Afname en beoordeling

Laatst gewijzigd: 17-08-2017

In beide onderwijssectoren zijn processchema’s gemaakt om de kwaliteit te kunnen borgen. Het examenproces bestaat uit vier stappen. Hieronder volgt de vergelijking over afname en beoordeling in het vmbo en het mbo

Vmbo

Voor de afname en beoordeling van het centrale examen liggen de richtlijnen vast in de instructie voor de examinator bij de examens. De inspectie houdt toezicht of deze richtlijnen worden nageleefd. Voor de afname en beoordeling van het schoolexamen in het vmbo zijn landelijk geen richtlijnen bepaald. Scholen die de kwaliteit hiervan goed willen borgen, denken na over de afnamecondities en zorgen dat deze eenduidig worden toegepast. De betrouwbaarheid en validiteit van toetsresultaten kan beïnvloed worden door de instructie die de leerlingen krijgen, hulpmiddelen die wel of niet gebruikt mogen worden of de ruimte waarin de toets wordt afgenomen. Voor de betrouwbaarheid van een toets is het belangrijk dat de afname-omstandigheden voor iedere leerling gelijk zijn.

Mbo

De centrale examens Nederlands, Rekenen en Engels vallen onder landelijke richtlijnen. Voor de afname van instellingsexamens (op schoollocatie of in de beroepspraktijk) hanteren scholen kwaliteitseisen, afgeleid uit het toezichtkader van de inspectie. In het examen worden eisen aan de examenlocatie en de te gebruiken materialen vastgelegd, de duur van het examen, de onafhankelijkheid van de beoordelaars. De afname van een Proeve van Bekwaamheid vindt plaats in de beroepspraktijk of in school (simulatie), in aanwezigheid van assessoren uit school en uit het werkveld.

Vmbo

Na of tijdens de toetsafname, beoordeelt een docent de toets aan de hand van een beoordelingsmodel. De beoordelaar moet in staat zijn om de leerling objectief en integer te beoordelen. Het is van belang goed na te denken over de rolscheiding tussen de docent, de begeleider en de beoordelaar/examinator. Vooral omdat in het vmbo de docent veelal ook als beoordelaar optreedt. Voor een zo objectief mogelijke beoordeling is een eenduidig te interpreteren beoordelingsmodel van belang. Per toetsvorm verschilt het beoordelingsmodel.

De introductie van de beroepsgerichte keuzevakken in het nieuwe vmbo stimuleert scholen meer en meer in de (gesimuleerde) beroepspraktijk te toetsen. Zo mogelijk samen met het mbo of het regionale bedrijfsleven. Dit stelt hoge eisen aan het beoordelingsmodel en de onderlinge afstemming om tot een betrouwbaar oordeel te kunnen komen. Het is belangrijk dat examinatoren bespreken hoe zij de verschillende beoordelingscriteria hanteren.

Mbo

Bij het beoordelen van de Proeve van Bekwaamheid maakt het mbo gebruik van goed opgeleide assessoren. Voor het verkrijgen van voldoende en deskundige assessoren maken mbo-scholen soms gebruik van assessorenpools in de regio of in een branche-georiënteerd samenwerkingsverband. Assessoren zijn afkomstig uit het onderwijs en uit het werkveld. Onafhankelijkheid van de assessoren is een belangrijke kwaliteitseis. De scheiding tussen begeleiding en beoordeling dient zuiver te zijn. Bij een Proeve van Bekwaamheid is de rol van de assessor beschreven. Bewust en bekwaam hanteren van beoordelaarseffecten is daarbij een kwaliteitseis.

Assessoren beoordelen aan de hand van een beoordelingslijst met criteria. De criteria dienen helder en eenduidig te interpreteren te zijn. Het is een goed gebruik om kritische criteria verder uit te schrijven. Voor de beoordeling van andere examenvormen (zoals theorie-examens) worden antwoordmodellen en scoringsvoorschriften opgesteld.

Als de beoordeling op een kerntaak onvoldoende blijkt te zijn kan de student niet slagen. In dat geval dient in ieder geval op het beoordelingsformulier een toelichting gegeven te worden waarom deze kerntaak onvoldoende is. Het examenreglement van de mbo-school voorziet in de mogelijkheid om één of meerdere keren te herkansen.