmaatregelen die door het kabinet op advies van het RIVM zijn aangekondigd en bekijk op basis daarvan wat er mogelijk is. Dit vraagt een aanpassing (van de toepassing) van het exameninstrument. Stem hierover af met de examencommissie.

Bij burgerschap (en LOB) worden een aantal onderdelen beoordeeld op basis van de aanwezigheid. Hoe hiermee om te gaan?

Het is mogelijk de vereiste aanwezigheid te laten vervallen. Wat de inspanning inhoudt is vastgelegd in de OER of verantwoordingsdocument. Daarvoor gelden geen landelijke regels. Het kan gaan om deelname aan projecten, het bijhouden van een portfolio, het maken van toetsen, deelnemen aan een minimaal aantal lessen, enz. Bij wijziging van deze inspanning is belangrijk dat de student hierover wordt geïnformeerd, zodat hij/zij weet waaraan hij/zij moet voldoen. Als de rechtspositie van de student hierbij niet wijzigt, is het informeren van de student voldoende.

Wanneer een keuzedeel niet kan worden geëxamineerd, moet dat dan op het diploma worden vermeld?

Als een keuzedeel niet met een examen kan worden afgesloten, is er geen resultaat om te vermelden op de cijferlijst, behorend bij het diploma. Dit wordt uiteraard ook niet op het diploma zelf vermeld, aangezien niet behaald. Het is raadzaam dit wel aan te tekenen in het diplomadossier van de student. Aangezien er geen resultaat is kan ook geen resultaat van keuzedeel worden meegenomen naar een vervolgopleiding. Dit betekent dat op basis van het behaalde diploma geen vrijstelling zal zijn gebaseerd op betreffende keuzedeel. 

Bpv - stages

Mogen stagiaires in de cruciale sectoren buiten de bpv om ingezet worden als werknemer of vrijwilliger?

Ja dat mag: zie servicedocument aanpak Corona mbo. De huidige crisis zet de bestaande regelgeving, waaronder de cao, niet opzij maar kan worden overruled door overheidsrichtlijnen of –adviezen. Wordt de stagiair gevraagd als vrijwilliger te helpen in bijvoorbeeld een zorginstelling, dan dient de zorginstelling voor deze relatie aparte afspraken te met de student, bijvoorbeeld over aansprakelijkheid. De zorginstelling zorgt dat het voor de student duidelijk is dat aan deze vrijwillige werkzaamheden geen beoordeling is gekoppeld en dat het geen voortzetting betreft van eerder gevolgde onderwijsactiviteiten.

Hebben de bijzondere maatregelen consequenties voor de juridische werking van de praktijkovereenkomst?

De huidige crisis heeft geen gevolgen voor de praktijkovereenkomsten voor bol en bbl. Die blijven gewoon gelden. Wordt de bpv tijdelijk stilgelegd, dan kan de praktijkovereenkomst ongewijzigd in stand blijven. Wordt de bpv stopgezet, dan dient het leerbedrijf of de school de praktijkovereenkomst op te zeggen.

Is het bedrijf of de school tijdens de stage verantwoordelijk voor de veiligheid van de student?

Ook tijdens de coronacrises gelden de volgende regels. Het leerbedrijf is primair verantwoordelijk voor de veiligheid van de student tijdens de stage omdat een stagiair op dit punt wordt gelijkgesteld met een werknemer. De school heeft een aanvullende zorgplicht: de school begeleidt de stage en is beschikbaar bij vragen, of voor signalen van studenten, Bij misstanden dient de school de stage te beëindigen, SBB in te schakelen en een vervangende stage te zoeken. Zie hiervoor ook het servicedocument Praktijkovereenkomst van de MBO Raad.

Gelden er nu speciale regels voor bpv-vertraging?

Voor bpv-vertraging: zie het servicedocument aanpak Corona mbo. Studievertraging met betrekking tot het begeleide onderwijs moet in beginsel worden ingehaald tenzij dit op grond van overheidsrichtlijnen of studievoortgangsregeling van de school zelf anders is geregeld. Zie ook FAQ Toetsing en examinering.

Kunnen de BPV-begeleiders hun BBL- en BOL-studenten nog bezoeken in de leerbedrijven?

Ja, de reguliere begeleiding kan doorgaan zolang de regel is dat onderwijs bij de leerbedrijven kan doorgaan (zie servicedocument aanpak Corona mbo) en het leerbedrijf hier geen bezwaar tegen heeft. Het heeft wel de voorkeur om een andere vorm te kiezen voor de begeleiding, bijvoorbeeld telefonisch of via skype.

Hoe gaan we bij afstandsonderwijs om met aan- en afwezigheid van studenten?

Scholen spannen zich in om het afstandsonderwijs zo in te richten dat het meten van presentie of deelname mogelijk is. Daarbij geldt wel dat scholen niet gehouden zijn aan het onmogelijke. Het blijft ter beoordeling van de school wat geoorloofd en ongeoorloofd verzuim is. 

Hoe gaan we om met studenten die (lang) met OV moeten reizen naar stagebedrijven?

Gaat de BPV door onder de voorwaarden zoals opgenomen in het servicedocument aanpak Corona mbo, dan gelden in principe de regels van het leerbedrijf. De student heeft echter het recht om tijdelijk geen stage te volgen indien dit naar zijn/haar opvatting tot een te risicovolle situatie leidt. Als de student besluit de stage te onderbreken, informeert hij/zij de school en het leerbedrijf.

In de zorg worden de BBL-studenten tijdens de bpv juist ook op lesdagen ingezet in de praktijk. Hoe wordt er omgegaan met de BIG-registratienorm?

De BIG-urennorm is een wettelijke eis. Tenzij de overheidsrichtlijnen veranderen, moeten de gemiste uren worden ingehaald. 

Waar kunnen de student (en/of ouders) vragen en problemen over Corona in relatie tot de stage melden?

Problemen tijdens de BPV over het onderwijs kunnen worden gemeld aan de school. Problemen over de veiligheidssituatie op het leerbedrijf moeten zowel aan de begeleider vanuit school worden gemeld als aan SBB via het contactformulier. SBB onderzoekt de klacht en heeft contact met de melder voor eventueel aanvullende informatie. Daarna is er contact met het leerbedrijf en de school. SBB informeert de melder over de afhandeling van de klacht. 

Wat zijn de gevolgen voor de afronding van (praktijk)opdrachten als de student de stage afbreekt?

Voor het volgende antwoord doet het er niet toe of het afbreken van de stage het gevolg is van een keuze van de student zelf of van het sluiten van een leerbedrijf. Het is aan het onderwijsteam te beoordelen of leerdoelen en praktijkopdrachten afgerond kunnen worden, zonder dat de uren geheel gemaakt worden. Als dat niet zo is, zal de beroepspraktijkvorming (later) ingehaald moeten worden, ook als dat leidt tot een langere opleidingsduur. Als voor de student een vervangende BPV-plek nodig is, kunnen studenten, ouders of de school een melding doen bij SBB. Een adviseur van SBB kijkt dan samen met de school of er een vervangende reeds erkende stageplek in de buurt beschikbaar is.

