Extern toezicht

Laatst gewijzigd: 26-04-2016

De Inspectie van het Onderwijs oefent namens de minister van OCW extern toezicht uit op alle scholen in Nederland en dus ook op het mbo. De wettelijke taken van de Inspectie zijn geregeld in de Wet op het onderwijstoezicht. De kerntaak van de Inspectie is het toezien op de kwaliteit van het onderwijs. De inspectie houdt zich ook bezig met financieel toezicht en met toezicht op de kwaliteit van leraren. Voor het toezicht op de onderwijsinstellingen worden toezichtkaders gebruikt. Voor het mbo geldt sinds 1 januari 2012 het Toezichtkader BVE 2012.

Risicogericht

Eens in de drie jaar doet de Inspectie een uitgebreid onderzoek naar mbo-scholen. Tussendoor is er monitoring op afstand. Het toezicht is risicogericht. Jaarlijks worden risico’s onderzocht in het zogenoemde eerste orde toezicht. Als daar risico’s of tekortkomingen uitkomen, vindt in het zogenoemde tweede orde toezicht nader kwaliteitsonderzoek plaats. Als hieruit blijkt dat bepaalde opleidingen of examens niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen, krijgt de school een waarschuwing en dient deze verbetermaatregelen te treffen.

Na een jaar voert de Inspectie een onderzoek naar de kwaliteitsverbetering uit. Als de Inspectie na dat jaar geen verbeteringen constateert, legt de minister van OCW sancties op. Het betreft hier het intrekken van een licentie voor een opleiding of voor het afnemen van een examen.

Themaonderzoeken

Elk jaar doet de Inspectie themaonderzoeken, op eigen initiatief of op verzoek van de minister van OCW of de Tweede Kamer. Voorbeelden van thema’s zijn onderwijstijd, klachtenbehandeling en de professionele ruimte van leraren. De themaonderzoeken worden doorgaans gelijktijdig uitgevoerd met het reguliere inspectietoezicht bij een instelling. De thema’s worden jaarlijks opgenomen in de Jaarwerkplannen van de Inspectie.

Afbeelding van Geert Wammes

Geert Wammes

Beleidsadviseur