Waarom studenten met een zeker rekenniveau aan het mbo moeten beginnen

14-06-2018

Taal- en rekenvaardigheden zijn niet alleen essentieel om op een passend niveau een opleiding te volgen en te functioneren in de beroepspraktijk, maar ook in allerlei situaties in het dagelijks leven. In 2008 adviseerde commissie Meijerink om een doorlopende leerlijnen taal en rekenen in te voeren in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs het mbo. Deze doorlopende leerlijn moest een goede aansluiting tussen de onderwijssectoren garanderen.

Voor mbo-opleidingen op niveau 2 en 3 geldt, dat het rekenniveau dat op het vmbo is behaald, moet worden onderhouden. Om te zorgen dat beroepsopleidingen ook in de toekomst hun opdracht succesvol kunnen uitvoeren, roept de MBO Raad op om vast te houden aan de doorlopende leerlijn in het gehele onderwijs.

Hoe succesvol mbo-scholen rekenvaardigheden van studenten kunnen onderhouden, staat of valt met het niveau van de jongeren die instromen uit het voortgezet onderwijs. Over dit niveau maakt de MBO Raad zich al enige tijd zorgen. Om succesvol een beroepsopleiding af te ronden, is het noodzakelijk dat jongeren over de gevraagde referentieniveaus beschikken. Het mbo kan geen rekenvaardigheden onderhouden wanneer de mbo-scholen niet weten of deze voldoende zijn aangeleerd in het basis- of voortgezet onderwijs. 

Afstemming met basis- en voortgezet onderwijs
Veranderingen in het taal- of rekenonderwijs en de examinering hiervan hebben invloed op alle onderwijssectoren. Om die reden stemmen mbo-scholen hun beroepsopleidingen af met het basis- en voortgezet onderwijs. Zo kan iedere onderwijssector de gevraagde bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een jongere. Het rekenniveau van een leerling aan het einde van zijn of haar vmbo-examenjaar bepaalt immers welke vaardigheden mbo-scholen het jaar daarop gaan onderhouden.

Getallen, afbeelding van Flickr.com, Creative Commons-licentie, Jani Halinen
Afbeelding Flickr creative commons licentie Jani Halinen.

Eenduidigheid van uitstroomniveau
De MBO Raad is geïnformeerd over het voornemen om de centrale examens af te schaffen en scholen de mogelijkheid te geven om zelf examens te maken. Onze zorg is dat hierdoor grote diversiteit ontstaat in het uitstroomniveau van leerlingen en studenten en zo de opdracht van het mbo onder druk komt te staan. Wij hebben begrip voor de wens van scholen om examens te maken die passen bij het niveau en de kenmerken van onze leerlingen en studenten, maar hechten ook aan eenduidigheid van het uitstroomniveau. Daarom hebben we voorgesteld om samen met het vo een toetsenbank te ontwikkelen waaruit scholen zelf examens kunnen halen. Hiermee wordt recht gedaan aan de behoefte aan maatwerk, terwijl de kwaliteit van de examinering wordt gegarandeerd.

Houd vast aan doorlopende leerlijn rekenen
De MBO Raad heeft eind mei 2018 een dringend beroep gedaan op de minister van OCW om te blijven vasthouden aan een doorlopende leerlijn rekenen in het gehele onderwijs. Alleen op die manier kan het gehele onderwijs recht doen aan de doelstellingen van de invoering van de referentieniveaus voor taal en rekenen, namelijk: onderwijs bieden dat past bij het niveau van onze leerlingen of studenten.

Voor mbo-scholen zijn garanties over de rekenvaardigheid van leerlingen uit het voortgezet onderwijs essentieel om het rekenniveau te onderhouden. In de huidige plannen van de ministers gaat daar te weinig aandacht naar uit. Eerst moet vast staan over welk niveau jongeren uit het voortgezet onderwijs beschikken wanneer zij aan een mbo-opleiding beginnen. Pas daarna kunnen onze scholen het onderwijs daarop laten aansluiten.

Marije Hulsbosch

Marije Hulsbosch-Sizoo

Manager In- & Externe Communicatie / woordvoerder
06 - 5027 2673
Afbeelding Jetske Woudstra

Jetske Woudstra

Beleidsadviseur

Reacties (1)

Rekenen in het VO en het MBO is een "ondergeschoven kindje". Een moetje dat erbij bedacht is. Op zich een goed idee, maar wanneer je maar een keer per week aandacht geeft aan het vak, loopt de inhoudelijke kennis terug. In het PO wordt er dagelijks rekenonderwijs gegeven, herhalen en oefenen, heel veel oefenen om het onder de knie te krijgen. Misschien een briljant idee?

Reageer