Waar zijn vervangende stages te vinden?

Via www.stagemarkt.nl zijn stages en leerbanen bij erkende leerbedrijven te vinden. Als gevolg van de Corona is het mogelijk dat stages en leerbanen tijdelijk niet beschikbaar zijn. Kan een student geen stageplaats vinden? Geef de melding door aan SBB via deze link. Samen met de school kijkt SBB of er in de regio een stage of leerbaan beschikbaar is bij één van de erkende leerbedrijven. 

 

Hoe gaan we om met de eis dat de BPV met voldoende moet worden afgerond als de student geen stage (meer) kan lopen? Mogen voorgaande beoordelingen meetellen?

De BPV kan als voldoende worden beoordeeld wanneer de vooraf afgesproken leerdoelen zijn behaald. Die wordt aangetoond door de afgeronde leertaken en opdrachten. In deze situatie is het aan het onderwijsteam te beoordelen of leerdoelen en praktijkopdrachten afgerond kunnen worden zonder dat de uren geheel gemaakt worden. Het leerbedrijf wordt betrokken bij de beoordeling. Indien voor die beoordeling bewijsmiddelen uit een voorgaande BPV kunnen worden gebruikt dan is hier geen bezwaar tegen. 

Hoe om te gaan met keuzedelen in de BPV? Mag er een alternatieve vorm gekozen worden (bijv. werkstuk, verslag, uitgewerkte les) als het in de BPV niet kan?

Ja, in principe wel, maar keuzedelen móeten gevolgd worden. Keuzedelen verzorg je in begeleide onderwijstijdBPV of zelfstudie. Keuzedelen moeten een examenresultaat opleveren. Het is aan de school om te bepalen hoe dit resultaat vorm wordt gegeven. In het belang van de student is het ook mogelijk om een alternatieve, onderwijskundige invulling van het keuzedeel te kiezen als vormgeving via de BPV niet lukt. Ook is het mogelijk de student een ander, beter uitvoerbaar keuzedeel, aan te bieden.  

Wat moet de school doen wanneer een leerbedrijf nog niet is erkend door SBB vanwege het coronavirus?

De tijd waarin een student stageloopt bij een bedrijf dat geen leerbedrijf is kan niet worden beschouwd als BPV. SBB heeft aangegeven dat zij voorlopig geen erkenningen afgeven voor nog niet erkende leerbedrijven. SBB adviseert scholen om studenten zo veel mogelijk bij bestaande leerbedrijven te plaatsen. Aanvragen voor uitbreiding van erkenningen van reeds bestaande leerbedrijven handelt SBB zo snel mogelijk via telefoon of skype af. Is het niet mogelijk is om een erkend leerbedrijf te vinden, dan moet worden bekeken of de student de tijd kan benutten door op andere wijze te werken aan de leerdoelen en praktijkopdrachten. Als dit niet kan of lukt zal de vertraging moeten worden ingehaald.

Welke gevolgen heeft het tijdelijk stoppen van de bpv voor de subsidieregeling praktijkleren?

Het is op dit moment nog niet helder wat de gevolgen zijn van de coronacrisis voor de subsidieregeling praktijkleren. Hierover volgt nader overleg. Meer informatie vindt u ook op www.rvo.nl 

Kan een leerbedrijf een stagiair nu verplichten om (extra) werkzaamheden te doen?

Een leerbedrijf kan een stagiair niet verplichten om extra werkzaamheden te doen die buiten de in de praktijkovereenkomst afgesproken opdrachten, leerdoelen en werktijden vallen. Een uitzondering hierop is wanneer de stagiair tevens een arbeidsovereenkomst heeft met het leerbedrijf. Dat is in de bbl gangbaar, en in de bol niet. Maar een bol-student kan een arbeidsovereenkomst hebben met het leerbedrijf. Is er een arbeidsrelatie, dan kan het bedrijf wel vragen om extra werkzaamheden te doen. Het leerbedrijf kan ook met de student afspreken dat hij/zij extra werkzaamheden verricht buiten de BPV om. Ons advies is om hier aparte afspraken over te maken. Bijvoorbeeld in een arbeidsovereenkomst of een vrijwilligersovereenkomst. Het is belangrijk dat de school de student goed informeert wat er verwacht mag worden.  

Verblijf in het buitenland

Kunnen IBPV-studenten hun buitenlandstage vervolgen in Nederland?

Ja, in het onderwijs- en examenreglement is opgenomen welke leerdoelen (kerntaken en werkprocessen) een student in zijn bpv dient te halen. Kunnen deze leerdoelen tijdens de buitenlandstage niet worden afgerond, dan kan een nieuwe bpv in het binnenland worden gezocht. Het beëindigen van de bpv wordt verder afgehandeld als een reguliere beëindiging of als een tijdelijk uitstel. Zie hiervoor de reguliere afspraken in het servicedocument aanpak corona mbo.

Waar vind ik algemene informatie over reizen van en naar het buitenland?

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/veelgestel...

Mogen buitenlandse studenten uit besmette gebieden in Nederland studeren of stagelopen?   

Of een stage door kan gaan of niet is een afweging die scholen of werkgevers zelf moeten maken in samenspraak met de instanties ter plekke. Per situatie moet dat bekeken worden. De medische situatie en veiligheid ter plekke spelen hierbij een rol. Neem eventueel contact op met uw regionale GGD. Mochten studenten of stagiairs naar Nederland afreizen, dan is goede voorlichting belangrijk (zie www.rivm.nl/covid19).

Hoe om te gaan met deadlines voor Erasmus+ aanvragen?

Diverse deadlines van de programmaonderdelen van Erasmus + zijn als gevolg van de Corona crisis opgeschoven. Zie hiervoor ook https://www.erasmusplus.nl/actueel/nieuws/update-coronavirus  

 

Internationale mobiliteit, kan dat weer?

Zie hiervoor de handreiking van het bestuur MBO Raad en de bijbehorende basistoets Internationale stage en een model verklaring Internationale BPV studiejaar 20-21.

Leerweg BOL - BBL

Welke voorziening is er om arbeidscontracten van BBL’ers tijdelijk aan te passen?

De overheid faciliteert werktijdverkorting: https://www.uwv.nl/werkgevers/tijdelijk-minder-werk/detail/werktijdverkorting. Een BBL-student heeft een arbeidsovereenkomst en dus dezelfde rechten als een reguliere werknemer. 

Kan een student nu overstappen van BBL naar BOL?

