Inzet zzp'ers

Laatst gewijzigd: 28-02-2018

Met de invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) per 1 april 2016 is de VAR (verklaring arbeidsrelatie) afgeschaft en een systeem met goedgekeurde modelovereenkomsten van opdracht geïntroduceerd. Op verzoek van de MBO Raad heeft de Belastingdienst twee modelovereenkomsten door de Belastingdienst goedgekeurd voor de inzet van zzp’ers in het beroepsonderwijs.

Dit betekent dat als scholen een zzp’er tewerkstellen overeenkomstig één van deze twee modelovereenkomsten, zij niet de verplichting hebben om loonheffingen af te dragen of te voldoen. Er is dan geen sprake van een (fictieve) dienstbetrekking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Het kabinet werkt momenteel aan nieuwe maatregelen die de Wet DBA op termijn gaan vervangen.

Studenten van Friese Poort
Studenten van Friese Poort.

De handhaving van de Wet DBA is  opgeschort naar in ieder geval 1 januari 2020. Daarmee sluiten de bewindslieden aan bij de verwachting dat de in het regeerakkoord voorziene maatregelen ter vervanging van de Wet DBA per 1 januari 2020 in werking kunnen treden. De opschorting van de handhaving betekent dat geen naheffingen of boetes worden opgelegd aan de opdrachtgever indien achteraf toch sprake blijkt te zijn van een dienstbetrekking, in plaats van zelfstandig ondernemerschap. Er geldt een uitzondering voor opdrachtgevers die kwaadwillend zijn. Voor kwaadwillendheid dient de Belastingdienst te bewijzen dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en dat sprake is van evidente en opzettelijke schijnzelfstandigheid. Dat kan alsnog leiden tot naheffingen.

Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties

Onder de Wet DBA kan pas een beroep op vrijwarende werking worden gedaan als gebruik wordt gemaakt van (model)overeenkomsten van opdracht die de goedkeuring van de Belastingdienst hebben verkregen. Belangrijk daarbij is dat alleen van vrijwarende werking sprake is als in de praktijk daadwerkelijk wordt gewerkt onder de voorwaarden die in de overeenkomst van opdracht zijn vastgelegd.

Modelovereenkomsten mbo/hbo met toelichting

Er zijn twee modelovereenkomsten voorgelegd aan de Belastingdienst:

  1. De modelovereenkomst ‘vrije vervanging’: met deze modelovereenkomst is het voor de mbo-school (vanuit de kaders van het onderwijsprogramma) mogelijk enige invloed uit te oefenen op uitvoering van de werkzaamheden. Het regelen van vervanging is volledig in handen van de opdrachtnemer.
  2. De modelovereenkomst ‘geen werkgeversgezag’: deze maakt het mogelijk een specifieke zelfstandige (persoonlijk) op een opdracht in te zetten of vervangingsafspraken te maken, maar de opdrachtnemer geeft zelfstanding invulling aan de opdracht (en dus aan de lesinhoud).

De toelichtende brief aan de Belastingdienst gaat onder andere in op de context waarbinnen een school gebruik kan maken van deze modelovereenkomsten. De Belastingdienst heeft de modelovereenkomsten in onderlinge samenhang en met inachtneming van de verstrekte toelichting beoordeeld. Dat de toelichting integraal onderdeel uitmaakt van de modelovereenkomsten was een voorwaarde van de Belastingdienst om tot goedkeuring over te kunnen gaan. Dit betekent dat opdrachtgever en opdrachtnemer de toelichting moeten kennen van de MBO Raad en Vereniging Hogescholen.

De modelovereenkomsten gelden alleen voor onderwijsgebonden en daaraan gerelateerde werkzaamheden (lesgevende activiteiten en onderwijsontwikkeling). Voor andere inzet van zzp’ers dan in het onderwijsproces kunnen scholen aansluiten bij modelovereenkomsten van andere organisaties (bijvoorbeeld de algemene modellen van VNO-NCW / MKB NL) die op de website van de Belastingdienst staan.

Verder gelden de modelovereenkomsten specifiek voor de inhuur van expertise en/of praktijkervaring vanuit de beroepspraktijk. Deze zijn niet geschreven voor de inzet van zzp’ers ter vervanging van reguliere docenten of voor docenten in algemeen vormende vakken. De handreiking van de MBO Raad en Vereniging Hogescholen geeft een nadere toelichting op de modelovereenkomsten en de context waarbinnen scholen deze kunnen gebruiken.

Yvonne Dijkman

Juridisch beleidsadviseur