Inzet zzp'ers

Laatst gewijzigd: 24-05-2016

Met de invoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) per 1 april dit jaar is de VAR (verklaring arbeidsrelatie) afgeschaft. Er is een systeem van werken met goedgekeurde modelovereenkomsten van opdracht geïntroduceerd. Voor de inzet van zzp’ers in het beroepsonderwijs heeft de MBO Raad met de Verenging Hogescholen na voorbereiding door de werkgroep zzp (met daarin vertegenwoordigers/experts uit het mbo en het hbo) twee modelovereenkomsten ingediend bij de Belastingdienst.

De Belastingdienst heeft de sectorraden laten weten de twee ingediende modelovereenkomsten te kunnen goedkeuren. Dit betekent dat als scholen een zzp’er tewerkstellen overeenkomstig één van deze twee modelovereenkomsten, zij niet de verplichting hebben om loonheffingen af te dragen of te voldoen. Er is dan geen sprake van een (fictieve) dienstbetrekking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

Studenten van Friese Poort
Studenten van Friese Poort.

Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties

Onder de nieuwe wetgeving kan pas een beroep op vrijwarende werking worden gedaan als gebruik wordt gemaakt van (model)overeenkomsten van opdracht die de goedkeuring van de Belastingdienst hebben verkregen. Belangrijk daarbij is dat alleen van vrijwarende werking sprake is als in de praktijk daadwerkelijk wordt gewerkt onder de voorwaarden die in de overeenkomst van opdracht zijn vastgelegd.

Modelovereenkomsten mbo/hbo met toelichting

De twee aan de Belastingdienst voorgelegde modelovereenkomsten:
1.)    De modelovereenkomst ‘vrije vervanging’: met deze modelovereenkomst is het voor de mbo-school (vanuit de kaders van het onderwijsprogramma) mogelijk enige invloed uit te oefenen op uitvoering van de werkzaamheden. Het regelen van vervanging is volledig in handen van de opdrachtnemer.
2.)    De modelovereenkomst ‘geen werkgeversgezag’: deze maakt het mogelijk een specifieke zelfstandige (persoonlijk) op een opdracht in te zetten of vervangingsafspraken te maken, maar de opdrachtnemer geeft zelfstanding invulling aan de opdracht (en dus aan de lesinhoud).

De toelichtende brief aan de Belastingdienst gaat onder andere in op de context waarbinnen gebruik kan worden gemaakt van deze modelovereenkomsten. De Belastingdienst heeft de modelovereenkomsten in onderlinge samenhang en met inachtneming van de verstrekte toelichting beoordeeld. Dat de toelichting integraal onderdeel uitmaakt van de modelovereenkomsten was een voorwaarde van de Belastingdienst om tot goedkeuring over te kunnen gaan. Dit betekent dat opdrachtgever en opdrachtnemer kennis moeten hebben genomen van de toelichtende brief (met kenmerk 2016/modelovk/hbo/mbo).

De modelovereenkomsten gelden alleen voor onderwijsgebonden en daaraan gerelateerde werkzaamheden (lesgevende activiteiten en onderwijsontwikkeling). Voor andere inzet van zzp’ers dan in het onderwijsproces kan worden aangesloten bij modelovereenkomsten vanuit andere organisaties (bijvoorbeeld de algemene modellen van VNO-NCW / MKB NL) die op de website van de Belastingdienst staan. Ook kunt u de Belastingdienst verzoeken omeen individuele toets van de overeenkomst van de opdracht.

Verder gelden de modelovereenkomsten specifiek voor de inhuur van expertise en/of praktijkervaring vanuit de beroepspraktijk. Deze zijn niet geschreven voor de inzet van zzp’ers ter vervanging van reguliere docenten of voor docenten in algemeen vormende vakken. De door de werkgroep zzp ontwikkelde handreiking geeft een nadere toelichting op de modelovereenkomsten en de context waarbinnen scholen deze kunnen gebruiken. 

Implementatie

De Wet DBA kent een transitieperiode tot 1 mei 2017. In deze periode zal de Belastingdienst wel toezicht houden maar terughoudend zijn met repressieve handhavingsmaatregelen. Alleen als er sprake is van evidente schending van de regels, zal dat leiden tot naheffingen.

De werkgroep zzp adviseert om in de transitieperiode in gesprek te blijven met de lokale inspecteur over implementatie van de Wet DBA. Door gebruik te maken van de goedgekeurde modelovereenkomsten binnen de toegelichte context geeft de mbo-school in ieder geval blijk daarmee serieus aan de slag te zijn. Communicatie hierover binnen de school is de komende tijd dan ook van belang, op alle niveaus: het betreft niet alleen een zaak van HR of finance, maar ook van het management op de scholen om op de juiste wijze om te gaan met de inhuur van zelfstandigen.

De MBO Raad zal in het komende transitiejaar in gesprek blijven met de Belastingdienst over eventuele knelpunten die de scholen in de praktijk ervaren. Input daarvoor kunnen scholen geven aan Yvonne Dijkman.

Yvonne Dijkman

Juridisch beleidsadviseur