Een  BBL’er  heeft vrijwel altijd een arbeidsovereenkomst. Het gesprek over het  eventueel  aanpassen of ontbinden van de arbeidsovereenkomst is een zaak van de student en het leerbedrijf.  De school heeft daar geen rol in. Verandert de arbeidsrelatie tussen leerbedrijf en  BBL’er  (ontslag nemen of krijgen, minder gaan werken), dan  is in de vorm van maatwerk een switch van BBL naar BOL  mogelijk. Echter, een student  kan  alleen op individueel niveau  worden  overgeschreven. Voor groepen raden we een switch van BBL naar BOL af: ook de BOL  staat de  komende tijd  onder druk omdat nu geen onderwijsactiviteiten plaatsvinden op de locaties van mbo-scholen (uitzonderingen daargelaten).  

Advies is dat scholen o ok geen  initiatief nemen om studenten over te schrijven van  BBL  naar  BOL, met als mogelijk gevolg dat het bedrijf dan de arbeidsovereenkomst van de student aanpast of ontbindt.  

Bij een switch moet de student zich ervan bewust zijn dat hij/zij niet automatisch in aanmerking komt voor studiefinanciering. Dat is afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Omdat een  BBL’e r een arbeidsovereenkomst heeft, kan het leerbedrijf deeltijd-ww  voor de  BBL’-er aanvragen.  

Informatie over studiefinanciering:  

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/middelbaar-beroepsonderwijs/vraag-en-antwoord

Wat te doen als de student de BBL-plaats (en arbeidsovereenkomst) verliest?

Iedere school hanteert een procedure en termijn als een student gedurende zijn BBL-opleiding zijn arbeidscontract bij een leerbedrijf moet opzeggen. De inzet is het vinden van een nieuw leerbedrijf. Het is en blijft zaak dat een school de student eerst ondersteunt bij het vinden van een nieuw leerbedrijf. Zolang er nog een reëel uitzicht bestaat op het vinden van een nieuwe plek is het in deze crisis zaak om meer tijd te nemen hiervoor. Laat de student vooral ingeschreven staan. Er vindt nog nader overleg plaats met OCW en de Inspectie over hoelang deze periode maximaal mag duren. Een en ander is ook afhankelijk van de ontwikkelingen gedurende de komende weken.

VSV, onderwijstijd, studieadvies

Wat als studenten noodgedwongen uit hun cohort lopen?

De maatregelen als gevolg van de crisis kunnen leiden tot studievertraging. Deze studievertraging zal later ingehaald dienen te worden. Studenten blijven gewoon bekostigd in deze inhaalperiode. In overleg met de Inspectie van het Onderwijs wordt bezien hoe wordt omgegaan met de opbrengsten, VSV en rendementen.

Hoe moeten we omgaan met onvoldoende onderwijstijd? Tellen online-uren en thuiswerkuren ook mee voor onderwijstijd?

Het kabinetsbesluit over sluiting van de locaties van de mbo-scholen betekent dat het wettelijke aanbod van onderwijstijd niet meer kan worden gehaald. Dit is overmacht. In plaats daarvan hebben scholen nu een inspanningsplicht om zoveel mogelijk onderwijs in andere vormen aan te bieden, waaronder afstandsonderwijs. Eerdere communicatie in Ruimte in Regels en op de site van de Onderwijsinspectie spreekt voor zich en verandert niet. De inspectie doet geen onderzoek naar Onderwijstijd, tenzij er aanleiding is omdat er signalen zijn. Uiteraard gaat inspectie niet alsnog handhaven in tijden van Corona.

Hoe dienen scholen om te gaan met voorwaardelijke overgangsadviezen?

Heeft een opleiding onvoldoende beeld om een student een betrouwbaar advies af te geven, dan dient het advies te worden uitgesteld op basis van het ontbreken van resultaten. Scholen hebben tot 12 maanden na de start van de opleiding (bij meerjarige opleidingen) om een advies te geven. In deze tijden van crisis wordt van scholen verwacht om terughoudend te zijn bij het afgeven van een BSA. 

Educatie en inburgering

Hoe gaan roc's om met het laten doorgaan van inburgeringscursussen en de educatie-lessen?

Het Netwerk Inburgering en Educatie heeft een community via het Extranet van de MBO Raad opgezet om kennis en informatie met elkaar te delen. De scholen hebben daarvoor een uitnodiging ontvangen.

Welke mogelijkheden zijn er voor facturering van lessen inburgering?

De lessen op locatie zijn weer opgestart. Daarnaast kunnen nog lessen op afstand worden verzorgd. De exacte voorwaarden voor facturering staan beschreven in servicedocument versie 4 op de website van Blik op Werk

Blijven gemeenten hun contracten voor inburgering en educatie (sociaal domein) nakomen?

De VNG roept alle gemeenten op de aanbieders met wie ze een contract hebben, te blijven betalen. Zo dragen gemeenten eraan bij dat de dienstverlening gecontinueerd kan worden en dat aanbieders niet in acute financiële problemen komen. 

Letterlijke tekst: Wij roepen gemeenten op de aanbieders met wie ze een contract hebben, te blijven betalen: ook als er een andere of beperkte prestatie kan worden geleverd. Op die manier zorgen we ervoor dat het zorglandschap intact blijft. VNG is in gesprek met het Rijk over vergoeding door het Rijk van eventuele extra kosten die gemeenten hierbij maken. Zorgverzekeraars hebben eenzelfde soort afspraak met het Rijk.

Ontvangen cursusaanbieders nog geld van de gemeente?

De VNG heeft gemeenten opgeroepen de aanbieders met wie ze een contract hebben, voorlopig te blijven betalen. Zo dragen gemeenten eraan bij dat de dienstverlening gecontinueerd kan worden en dat aanbieders niet in acute financiële problemen komen. Afhankelijk van de afspraken die aanbieders met gemeenten hebben gemaakt, is soms ook verlenging van de contractduur of subsidieperiode mogelijk.

Mogen aanbieders klassikale lessen vervangen door online lessen?

De wet stelt geen beperkingen aan de wijze waarop de lessen worden aangeboden. Aanbieders hebben hier mogelijk wel met gemeenten afspraken over gemaakt. Aanbieders die klassikale lessen willen vervangen door online lessen moeten dit dus met de gemeente overleggen. Ook is digitaal lesaanbod wellicht niet voor alle cursisten geschikt. Dit geldt bijvoorbeeld voor cursisten met lage digitale vaardigheden of voor cursisten zonder toegang tot (geschikte) digitale leermiddelen zoals een computer, laptop of tablet.

Gaat de aanbesteding van de gemeente nog door?

De financiering die gemeenten ontvangen van de Rijksoverheid loopt door. Gemeenten maken zelf de afweging in hoeverre de huidige situatie invloed heeft op hun aanbestedingen en subsidieverlening.

 

Wat betekenen de COVID-19 maatregelen voor de implementatie van andere landelijke maatregelen?

