Bpv-protocol en subsidieregeling

Laatst gewijzigd: 17-07-2017

Om de kwaliteit van stages te waarborgen heeft de MBO Raad in 2009 het bpv-protocol opgesteld, samen met MKB-Nederland, VNO-NCW, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Colo (nu: SBB). De zes organisaties zetten zich in voor een goede beroepspraktijkvorming in het mbo. Het bpv-protocol is een van de instrumenten dat hieraan bijdraagt, bijvoorbeeld met de rolverdeling tijdens de bpv en de verantwoordelijkheden van de student, school en het leerbedrijf.

In de toekomst moet een nieuwe bpv-monitor de mening van het leerbedrijf, de student en de mbo-school over stages in kaart brengen. De uitkomsten van de monitor dragen bij aan een verbetering van de kwaliteit van de stages. Momenteel vinden er tot juni 2016 pilots plaats om de kwaliteit van een vernieuwde bpv-monitor te testen.

Subsidieregeling praktijkleren

De Rijksoverheid stimuleert werkgevers praktijkleerplaatsen aan te bieden en stelt hiervoor een financiële tegemoetkoming beschikbaar. Sinds 2014 vervangt de subsidieregeling praktijkleren de Wet Vermindering Afdracht (WVA).

De nieuwe regeling brengt het aantal doelgroepen terug dat aanspraak kan maken op subsidies. Werkgevers kunnen een vergoeding krijgen wanneer zij een plek bieden aan vmbo-leerlingen (alleen voor leerwerktrajecten in de basisberoepsgerichte leerweg), het mbo (alleen bbl), het hbo en voor promovendi. Verreweg het grootste deel van het budget van de subsidieregeling (188,9 miljoen van de 205 miljoen euro per jaar) is bestemd voor het mbo.