Reportage: Studenten terug op school, maar is alles ook weer bij het oude?  

13-10-2021

Het was een zomer vol wisselende signalen over de coronapandemie en scholen die met het uitwerken van verschillende scenario’s op vakantie werden gestuurd. Maar in september openden alle mbo-scholen weer hun deuren voor studenten. Er is een einde gekomen aan de opsplitsing van lessen en met nog laatste flarden coronamaatregelen zoals mondkapjes op de gang en looprichtingen, zijn alle studenten weer welkom voor onderwijs op school. Is alles dan weer bij het oude? “Thuis studeren is chill, maar ook fijn dat je nu iets kan vragen tussendoor.”

Het is een dinsdagmorgen in Tilburg-Zuid en op alle toegangswegen staat het vast. Het beeld van de student die met het openbaar vervoer naar het mbo komt, moet worden bijgesteld. Alle parkeerplaatsen zijn vol en de naïeve redacteur van de MBO krant komt hoe dan ook te laat op zijn eerste afspraak op een school sinds anderhalf jaar. 

Desondanks mag ik gewoon aanschuiven bij de klassen Productmanager en Junior Stylist van docent Marieke Flipse in haar praktijklokaal. Aan de ene kant van het lokaal staan een dertigtal naaimachines. Aan de andere kant van de zaal een hoge overlegtafel waar alle studenten, opvallend genoeg alleen meisjes, zich op hoge krukken omheen verzameld hebben. 

Docent Marieke vertelt de groepen over de stoffen die uit verre landen komen en daar vaak een grote impact kunnen hebben op milieu en gezondheid. Ze laat de studenten de stoffen voelen in de rekken en vertelt ondertussen over het verschil tussen polyester en natuurlijke stoffen. Tijdens de lockdown stuurde ze de samples op naar de studenten. “Een les als deze is voor het grootste deel goed online te geven,” vertelt de docent die ook een eigen Youtube-kanaal heeft met uitlegvideo’s. “Iedereen zit sowieso al achter een scherm voor het ontwerpen en kan het werk delen in groepjes. Maar zulke materiaalkennis met stoffen kan ik alleen maar fysiek bijbrengen.”

Chill in joggingbroek

In een naastgelegen lokaal is de 18-jarige Niki aan het werk met een ontwerp terwijl ze ondertussen afspreekt met een paar medestudenten de stad in te gaan diezelfde middag. “Zorg dat je niet alles opnieuw gaat doen Niki”, zegt de passerende docent. Niki vond thuis studeren ‘eigenlijk wel chill’ maar het is fijn dat ze nu makkelijker iets kan vragen aan een docent of een medestudent. “Maar ik heb er zeker geen problemen mee om lekker in een joggingbroek thuis te studeren. Dat gebeurt nu nog wel eens als er een vak uitvalt. Dan hoeven we niet voor 1 of 2 uurtjes naar school te komen.” Aan een andere tafel delen enkele meiden sollicitatiemails voor mogelijke stages. ‘Kijken jullie Love Island?’, vraagt een student terwijl ze een foto neemt van het beeldscherm van een laptop. 

“Het lijkt wel of ze allemaal nog een beetje aan het installeren zijn deze week”, vertelt docent Marieke aan het einde van de praktijkles. “Dat had ik eerlijk gezegd niet verwacht. Maar ik kan nu wel beter zien wie er nog niet helemaal bij is. Dat is online voor mij lastiger te ontdekken. En ik heb vorig jaar gemerkt dat lang niet alle meisjes tijd hebben thuis om aan school te werken. Ze worden dan toch snel gevraagd mee te helpen.”

Op het einde van les zijn de meeste jassen aan en hangen de mondkapjes al onder de kin. Docent Marieke concludeert dat de meeste studenten te traag werken. “Bij een werkgever of op je stage moet je twee van deze ontwerpen kunnen afleveren, denk dus aan je time management!”

Corona bracht projectonderwijs De Rooi Pannen in een stroomversnelling

Aan de andere kant van Tilburg staat een serie gebouwen op een riant complex midden in een woonwijk. Bij de entree van het Vormgeving-gebouw van De Rooi Pannen passeert de bezoeker eerst een receptie om vervolgens in de eerste open ruimte te komen. Er is overal bedrijvigheid en groepjes studenten bewegen zich langs aangebrachte looplijnen van lokaal naar lokaal. Je waant je er in een creatief bedrijf en wat minder in een school. Iedereen is hier aan de slag. 

Directeur Sabina van Bentum leidt me langs de looproutes door het levendige gebouw. Het zijn de staartjes coronamaatregelen waar scholen nog aan gehouden worden. De mondkapjesregel -wel lopend op de gang, niet in het lokaal- zorgt voor voortdurend handelen en menselijke vergissingen.

Bij de klas Ruimtelijke Vormgeving gaat docent Willemijn Spierings langs elke student om te vragen naar de opdracht. “Ik ben trots op mezelf”, zegt eerstejaars student Isa als ze haar goedgekeurde kubus van karton laat zien. “Dat is heel knap want dat valt nog niet mee,” zegt de docent terwijl ze de opdrachten keurt van de andere studenten. Het ogenschijnlijk simpele kubusje van karton moet eindeloos gemeten worden om te passen. “Dit is niet om jullie te pesten, maar om jullie te laten oefenen in nauwkeurigheid,” vertelt de docent. 