De uitwerking van de verschillende landelijke maatregelen, zoals de invoering van een nieuw kwaliteitssysteem, de nieuwe landelijke monitor, het nieuwe expertisecentrum en de verschillende subsidieregelingen loopt door. Gemeenten en cursusaanbieders worden over de inhoud, planning en fasering van de verschillende maatregelen geïnformeerd via de website www.telmeemettaal.nl. Ook vinden er geregeld (online) bijeenkomsten plaats waar nadere informatie wordt gegeven. Deze bijeenkomsten worden aangekondigd via de nieuwsbrief van Tel mee met Taal. Inschrijven kan via http://www.telmeemettaal.nl/nieuwsbrief/

Wat gebeurt er met gemeenten die hun WEB-budget in 2020 niet opmaken?

Gemeenten mogen tot 25 % van hun WEB-budget van 2020 doorschuiven naar 2021. De verantwoording verloopt op reguliere wijze via het Single Audit Single Information (SiSa)-systeem. Aanvullende middelen voor de regionale coördinatie en aanpak van laaggeletterdheid die gemeenten dit jaar als decentralisatie-uitkering ontvingen, kunnen desgewenst volledig naar 2021 worden doorgeschoven. Hierover hoeft geen verantwoording te worden afgelegd.

Vavo

Hoe gaan we om met de geplande examinering van onze vavo-studenten?

De brief “Maatregelen examens voortgezet onderwijs vanwege het corona virus” van 17 maart 2020, beschrijft hoe scholen kunnen omgaan met de schoolexamens VO. In deze brief staat vermeld dat maatregelen ook gelden voor vavo-leerlingen.

Mogen ook vavo-studenten die zouden opgaan voor één of meerdere certificaten vanaf 18 maart a.s. starten met hun schoolexamens?

Ja. Dit geldt voor alle vavo-studenten die dit jaar examen doen, ongeacht of ze opgaan voor een volledig diploma of voor losse certificaten.

Gaan de centrale examens vavo dit jaar door?

Nee, dit jaar worden er geen centrale examens (vo en) vavo afgenomen. Meer informatie vindt u in de brief van minister Slob: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/veelgestelde-vragen-over-coronavirus-en-het-onderwijs/examens 

Wat moeten scholen doen als ze het PTA willen aanpassen?

Uit de Kamerbrief van de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 17 mrt: 

Scholen hebben voor het aanpassen van het PTA de instemming nodig van de MR, wat ook digitaal kan. In deze bijzondere situatie doe ik mede namens genoemde partijen een beroep op de medezeggenschapsraad om hun medewerking hieraan zo spoedig mogelijk te verlenen. Zij maken van wijzigingen van het PTA ook melding bij de Inspectie van het Onderwijs.’ Voor mbo-scholen kan voor ‘MR’ ‘OR’ worden gelezen. 

Hoe moeten scholen toetsen op afstand afnemen, als fysiek afnemen echt niet mogelijk is dit schooljaar?

Indien nodig kan het PTA zo worden aangepast dat het onder andere mogelijk is om toetsen in een andere vorm af te nemen, bijvoorbeeld via (beeld)bellen. Na een aanpassing van het PTA moeten minimaal de voor het schoolexamen verplichte eindtermen nog steeds zijn opgenomen. Voor aanpassingen van het PTA is instemming van de MR/OR nodig. De wijziging moet gemeld worden bij de inspectie.  

Mogen de SE-toetsen nog steeds op school afgenomen worden?

Binnen huidige maatregelen kan en mag dat nog steeds, ook fysiek op de locatie mits veiligheid en naleving binnen kaders RIVM gegarandeerd kan worden. Het Servicedocument voor vo, vavo- en vso-scholen van 27 maart 2020 stelt: resterende schoolexamens mogen, met in achtneming van de richtlijnen van het RIVM, fysiek op school worden afgenomen. 

Mag met een dit jaar behaald certificaat (middels een SE-cijfer) volgend jaar worden ingezet als certificaat waarmee kan worden gediplomeerd?

Op dit moment wordt de tijdelijke slaag-zakregeling voor schooljaar 2019-2020 uitgewerkt. Deze vraag wordt hier meegenomen in de uitwerking hiervan. Zodra hier duidelijkheid over is, informeren we de scholen. 

Wat zijn de effecten op de instroom volgend schooljaar?

Is nu nog niets over te zeggen; dit is mede afhankelijk van uitspraken kabinet en de duur van de coronamaatregelen. 

Hoe kunnen scholen omgaan met klachten, beroepsmogelijkheden, in het geval nu, zonder 2e corrector?

Dit punt wordt momenteel uitgewerkt. In de brief aan de kamer is aangekondigd dat er een handreiking komt. Er wordt zo snel mogelijk over gecommuniceerd.  

Een student had in eerder schooljaar een te laag gemiddelde voor zijn CE. Kan deze student onder de nieuwe regels nu wel geslaagd zijn?

Op dit moment wordt de tijdelijke slaag-zakregeling voor schooljaar 2019-2020 uitgewerkt. Deze vraag wordt hier meegenomen in de uitwerking hiervan. Zodra hier duidelijkheid over is, informeren we de scholen. 

Zijn er aanvullende eisen voor schoolexamens, bijvoorbeeld voor moderne vreemde talen, tekenen vwo en het vmbo?

De eindtermen die normaal gesproken in het centraal examen worden getoetst hoeven, nu het centraal examen komt te vervallen, niet aan het PTA te worden toegevoegd. Zie ook het Servicedocument 27 maart

Mag een PO nu worden herkanst als deze te laat ingeleverd is en beoordeeld met 1?

Hierbij hanteert u in eerste instantie de normale procedure, zoals opgenomen in PTA en Examenreglementen. Eventueel kan het PTA hierop alsnog worden aangepast. Daartoe moet er een akkoord zijn van de OR en een melding bij de inspectie.  

Hoe om te gaan met (extra) inhaal- en herkansingsregelingen?

Hierbij hanteert de school in eerste instantie de normale procedure, zoals opgenomen in PTA en Examenreglementen. Eventueel kan het PTA hierop alsnog worden aangepast. Daartoe moet er een akkoord zijn van de OR/MR en een melding bij de inspectie.  

Komt er een centrale mogelijkheid om te herkansen?

De herkansingen die in het PTA zijn opgenomen, kunnen in de komende periode worden afgerond, waarna de eindcijfers voor de verschillende vakken worden vastgesteld. 

In overleg met belanghebbende partijen wordt de mogelijkheid en organiseerbaarheid van een aanvullende herkansing bezien en van een centrale mogelijkheid. Dit betreft dan een herkansingsmogelijkheid die plaatsvindt na afronding van de schoolexamens conform het PTA en de vaststelling van de eindcijfers en is bedoeld voor leerlingen die op basis van hun schoolexamencijfers gezakt zouden zijn. Scholen en leerlingen worden zo snel mogelijk geïnformeerd over: of en, zo ja, in welke vorm deze toets er dan komt. 

Hoe verloopt de bekostiging van de vavo op basis van resultaten van dit jaar?

