Achter het nieuws: hoe leiden mbo-scholen de toekomstige werknemers in de techniek op?

12-02-2018

In de technische sector lopen de personeelstekorten hard op. Veel werkgevers vrezen dat zij de economische groei daardoor niet kunnen bijbenen. Ineke Dezentjé Hamming, voorzitter van FME-CMW (de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie), wijt dat onder meer aan de opleidingen van roc’s. "De opleidingen van het roc zijn hopeloos ouderwets. Ze duren vier jaar, dus volwassenen die zich willen omscholen gaan daar niet aan beginnen, terwijl veel jonge studenten moeite hebben met de theoretische vakken," liet Dézentje deze week optekenen op een landelijk mediaplatform (bron: NPO). Als voorbeeld van hoe het wel moet noemde zij het staalbedrijf Tata Steel, dat een eigen academie zou hebben waar jong talent wordt opgeleid: "Zo leer je het vak meteen in de praktijk. Meer bedrijven zijn geïnteresseerd in dit model. Dat is de toekomst." We zochten uit hoe deze uitspraken zich verhouden tot de realiteit. 

Hardnekkig misverstand over het mbo

Het is een hardnekkig misverstand dat het mbo een vacaturevuller zou zijn. En dat iedereen zich een beroep in korte tijd eigen kan maken als een krappe arbeidsmarkt daarom vraagt. Het mbo biedt volwaardige beroepsopleidingen aan jongeren (vanaf 16 jaar) die een echt vak willen leren. De kennis en kunde die nodig is om een mbo-diploma te halen leggen onderwijs en bedrijfsleven (waaronder de techniek) samen (in de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) vast in kwalificatiedossiers. Zo weten bedrijven dat ze met een gediplomeerde mbo’er een goede starter in huis halen die in de jaren die daarvoor nodig zijn, geleerd heeft wat nodig is. Bedrijven zorgen voor voldoende stages en werk-/leerbanen zodat mbo’ers in de praktijk kunnen leren en de scholen zo toekomstgericht mogelijk kunnen opleiden. Het mbo leidt daarnaast starters op voor het kunnen volgen van een vervolgopleiding (in het mbo of hbo) en voor goed burgerschap. Het mbo heeft dus een brede opdracht.

Afbeelding van MyTech, ROC Nova College MyTec, Techport Campus
Afbeelding van MyTech, ROC Nova College MyTec, Techport Campus

Hoe zit dat dan bij Tata Steel?

Mbo-scholen innoveren en overleggen met het bedrijfsleven om de opleidingen zo goed mogelijk te laten aansluiten op de kwalitatieve eisen van het bedrijfsleven. Dat gebeurt onder andere in negen sectorkamers van SBB. De techniek is één van deze sectorkamers, Tata Steel is een voorbeeld van een bedrijf dat nauw samenwerkt met het mbo.

Een woordvoerder van Nova College legt uit hoe: “Het technisch beroepsonderwijs ouderwets? Nee, om beter bij de behoeften van bedrijven aan te sluiten hebben we juist samen met een groep bedrijven, verenigd in de Stichting Leer Werken in de Techniek, de MyTec-opleidingen ontwikkeld: vijf mbo 4-opleidingen in de elektrotechniek, procestechniek en werktuigbouwkunde met een brede basis en gespecialiseerde uitstroom. Het MyTec-concept is ontwikkeld door intensieve co-creatie met de bedrijven vanuit hun behoefte aan specialisten mét kennis van verwante vakgebieden. In moderne succesvolle (energie)bedrijven zijn deze vakgebieden geïntegreerd om installaties te kunnen ontwerpen, bouwen, onderhouden en modificeren. Elke gespecialiseerde technicus heeft kennis nodig van de andere disciplines. Onderwijs en bedrijfsleven werken hierin samen aan de ontwikkeling van het technisch beroepsonderwijs om te werken in de wereld van morgen.

“Verder werken we binnen Techport Campus en Techport Industries intensief samen met kleine én de grote toonaangevende bedrijven in de regio om aan te sluiten bij de behoefte aan goed opgeleid personeel. Innoveren begint met samenwerken en het onderwijs- en bedrijvennetwerk Techport stimuleert innovaties met netwerkevenementen, themabijeenkomsten en financiering van innovatieve projecten. Voor het personeel van Tata Steel - een van de grootste spelers in onze regio - verzorgen we opleidingen en bijscholingen binnen de Tata Academy.”

Scholen en bedrijven smelten dus steeds meer samen, met ruimte voor de verschillende verantwoordelijkheden. Het voorbeeld van Tata Steel staat niet op zichzelf. Er zijn vele andere voorbeelden van hoe scholen en bedrijven uitstekend samenwerken.

Overigens duurt de meerderheid van de technische mbo-opleidingen op niveau vier geen vier jaar, zoals Dézentje beweert, maar drie jaar. Opleidingen op een ander mbo-niveau zijn soms nog korter. Om een niveau 4-opleiding in 4 jaar uit te mogen voeren, stemmen onderwijs en bedrijfsleven samen af om de opleiding op een door de minister vastgestelde lijst te plaatsen. De overige niveau 4-opleidingen worden op 3 jaar geprogrammeerd. Een groot deel van de mbo-studenten zit ook bij niveau 2- of 3-opleidingen die tussen de 2 en 3 jaar duren.

Samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven in mobiliteitssector

Het mbo ook voor gediplomeerde volwassenen

Voor volwassenen die al een diploma gehaald hebben en zich later willen bijscholen en herscholen (doorstarters en herstarters) kan het mbo in samenwerking met het bedrijfsleven maatwerk bieden. Dat gebeurt al op grote schaal, op verzoek van bedrijven zelf.

Een steeds sneller veranderende arbeidsmarkt vraagt van gediplomeerde volwassenen ook dat zij zelf werk maken van een leven lang ontwikkelen – indien nodig met hulp van bijvoorbeeld de gemeente of het leerwerkloket. Dat maakt mensen weerbaar en zorgt ervoor dat ze zelf voor een inkomen kunnen blijven zorgen. Het onlangs door het ministerie van OCW (namens het kabinet) met de MBO Raad (namens de scholen) gesloten bestuursakkoord geeft het mbo het vertrouwen om leven lang ontwikkelen voor de kern van onze beroepsbevolking verder mogelijk te maken. Uiteraard in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven. Het mbo maakt zich er hard voor dat volwassenen delen van opleidingen kunnen volgen en certificaten kunnen halen om zich zo steeds te blijven ontwikkelen. Daarnaast komen de ministeries van OCW en SZW voor de zomer van dit jaar met een Skillsakkoord waarin het mbo een belangrijke rol krijgt.

Saillant is dat het bestuursakkoord is getekend op de locatie van het Grafisch Lyceum in Rotterdam. Sommige bedrijven in Rotterdam geven aan dat deze school niet nóg modernere audiovisuele apparatuur moet willen aanschaffen, omdat anders de markt de school niet kan bijbenen. Ook dit is mbo.

Marije Hulsbosch

Marije Hulsbosch-Sizoo

Manager In- & Externe Communicatie / woordvoerder
06 - 5027 2673

Reageer