Diplomering

Laatst gewijzigd: 17-08-2017

In beide onderwijssectoren zijn processchema’s gemaakt om de kwaliteit te kunnen borgen. Het examenproces bestaat uit vier stappen. Hieronder volgt de vergelijking over diplomering in het vmbo en het mbo

Vmbo

Met de introductie van de nieuwe beroepsgerichte programma’s in het vmbo is de uitslagbepaling voor het beroepsgerichte programma veranderd. In deze pdf staat hoe de uitslag berekend moet worden voor de basis-, kaderberoepsgerichte en gemengde leerweg. Het ministerie van OCW en het LAKS publiceren jaarlijks een folder voor leerlingen en ouders/verzorgers op de webiste examenblad.nl waarin de slaag-zakregeling overzichtelijk uiteen wordt gezet.

Mbo

Om te kunnen diplomeren moet een mbo-student aan de volgende voorwaarden voldoen: 

  • Een voldoende behalen op de kerntaken behorend bij de kwalificatie die hij/zij volgt. Alle keuzedelen moeten worden geëxamineerd. Vanaf cohort 2018 behoren ze tot de slaag-zakbeslissing en moeten dus voldoende zijn.
  • De generieke eisen voor Nederlands (en Engels alleen bij niveau 4) behalen. Hiervoor moet de student zowel deelnemen aan de centrale examens als aan instellingsexamens. Voor mbo-opleidingen op niveau 4 geldt dat voor Nederlands en Engels ten minste een 5 en een 6 moet zijn behaald (in willekeurige volgorde). Voor mbo-opleidingen op niveau 2 en 3 geldt dat voor Nederlands ten minste een 5 moet zijn behaald. Voor Rekenen neemt de student wel deel aan de examens, maar het resultaat telt niet mee voor de slaag-zakregeling. Voor de Entree opleiding gelden andere eisen. 
  • Voldoen aan de inspanningsverplichting van Loopbaan en Burgerschap en hiervoor bewijzen verzamelen in het diplomadossier. 
  • De Beroepspraktijkvorming (bpv) afsluiten met een voldoende. Dit houdt in dat de student voldoet aan het aantal afgesproken uren bpv (registratieplicht) en de criteria die samenhangen met bpv-opdrachten en/of beroepshouding. Op het mbo-diploma staat de naam van de opleiding vermeld en de resultaten van de bijbehorende kerntaken. De resultaten van de avo-vakken en van Loopbaan en Burgerschap, evenals van de keuzedelen, worden apart op de resultatenlijst vermeld.

Vmbo

In de doorstroomregeling vmbo-mbo zijn afspraken vastgelegd over de doorstroom. Een vmbo-diploma basisberoepsgerichte leerweg geeft doorstroomrecht naar niveau 2 mbo, een diploma kaderberoepsgerichte-, gemengde of theoretische leerweg naar niveau 3 of 4 mbo. Verwante doorstroom is altijd mogelijk zonder aanvullende eisen. Bij niet verwante doorstroom is dit per sector bepaald. De huidige doorstroomregeling van 2003 wordt momenteel herzien.
 

Mbo

Studenten met een niveau 4-diploma kunnen doorstromen naar een hbo opleiding. Dit kan een Associate Degree of een Bacheloropleiding zijn. Voor sommige hbo-opleidingen gelden vooropleidingseisen of toelatingseisen. Ook kan er sprake zijn van een beperkt aantal opleidingsplaatsen: numerus fixus. Of er voor een bepaalde hbo-opleiding vooropleidingseisen gelden is vastgelegd in de Regeling aanmelding en toelating hoger onderwijs. Meer informatie over vooropleidingseisen, toelatingseisen pabo en numerus fixus is ook te vinden op de website studiekeuze123.nl.

Nieuwe wet: toelatingsrecht in het mbo

Vanaf 1 augustus 2017 is er een nieuwe wet: ‘Vroegtijdige aanmelddatum en toelatingsrecht tot het mbo’. Op 1 april 2018 geldt voor het eerst een landelijke aanmelddatum voor het mbo. Studenten die zich tijdig melden en deelnemen aan de eventueel verplicht gestelde intakeactiviteiten, hebben vanaf studiejaar 2018-2019 toelatingsrecht tot de opleiding van hun keuze, als ze voldoen aan de wettelijke vooropleidingseisen. Daarnaast hebben studenten die zich tijdig melden, het recht op een studiekeuzeadvies.

Zie ook dit voorlichtingsfilmpje voor leerlingen en ouders.