Het vavo wordt bekostigd op basis van: 

  • Het aantal deelnemers dat op 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar aan de desbetreffende instelling is ingeschreven voor een opleiding vavo en daadwerkelijk die opleiding volgt. 
  • Het aantal vakken van het eindexamen of deeleindexamen dat in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar bij de desbetreffende instelling is afgesloten met een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering door bij die instelling ingeschreven deelnemers vavo. 
  • Het aantal diploma’s vavo dat in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het bekostigingsjaar door de examencommissie van de desbetreffende instelling is afgegeven aan bij die instelling ingeschreven deelnemers vavo. 

Voor de bekostiging tellen de vakken mee die met een eindcijfer 6 of hoger of een daarmee overeenkomende waardering worden afgesloten. Daarbij maakt het niet uit of er een SE en CE heeft plaatsgevonden of alleen een SE. Bij de diploma’s worden alle diploma’s meegenomen die door de examencommissie van de desbetreffende instelling is afgegeven. Ook hiervoor maakt het niet of er wel of geen CE heeft plaatsgevonden. 

BSA

Als scholen meer tijd nodig hebben om een BSA af te geven, wat betekent dit dan voor de 8 weken zorgplicht die de school heeft?

Die zorgplicht blijft bestaan. Definitieve uitschrijving van een kwalificatieplichtige student vindt niet eerder plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere school bereid is gevonden de student toe te laten. Pas indien aantoonbaar gedurende 8 weken zonder succes is gezocht naar een school waarnaar kan worden verwezen, kan de student wegens een BSA worden uitgeschreven. De 8wekentermijn start vanaf het moment dat tot een BSA wordt besloten en de school begint met het zoeken naar alternatieven. In deze tijden van crisis wordt van scholen verwacht om zeer terughoudend te zijn bij het afgeven van een BSA.

Leren op afstand

Waar kan ik meer informatie vinden om mijn leren op afstand beter in te richten

Je kunt extra informatie vinden op mbo.lesopafstand.nl en surf.nl

Verzuim en onderwijs

Moeten scholen ongeoorloofde afwezigheid van studenten bij afstandsonderwijs ook registreren en melden richting RMC?

Vanaf studiejaar 2020-2021 dient ongeoorloofd verzuim weer op de reguliere manier te worden gemeld, voor zowel leer- en kwalificatieplichtige jongeren, als voor jongeren tussen de 18 en 23 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.

De school moet duidelijk communiceren naar de student welke onderdelen van het onderwijsprogramma op locatie en online/afstand hij/zij verplicht is om te volgen. Scholen moeten het ongeoorloofd verzuim bij verplicht online- en afstandsonderwijs melden.

BPV-uren zijn onderdeel van het verplichte onderwijsprogramma; ook daarvoor geldt dat ongeoorloofd verzuim moet worden gemeld.

Heeft een scholen zorgen over een student (hij/zij ontbreekt bijvoorbeeld bij de start van het studiejaar of volgt ondanks geboden ondersteuning het onderwijsprogramma niet en dreigt uit beeld te raken), dan kan ook bij ongeoorloofd verzuim van minder dan 16 uur in 4 weken een verzuimmelding worden gedaan (‘overig verzuim’).

Hoe weet de school of een student daadwerkelijk ziek is?

Bij twijfel is het verstandig om daarover met de verzuimende student te spreken. Als er duidelijk bewijs is dat de student ongeoorloofd heeft verzuimd, kan en mag de school hier natuurlijk op de reguliere wijze op reageren.

Wat als een student op vakantie is geweest naar een rood of oranje gebied?

Voor ‘oranje landen’ en ‘rode landen’ geldt een negatief reisadvies (alleen noodzakelijke reizen). Een student die terugkomt uit een oranje of rood land wordt dringend geadviseerd 10 dagen in thuisquarantaine te gaan. De school hoeft dan geen verzuimmelding te doen. Dit geldt voor leer- en kwalificatieplichtige studenten en studenten tussen de 18 en 23 jaar zonder startkwalificatie. Het belang van de volksgezondheid is hierbij doorslaggevend.

De school hoeft ook geen verzuimmelding te doen wanneer de student terugkomt uit een land waarvan de code reisadvies tijdens het verblijf is gewijzigd naar oranje of rood (waarna de student conform het advies van het kabinet in thuisquarantaine gaat).

Mag een student met een (familielid met een) kwetsbare gezondheid thuisblijven?

Als de student in deze omstandigheden voor het verplichte deel van het onderwijsprogramma dat fysiek wordt gegeven niet naar school kan, is het van belang dat de school zoveel als mogelijk een maatwerkoplossing biedt aan de student. Daar zijn dus ook grenzen aan. Zolang de student dit voor hem/haar ingerichte maatwerkonderwijs daadwerkelijk volgt, is er geen sprake van ongeoorloofd verzuim.

Doorstroom mbo-hbo

Hoe kan voorkomen worden dat een mbo-student door de te verwachten studievertraging volgend studiejaar niet aan zijn hbo-opleiding kan beginnen?

De hogeschool kan deze student toch al toelaten tot haar onderwijs. Het gaat dan om de mbo-student die door deze crisis nog één of enkele kleine vakken niet heeft kunnen afronden voor 1 september dan wel in de afronding van beroepspraktijkvorming zit en dat wel voor 1-1-2021 kan doen. Na mbo-diplomering vindt dan formele inschrijving plaats; als het mbo-diploma niet voor 1-1-2021 wordt behaald, zal hij alsnog van de hbo-opleiding af moeten.    

Wat zijn de afspraken voor doorstroom van mbo naar hbo?

Studenten die door de coronacrisis een beperkt deel van de opleiding niet tijdig hebben kunnen afronden, kunnen toch tot een hbo-opleiding worden toegelaten en in september starten. De student heeft vervolgens tot 1 januari 2021 de tijd om ook het mbo-diploma af te maken. Informatie over deze afspraak is te vinden in: 

Wat moet worden opgenomen in het afrondingsadvies van de mbo-school?

In zowel het servicedocument aanpak corona voor het mbo als dat voor het hoger onderwijs is informatie opgenomen over het afrondingsadvies. Deze wijken iets van elkaar af, maar uit beide servicedocumenten blijkt dat over het afrondingsadvies het volgende is bepaald: 

  • De mbo-school stelt dit op vóór 15 augustus. 
  • Het afrondingsadvies is onderbouwd en beantwoordt de vraag of in redelijkheid verwacht mag worden dat de student voor 31 december 2020 de betreffende mbo-opleiding afrondt, gegeven de eisen die door de beoogde vervolgopleiding in de propedeuse worden gesteld.  
  • Uit het mbo-servicedocument volgt dat het wordt opgesteld door de examencommissie. 
  • Uit het ho-servicedocument volgt dat de studievertraging op het mbo het gevolg is van de coronacrisis. 
Welke waarde heeft het afrondingsadvies?