Verderop in het gebouw is een groot werkatelier. Overal staan groepjes studenten te werken, begeleid door een enkele docent. Laptops worden hier afgewisseld door teken- en ontwerpmaterialen. De 23-jarige Penina heeft een beetje een ‘rotjaar’ achter de rug dat ze wil herkansen. “Ik heb echt dit atelier nodig, vertelt ze wijzend op de grote, creatieve ruimte. “Dan kan ik samen met anderen werken. Alleen mis ik toch de motivatie. Dat heeft me vorig jaar een beetje opgebroken.” 

Meer herkansers

“We hebben door vorig jaar meer herkansers”, zegt directeur Sabina. “Het leerjaar 4 is de groep die het meest heeft geleden onder de coronamaatregelen. Enkele studenten doen nu herexamen. Zij hebben niet altijd de discipline gehad om school goed bij te houden en vaak was ook hun stage dicht of opgehouden. Dan is het niet makkelijk om gemotiveerd door te gaan en stopt studeren wel een beetje.”

Terwijl we door de gangen lopen wordt Sabina regelmatig gevraagd door medewerkers die lokalen aan het ombouwen zijn. Sabina vertelt dat in dit lokaal ook een grote gezamenlijke praktijkruimte komt. “Zoals een bedrijf eruit ziet. Met ingangen en hoeken waar meerdere disciplines elkaar kunnen zien en aanvullen.” Het is onderdeel van het ‘projectonderwijs’ dat de afdeling Vormgeving bij De Rooi Pannen voor ogen heeft. Dat heeft ook letterlijk een andere route vertelt Sabina. “Van studio naar montage. Net als een bedrijf. Het onderwijs heeft een andere inrichting nodig. Dat is door corona echt in een stroomversnelling gekomen bij ons.”

Corona en de anderhalvemeterregel zorgden voor een enorm ruimtegebrek en tegelijk een kans om een jarenlang plan van meer projectmatig samenwerken van opleidingen in gang te zetten. “Na de zomer van 2020 konden we alle ruimte gebruiken om klassen op te splitsen en zo op 1,5 meter afstand les te geven. Elke student kon op deze manier minimaal 1 dag per week naar school komen om samen met andere studenten praktijklessen te volgen. We hebben van deze periode geleerd dat je met een kleine klas een groep intensief kunt begeleiden.“

De medezeggenschap op de vele veranderingen van corona-onderwijs naar afstandsonderwijs tot aan projectonderwijs kwam tot stand met een denktank van studenten, docenten en directie, vertelt Sabina. “Daar is heel veel uitgekomen. Van de studenten in de denktank haalden we bijvoorbeeld op dat zij het sociale stuk heel erg hebben gemist en vooral blij waren weer naar school te mogen komen.” 

Ruimte in de regels

“We zijn samen met de docenten op zoek gegaan naar ruimte in de regels”, eindigt Sabina de rondleiding. “Er zijn theorielokalen verbouwd naar praktijklokalen. Dat kan door een aantal lesuren online aan te bieden en de ruimte op school zoveel mogelijk te benutten voor de praktijklessen. Als het moet kunnen we de hele school nog kwijt in het gebouw van vroeg in de ochtend tot laat op de dag. Ik durf het aan om op deze manier het onderwijs vorm te geven samen met de studenten en docenten.”

Cvb’er Onderwijsgroep Tilburg Carl Govers: leren op afstand kan iets toevoegen

“Wij zien thuisonderwijs bij ROC Tilburg in een groter verband en niet als onderwijs op zich. We kijken naar technologie en hoe dat meerwaarde kan toevoegen aan de leerprestaties van de student. Niet het ene type onderwijs inwisselen voor het andere, maar leren op afstand kan onmiskenbaar iets toevoegen. Wat werkt, en wat niet? Dat moeten we leren en dat zijn we nu aan het doen.

En die opgedane kennis zal integreren in het aanbod naar de studenten. Technologie sluit inmiddels aan bij elk beroep en we staan pas aan de vooravond van nog veel meer ontwikkelingen. Corona heeft noodgedwongen versnelling gebracht aan dat ene element: leren op afstand. Maar dit is slechts een klein onderdeel van een technologische ontwikkeling. Hoe zetten we dat in, dat is de vraag. 

Gedurende de coronacrisis zijn we als school nadrukkelijk in gesprek gegaan met de onderwijsteams. We hebben veel opgehaald wat werkt en wat niet werkt. We hadden al scholen met veel technologische inzet; virtual reality, augmented reality en gaming als onderdeel van het didactische handelingsrepertoire. Maar er zijn zeker doelgroepen waarbij het digitale onderwijs echt problematisch was. Niet iedereen is zo ver met het bedienen van laptop bijvoorbeeld. Dat is een uitdaging voor de school en ook onderdeel van het maatschappelijk debat gelijke kansen. Ik vind dat digitalisering onderdeel zou moeten zijn van het curriculum om iedereen mee te laten doen. 

Wat ik een goed voorbeeld vind is dat de BPV-bezoeken door de docent aan het leerbedrijf nog vaak digitaal gehouden worden. Niet vreemd als je bedenkt dat ook veel bedrijven zijn blijven thuiswerken. En het is minder lastig geworden om contact te krijgen met ouders. Het scherm biedt meer flexibiliteit aan docenten. Natuurlijk is er een keerzijde. Interactie vraagt altijd veel van mensen. Technologie moet verlichting geven op den duur, dat is altijd het uitgangspunt.  

Ik pleit voor een nieuw denken in het onderwijs. Onderzoek de interactie tussen mens en technologie. Als onderwijs zijn we in staat om daar zo onderzoekend naar te kijken, vanuit ons eigen paradigma.”

Reageer