Toelatingsrecht

Laatst gewijzigd: 08-08-2018

Met de invoering van het toelatingsrecht (Wet vroegtijdige aanmelddatum en toelatingsrecht tot het mbo) per 1 augustus 2017 heeft iedere mbo-student die zich uiterlijk op 1 april aanmeldt voor één of meer beroepsopleidingen het recht toegelaten te worden tot de opleiding van zijn of haar eerste voorkeur. Wat betekent dit precies voor het mbo en voor aankomend studenten?

Afbeelding van het Friesland College, Maartje Roos
Afbeelding van Friesland College, Maartje Roos

Kern van de wet

Het ministerie van OCW wil met de wet toelatingsrecht jongeren kunnen volgen en ondersteunen bij een soepele overstap naar het mbo. Studenten hebben het recht op automatische toelating tot de opleiding van hun eerste keuze wanneer zij voldoen aan de wettelijke vooropleidingseisen. Voor sommige opleidingen gelden opleidingseisen en/of aanvullende eisen.
De kern van de wet maatregelen bestaat uit vier maatregelen:

  1. De invoering van 1 april als landelijke aanmelddatum voor het mbo.
  2. Automatisch toelating van studenten die voldoen aan de nadere vooropleidingseisen, en/of eventuele aanvullende eisen, zich tijdig hebben aangemeld en hebben deelgenomen aan eventuele verplichte intake-activiteiten van de school.
  3. Het recht op een studiekeuzeadvies bij tijdige aanmelding.
  4. De invoering van en bindend studieadvies voor studenten van mbo 2-, 3- en 4-opleidingen.

Voorheen hadden studenten het recht op toelating in het mbo: een school bekeek in een matchingsgesprek samen met de student welke beroepsopleiding het beste paste bij zijn of haar talenten. In de nieuwe situatie hebben studenten niet per definitie een plaatsingsgesprek voordat zij worden aangenomen. Wel kan een school deelname aan verplichte intakeactiviteiten van de student eisen. Een aspirant-student die zich voor 1 april aanmeldt, heeft het recht op een studiekeuzeadvies. Hoe dat advies kan worden aangevraagd staat vermeld in het toelatingsbeleid van de opleidingen. Scholen moeten hun beleid publiceren voor 1 februari, de deelnemersraad heeft daarop instemmingsrecht.

Voor een aantal opleidingen mogen mbo-scholen aanvullende eisen (blijven) stellen. De minister heeft per ministeriële regeling vastgesteld om welke opleidingen het gaat. Ook bij niet-verwante doorstroom vanuit het vmbo kunnen nadere vooropleidingseisen gelden. Een actualisering van de doorstroomregeling wordt in het voorjaar van 2018 verwacht en gaat gelden voor studenten die in 2020-2021 starten met een opleiding. Tot die tijd is de huidige doorstroomregeling van kracht.

Standpunt MBO Raad

Tijdens de behandeling door de Tweede Kamer heeft de MBO Raad meerdere bezwaren geuit tegen het wetsvoorstel. De wet betekent een verschuiving in de opdracht aan het mbo. Het plaatsen van studenten in opleidingen waar zij een reële kans maken om hun diploma te behalen – en vervolgens op de arbeidsmarkt aan de slag te kunnen – is ondergeschikt komen te staan aan de wens van de student om zelf een opleiding te kiezen, ook tegen het advies van een school in. Hoewel de wet studenten duidelijkheid geeft over hun rechten en de mogelijkheid om te ontdekken of iets bij hen en bij hun talenten past (al adviseert de school anders) legt het ook de volledige verantwoordelijkheid voor de opleidingskeuze bij de studenten. De MBO Raad hoopt dat alle betrokkenen open blijven staan voor het deskundige advies van de school.

Momenteel probeert het mbo zo goed mogelijk invulling te geven aan alle maatregelen die uit de wet voortkomen. De MBO Raad heeft twee memo’s (Q&A’s) opgesteld met veel gestelde vragen en van scholen. De antwoorden zijn geverifieerd door het ministerie. Daarnaast heeft het ministerie een lijst met vragen en antwoorden samengesteld. Voor vragen over de wet toelatingsrecht kunnen scholen bovendien terecht bij het Kennispunt Onderwijs en Examinering.

Marije Hulsbosch

Marije Hulsbosch-Sizoo

Manager In- & Externe Communicatie / woordvoerder
06 - 5027 2673
Afbeelding van Anita de Moor

Anita de Moor

Beleidsadviseur