Het afrondingsadvies speelt bij de beoogde vervolgopleiding een zwaarwegende rol. Aanvullend kan de hbo-opleiding ervoor kiezen om aan de student te vragen om voorafgaand aan de start van de opleiding aan de eisen van de studiekeuzecheck bij de hbo-opleiding te voldoen. Indien het advies van de mbo-opleiding en het advies na de studiekeuzecheck niet overeenkomen zullen de mbo- en hbo-opleiding (in de meeste gevallen volgens een op regionaal niveau tussen de scholen afgesproken wijze) met elkaar in overleg treden om al dan niet toelating mogelijk te maken. 

Zijn mbo-scholen verplicht om de 'Handreiking voorwaardelijke toelating' van de VH te volgen?

Nee. De servicedocumenten aanpak corona mbo en hbo zijn leidend voor de omgang met de doorstroom mbo naar het hbo. Op 25 mei 2020 heeft de Vereniging Hogescholen een 'Handreiking voorwaardelijke toelating' VH aan haar leden verstuurd. Het is aan de mbo-school om het afrondingsadvies op te stellen op een manier die recht doet aan beide servicedocumenten. De exacte vorm en inrichting is dus aan de mbo-school. De MBO Raad raadt mbo-scholen aan wel goed contact te zoeken/houden met hbo-scholen in de omgeving.  

Wat zijn de afspraken rondom collegegeld, studiefinanciering en bekostiging voor deze studenten?

Omdat de gemaakte afspraken over doorstroom afwijken van de ‘normale’ wettelijke regels, zijn aanpassingen in de wet nodig. Dit wordt in een ‘spoedwet Corona’ geregeld, met name als het gaat om betaling van collegegeld, studiefinanciering van de student en de bekostiging voor de instellingen. De bedoeling is dat deze wet per 1 augustus 2020 in werking zal treden. Nadere informatie volgt. 

Welke afspraken zijn er gemaakt voor doorstroom naar de Pabo?

Specifiek voor aankomende pabo-studenten geldt dat zij, wanneer zij door het niet of maar in beperkte mate doorgaan van de toetsafname, niet kunnen voldoen aan de nadere vooropleidingseisen, voorwaardelijk kunnen worden toegelaten tot de pabo. Zij hebben de verplichting voor 1 januari 2021 alsnog aan te tonen aan de gestelde eisen en toetsen te voldoen. Over de wijze waarop zullen de hogescholen studenten nader informeren.  

Financiën

Hoe moeten de scholen omgaan met de accountantscontroles en de overheidsmaatregelen?

De richtlijnen voor de fysieke controle door de accountant worden niet door specifieke onderwijsmaatregelen beheerst. Wat geldt zijn ten eerste de algemene maatregelen die voor iedere Nederlander gelden. Dit zijn de richtlijnen en adviezen van de overheid, het RIVM en de GGD. Daarnaast zijn de contractuele afspraken tussen de school en de accountant en de interne regels over de uitvoering van controles door de accountant van belang. Binnen die regels is het aan iedere school en iedere accountant om maatwerkafspraken te maken. 

Hoe gaan overheid en Onderwijsinspectie om met de consequenties van de coronacrisis voor financiën, toezicht en onderwijsopbrengsten?

De huidige crisis gaat financiële gevolgen hebben voor studenten, scholen en het bedrijfsleven. De crisis gaat ook gevolgen hebben voor de rendementen van scholen. Wat dit feitelijk betekent voor toezicht en kwaliteitsafspraken weten we op dit moment nog niet. We weten ook nog niet wat het totale effect op de doorstroom naar ons onderwijs en uitstroom vanuit ons onderwijs gaat zijn. De MBO Raad heeft regelmatig overleg met OCW en de Onderwijsinspectie. Uiteraard zullen wij onze leden van de uitkomsten op de hoogte stellen. OCW, Inspectie en MBO Raad zijn van mening dat de prioriteit nu zoveel mogelijk moet liggen bij kwalitatief goed afstandsonderwijs en het goed inrichten van online-examens en praktijkexaminering tot de zomer, waarbij de richtlijnen van RIVM gevolgd worden én de civiele waarde van het diploma goed overeind blijft.  

Privacy

Is een werknemer verplicht aan zijn werkgever te melden dat hij het coronavirus heeft?

De werknemer is ook bij een besmetting met corona niet verplicht de aard van de ziekte te melden aan zijn/haar werkgever. Maar in deze bijzondere situatie is het verstandig dat wel te doen. Dit helpt een werkgever om ervoor zorg te dragen dat de werknemer én andere collega’s in een veilige en gezonde werkomgeving kunnen werken.

Als een werknemer in contact staat of kortgeleden heeft gestaan met een persoon die besmet is met het coronavirus, moet hij/zij dit ook meteen melden bij de werkgever. Dit is geregeld in artikel 9 van de Ziekte en arbeidsongeschiktheidsregeling van de cao mbo (bijlage F). Zie voor meer informatie over corona en privacy van de werknemer de website van de Autoriteit Persoonsgegevens en in vragen en antwoorden elders op deze site.

Werkgever en privacy

Wat mag een werkgever nu verwerken van gezondheidsgegevens?

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) bepaalt dat het digitaal of op papier documenteren (verwerken) van gezondheidsgegevens van werknemers verboden is, tenzij er sprake is van een grondslag (art. 6 AVG) of een uitzondering (art. 9 AVG). In geval van een uitzonderingssituatie moet de verwerking effectief zijn voor het te bereiken doel (proportionaliteit). Een uitzondering is dat werkgevers wél gezondheidsgegevens mogen verwerken als dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van wettelijke verplichtingen op het gebied van arbeidsrecht. Denk bijvoorbeeld aan de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. Werkgevers moeten weten of sprake is van ziekte (= een gezondheidsgegeven) om aan deze verplichting te kunnen voldoen. Ze mogen echter niet méér registreren dan dat de werknemer ziek is. De verwerking van verdere informatie over de aard van de ziekte is voorbehouden aan de bedrijfsarts.

Is het voorkómen van de verdere verspreiding van het coronavirus een uitzonderingssituatie voor het verwerken van persoonsgegevens?

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP), de Nederlandse privacy-waakhond, stelt zich op dit punt kritisch op. In reactie op vragen over het coronavirus geeft de AP aan dat door werkgevers enkel in ‘heel uitzonderlijke gevallen’ bijzondere persoonsgegevens mogen worden verwerkt. Hieruit kan worden afgeleid dat de AP vindt dat de wettelijke plicht om te zorgen voor een veilige werkomgeving niet zover strekt dat werkgevers bij een virus-uitbraak wél allerlei gezondheidsgegevens mogen verwerken. Daarnaast zijn er veelal (betere) en meer proportionele alternatieven voorhanden. Denk bijvoorbeeld aan het nemen van hygiënemaatregelen en het eerder inschakelen van de bedrijfsarts.

Wanneer mogen gezondheidsgegevens wel worden besproken of gedocumenteerd?

