Op korte termijn geen nieuwe cao mbo

14 juni 2023 12:00

De onderhandelingsdelegatie van de werkgevers in het mbo betreurt het besluit van de werknemersorganisaties om de onderhandelingen voor een nieuwe cao mbo op dit moment niet te continueren.

Joany Krijt, bestuurslid MBO Raad en delegatieleider van werkgevers: “We hadden de arbeidsvoorwaardenruimte die we voorlopig beschikbaar hebben voor 2023 graag op korte termijn voor alle medewerkers in het mbo willen inzetten. Maar gezien de stappen van de vakbonden om meer loonruimte vanuit het kabinet af te dwingen, is hun besluit ook begrijpelijk. Op korte termijn verwachten we definitief uitsluitsel te ontvangen over de financiële ruimte voor 2023, maar de voortekenen zijn dat deze lager ligt dan loonstijgingen die we in cao’s van andere sectoren zien. Tegelijk vinden we het spijtig om niet met de werknemersorganisaties te kunnen werken aan toekomstbestendige en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden voor alle werknemers in het mbo: dat de bonden het overleg nu niet voortzetten, betekent helaas ook vertraging in deze ambitie.”

Twee heldere doelstellingen

Voor de MBO Raad is een toekomstbestendige en aantrekkelijke cao een speerpunt. “Ook wij voelen de krapte van de arbeidsmarkt en dat maakt zo’n cao extra noodzakelijk. We hebben als opdracht de vakmensen van morgen op te leiden, als antwoord op de huidige maatschappelijke vraagstukken. En dat kan alleen als we het onderwijstalent van vandaag weten te binden aan het mbo en te verleiden om in het mbo te blijven of te komen werken.” De gesprekken die bestuurders met hun werknemers voeren over de verwachtingen die zij hebben van nieuwe arbeidsvoorwaarden, maken twee belangrijke doelstellingen helder, die dan ook de kern vormen van de onderhandelingsinzet van de MBO Raad. “Een groep medewerkers heeft het financieel zwaar vanwege de inflatie en toenemende kosten voor het levensonderhoud. Daarnaast blijken medewerkers, post-corona, meer behoefte te hebben aan flexibiliteit, aan maatwerk in arbeidsvoorwaarden en aan eigen regie om het werk uit te voeren en eventueel ervaren werkdruk aan te kunnen. De wens is om het werk zo te organiseren dat het goed aansluit bij de levensfase van de medewerker. Met aandacht voor een goede balans werk en privé en verlofregelingen die passen bij het ritme van de werknemers in plaats van het ritme van een studiejaar.” De werkgevers in het mbo streven ernaar om een cao mbo te sluiten die ruimte geeft aan de wens voor meer maatwerk en flexibiliteit én een loonontwikkeling in zich heeft die werknemers in het mbo voor langere tijd duidelijkheid geeft over hun inkomenspositie.

Oprekken loonruimte

De MBO Raad herkent de wens van de werknemersorganisaties om meer loonruimte, passend bij de huidige impact van onder andere inflatie. In de onderwijssector wordt de loonruimte (het percentage waarmee de lonen maximaal kunnen stijgen als gevolg van de inflatie en de stijging van de (reële) arbeidsproductiviteit) bepaald door het kabinet. “De loonruimte die het kabinet biedt, is tegelijk de ruimte die werkgevers hebben, niet meer en niet minder. Ook de werkgevers zien dat de geboden loonruimte minimaal is om een goed loonbod te kunnen doen aan de werknemersorganisaties tijdens de onderhandelingsrondes voor een nieuwe cao. Daarom hebben we eerder al, samen met de werkgeversorganisaties in het funderend onderwijs, het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs, het kabinet gevraagd om het oprekken van de loonruimte. We verwachten daarop nog steeds een antwoord.”

Huidige cao blijft doorlopen

Het stopzetten van de onderhandelingen door de werknemersorganisaties heeft geen arbeidsvoorwaardelijke consequenties voor de huidige en nieuwe werknemers in het mbo. “Wie nu start in het mbo kan uiteraard rekenen op gewoon goede arbeidsvoorwaarden. De huidige cao, die formeel afliep op 1 juni, blijft nog van kracht tot 1 juni 2024 of tot we nieuwe afspraken hebben gemaakt met de werknemersorganisaties.”

Lees de Voorstellenbrief van de MBO Raad.