Op zich is het op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) niet verboden om ziekteverschijnselen mondeling te bespreken of gezondheidsgegevens te documenteren die niet herleidbaar zijn naar een specifiek persoon. Dit lijkt op het eerste gezicht ruimte te bieden om buiten de AVG om werknemers te vragen naar ziektesymptomen en misschien zelfs ‘aan de poort’ (preventief) te controleren op koorts.

Maar: ook als de AVG niet van toepassing is, geldt nog steeds dat de werknemer recht heeft op privacy en dat een werkgever niet zomaar inbreuk mag maken op dit recht. Van werkgevers wordt verwacht dat (privacy)gevoelige informatie alleen wordt verwerkt als het belang van de werkgever om dit te doen zwaarder weegt dan het algemene grondrecht van de werknemer op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer én als het nodig is (effectief is) om het beoogde doel te bereiken.

Mag een werkgever (preventief) controleren op koorts?

Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is het op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) verboden om met bijvoorbeeld koortsscanners (preventief) de temperatuur op te nemen bij werknemers. Werknemers mogen dat volgens de AP dan ook weigeren. Tip: overweeg alternatieven zoals werknemers die recent in risicogebieden zijn geweest thuis laten werken. En/of motiveer werknemers om contact te zoeken met de lokale GGD of huisarts wanneer zij symptomen ervaren die kunnen wijzen op corona.

Mag een werkgever met een werknemer spreken over diens ziektesymptomen?

Ja, dat mag. Informatie uit zo'n gesprek mag echter niet digitaal wordt vastgelegd of in bijvoorbeeld het personeelsdossier worden opgenomen. Ook kunnen werknemers niet worden verplicht om dergelijke informatie te verstrekken.

Tip: realiseer dat een gesprek over ziektesymptomen zeer (privacy)gevoelig is, probeer dit te vermijden en te beperken.

Mag een werkgever werknemers met besmettingen registreren?

Het bijhouden van een lijst met (mogelijk) geïnfecteerde werknemers is in beginsel niet toegestaan. Dit betreft het verwerken van gezondheidsgegevens waarop het verbod uit de AVG van toepassing is.

Tip: zijn werknemers besmet met het Coronavirus? Weeg dan zorgvuldig af of het bijhouden van een lijst met besmettingen noodzakelijk is om een veilige werkomgeving te waarborgen. Waarschijnlijk kan de arbodienst worden ingeschakeld om de gezondheidsgegevens te verwerken en kan de arbodienst de werkgever voorzien van de nodige, niet medische, informatie.

Mag een werkgever collega’s informeren over een besmette collega?

Ook het delen van gezondheidsinformatie van personen met anderen valt onder het verbod uit de AVG. Wel kan in algemene bewoordingen en zonder dat bekend wordt over welke persoon het gaat, worden aangegeven dat een verhoogd risico bijvoorbeeld nieuwe maatregelen noodzakelijk maakt. Maakt een werknemer zelf gezondheidsgegevens bekend of vraagt hij/zij zelf aan de werkgever informatie over zijn/haar gezondheid met collega’s te delen, dan levert dat geen strijd op met de AVG. Wél mag deze informatie (digitaal) niet worden bewaard.

Tip: houd er rekening mee dat in de communicatie over mogelijke besmettingen geen details worden vrijgegeven waaruit de identiteit van de mogelijk getroffen persoon kan worden afgeleid.

Meer informatie op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens:

Thuiswerken en privacy

Waar moeten onderwijsgevenden op letten bij het geven van online lessen?

Bij onderwijs op afstand is de onderwijsgevende hoorbaar en zichtbaar in het huishouden van de student. Dit kan de leraar kwetsbaar maken omdat hij/zij niet weet wie er thuis meekijken/luisteren. Let op de volgende zaken:

  • Omgeving

Zijn er privacygevoelige zaken of teksten in beeld? Haal deze weg of kies een andere achtergrond. Kies een rustige omgeving waar anderen niet kunnen meekijken en/of luisteren en spreek met de studenten af dat zij dat ook doen. Dat is ook bevorderlijk voor de concentratie.

  • Gebruik van beelden/audio

Het is verstandig met studenten (en ouders) af te spreken dat het niet toegestaan is om opnames te maken van het onderwijs of de onderwijsgevende, laat staan deze beelden te delen op social media. U kunt lessen ook vooraf opnemen en als video delen: dat maakt het gemakkelijk om vooraf te checken of de lesstof goed overkomt en er geen ongewenste zaken in beeld zijn.

  • Gebruik accounts

Bij voorkeur loggen de studenten in via hun schoolaccount. Bij het aanmaken of gebruiken van een privé-account worden persoonsgegevens verwerkt. Vraag of dit wel veilig is en wenselijk is, aangezien de gegevens met derden worden gedeeld.

Welke alternatieven zijn als er geen gebruik wordt gemaakt van een schoolaccount?

Als er niet direct of indirect kan worden ingelogd vanuit huis met een bestaand schoolaccount, zal er een account via het mailadres van de student (of ouder) aangemaakt moeten worden. Hiervoor moet veelal het persoonlijke e-mailadres van de student (of ouder) door de school worden doorgegeven aan de uitgever of distributeur. Dit mag de school doen, maar het is wel belangrijk om de student (of ouders) hierover vooraf te informeren. Het e-mailadres wordt namelijk veelal gebruikt als gebruikersnaam of -iD voor het leermiddel. Let op, ouders mogen hiertegen bezwaar maken, dit is hun recht. In deze gevallen kan de school de ouders aanraden om hiervoor een apart mailadres aan te maken (bijv. Outlook of Gmail).

Zorg er ook voor dat u als schoolbestuur met de uitgevers en distributeurs een verwerkersovereenkomst hebt. Een goed model hiervoor is het model van het Privacy Convenant. Hierin moet ook de verwerking van het mailadres van ouders en studenten vermeld zijn

Waar moet de school op letten bij thuisgebruik van privé- en schoollaptops/-tablets?
  • Schoollaptops-tablets

Zorg ervoor dat laptops/tablets van de school beveiligd zijn met een wachtwoord. Het is de bedoeling dat uitsluitend de student op het apparaat werkt voor schoolwerkzaamheden. Maak hierover duidelijke afspraken met de studenten. Een tweede belangrijke afspraak is dat de student niet zelfstandig software downloadt of installeert. Daarmee voorkomt u dat er virussen of andere schadelijke software (malware) wordt geïnstalleerd.

Met medewerkers, studenten en/of ouders sluit u een bruikleen- of gebruikersovereenkomst af. Hierin staan ook afspraken over wie de laptop/tablet mag gebruiken en waarvoor.

Stelt u tweedehands laptops of tablets in bij gebrek aan voldoende eigen devices, zorg dan dat de apparaten opgeschoond en opnieuw zijn geïnstalleerd/ingericht met onder andere beveiligingssoftware.

  • Privé-laptops/-tablets

Gebruiken medewerkers/studenten thuis voor schoolactiviteiten als afstandsleren privé-laptops/-tablets, maak dan afspraken over het beveiligen van deze devices met een wachtwoord, het gebruik van een virusscanner en het automatisch/dagelijks bijwerken van beveiligingsupdates. Zo kan worden voorkomen dat bestanden met vertrouwelijke informatie of persoonsgegevens geïnfecteerd worden door virussen of in handen komen van derden (bijvoorbeeld hackers).

Specifiek voor medewerkers van de school: download geen persoonsgegevens op privé-laptops/-tablets, tenzij dit nodig is voor de bewerking ervan. In dat geval is het belangrijk om na het uploaden de bewerkte documenten te verwijderen. Let op: verwijder deze documenten ook uit de map ‘Downloads’.

Waar moeten scholen op letten bij thuisgebruik van digitale leermiddelen?

Uitgeverijen, leveranciers en/of distributeurs van digitale leermiddelen maken het over het algemeen mogelijk om digitale leermiddelen ook thuis te gebruiken. In veel gevallen gebruikt de school hiervoor een online leeromgeving. De student kan gebruik maken van de leermiddelen door in te loggen op de online leeromgeving van de school. Vaak wordt de student dan ook automatisch ingelogd voor het gebruik van het digitale leermiddel.

Het kan ook zijn dat studenten wordt gevraagd om rechtstreeks in te loggen om het digitale leermiddel te kunnen gebruiken. Ook dan zou bij voorkeur het schoolaccount moeten worden gebruikt.

De school mag het e-mailadres van studenten (en ouders) gebruiken om hen te informeren over het proces waarmee ze de digitale leermiddelen kunnen gebruiken.

BSN en ID's

Hoe moet een school omgaan bij een telefonische intake met de ID-plicht?

Bij (telefonische) intake mag de school vragen naar het BSN. De persoon in kwestie moet wel naar school komen om zijn/haar BSN definitief te laten controleren en vast te laten leggen in de administratie.

Hoe is het ID bij het afnemen van een examen op afstand te controleren?

Dit kan door de student bijvoorbeeld te vragen een kopie (foto) van zijn/haar ID via de app ‘KopieID’ van de Rijksoverheid ca. tien minuten voor aanvang van het examen per mail te verzenden. De app is gratis te downloaden.

Overig

Moet voor het opnemen van een examen toestemming aan de student worden gevraagd?

Nee. In dit geval is er vanuit de AVG bezien sprake van een ‘gerechtvaardigd belang van de school’ en is toestemming niet nodig. In sommige online programma’s – zoals Teams - is het geven van toestemming ingebouwd. In dat geval moet in dat programma toestemming gegeven worden door de student.

Welke regels gelden voor doorstroom binnen het mbo als de student de opleiding nog niet volledig heeft afgerond?

Dit is aan de mbo-school. Studenten hebben het recht op doorstroom als ze een bepaald diploma hebben (bijvoorbeeld van 3 naar 4), maar de school mag ook andere doorstroomregels hanteren. Binnen het mbo biedt de WEB hiervoor al voldoende ruimte. In artikel 8.2.1 lid 6 staat: “Het bevoegd gezag kan in bijzondere gevallen personen die niet voldoen aan de vooropleidingseis voor een basisberoepsopleiding, vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding, vrijstellen van die vooropleidingseis, indien zij bij een onderzoek hebben blijk gegeven van geschiktheid voor het desbetreffende onderwijs.” Bij doorstroom binnen het mbo hoeven dus niet dezelfde regels gehanteerd te worden als bij de doorstroom van mbo naar hbo.

Zij-instroom

Welke gevolgen heeft de coronacrisis voor zij-instromers?

Voor vragen over de gevolgen van de coronacrisis voor zij-instroom en de antwoorden daarop, verwijzen we naar de website van de Rijksoverheid over Aanpak lerarentekort.

Richtlijnen verruiming onderwijsactiviteiten

Wat dient elke school precies uit te werken en af te stemmen met de veiligheidsregio?

Elke school (ongeacht omvang en aantal locaties) dient met de veiligheidsregio in bredere zin afspraken te maken over de toegang en gebruik van de schoolfaciliteiten. Met de regionale en lokale overheid stemt u af op het geheel van openbare orde, veiligheid, OV-gebruik en reisbewegingen. Voor het OV-gebruik wordt aan dezelfde tafel afgestemd met de regionale vervoerders en de regionale contactpersonen van de NS.

In de richtlijnen mbo staat dat studenten hun gezondheidsklachten moeten bespreken met de arbo-arts. Hoe zit dit?

De richtlijn is op dit punt niet actueel. Sinds 1 juni kan iedereen, dus ook studenten en medewerkers, die klachten heeft zich direct melden bij het landelijke telefoonnummer. Zie: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/testen. Het protocol wordt op dit punt geactualiseerd. 

Welke richtlijnen gelden bij praktijkonderwijs voor contactberoepen?

Bij contactberoepen/-vakken gelden de richtlijnen van het RIVM en de brancheprotocollen die gehanteerd worden bij heropening van desbetreffende branches. Zie: https://www.mijncoronaprotocol.nl

Richtlijnen

Welke richtlijnen gelden vanaf 15 juni voor de herstart van fysieke lessen (WEB gefinancierde) volwasseneducatie?

Door de versoepeling van de maatregelen door het kabinet is per 1 juni 2020 inburgeringsonderwijs op een locatie van taalscholen (privaat dan wel onderdeel van een mbo- of ho-school) weer mogelijk. Daarbij dienen uiteraard de landelijke RIVM-regels zoals 1,5 meter afstand houden en het mijden van de spits in acht te worden genomen. Daarnaast kunnen in de noodverordeningen van de veiligheidsregio’s maatregelen staan die aanvullend zijn op de landelijke richtlijnen.

Taalscholen kunnen contact opnemen met hun veiligheidsregio om te horen wat er in de noodverordening staat. Alle taalscholen wordt geadviseerd gebruik te maken van het NRTO-protocol ‘Verantwoord naar een (bedrijfs-)opleiding en examen’. Kijk voor meer informatie en updates op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19.

Valt het inburgeringsonderwijs en volwasseneneducatie onder de mbo-richtlijnen verruiming onderwijsactiviteiten?

Nee. Inburgeringsonderwijs en volwasseneneducatie zijn officieel geen mbo-onderwijs. Cursisten tellen dus niet mee in de bepaling van maximaal 20% aanwezigen in de mbo-scholen. De start van activiteiten voor inburgeringsonderwijs en volwasseneducatie valt onder de verkondigde versoepeling van het kabinet 

Aanmeldingen studiejaar 2020 – 2021

Waar is informatie te vinden over eventuele introductieactiviteiten?

Zie hiervoor de informatie op de website van de Rijksoverheid https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/ouders-scholieren-en-studenten-kinderopvang-en-onderwijs/middelbaar-beroepsonderwijs-mbo