Publiek-private samenwerking

Laatst gewijzigd: 27-03-2017

Nauwe samenwerking tussen onderwijs en bedrijven in de regio kan voor beide kanten positieve gevolgen hebben. Wanneer onderwijs aansluit op de vraag vanuit beroepspraktijk en studenten kennis hebben van moderne apparatuur en software, profiteert de arbeidsmarkt hiervan. Afgestudeerden vinden sneller een baan en kunnen direct hun bijdrage in het arbeidsproces leveren, zonder dat bedrijven hen lang moeten inwerken. Meer publiek-private samenwerking is een manier om dit te bereiken.

Afbeelding van techniek
Afbeelding van Jarleon-Fotografiá, Flickr.com, CC-licentie

Regionaal Investeringsfonds

Het kabinet-Rutte II heeft met het Regionaal Investeringsfonds in totaal honderd miljoen euro beschikbaar gesteld om de publiek-private samenwerking met het mbo te stimuleren voor de periode 2014 – 2017. Een voorwaarde is dat regionale overheden en het bedrijfsleven de subsidie aanvullen met een cofinanciering. Vanuit het samenwerkingsverband kunnen mbo-scholen en bedrijven bijzondere trainingen aanbieden waar studenten de laatste technieken krijgen aangeleerd. Op die manier wil de regering de aansluiting van het onderwijs op de vraag van de arbeidsmarkt verbeteren. In 2014 en 2015 zijn al 47 publiek-private samenwerkingen gestart.

Op verzoek van de MBO Raad kunnen scholen vanaf 2017 twee keer, in plaats van één keer, in het jaar een aanvraag indienen voor het Regionaal Investeringsfonds. Zij krijgen bovendien de kans hun plan tijdens de aanvraagperiode bij te stellen. Deze maatregelen geven scholen en bedrijven meer kans in te spelen op actuele regionale ontwikkelingen.

Centra voor innovatief vakmanschap

Voor vakgebieden waar technologische ontwikkelingen snel opeenvolgen is het van belang dat onderwijs aansluit op de vraag van de arbeidsmarkt. Dit geldt onder meer voor veel beroepen in de topsectoren. Het bedrijfsleven en scholen kunnen voor deze aansluiting zorgen door bijvoorbeeld lesmateriaal te ontwikkelen, trainingen te geven aan docenten of personeel, machines en instrumenten uit te wisselen. Het Regionaal Investeringsfonds is op die manier een motor voor de vernieuwing van initieel onderwijs, maar ook voor een leven lang ontwikkelen.

De in 2011 opgerichte Centra voor Innovatief Vakmanschap zijn voorbeelden van succesvolle publiek-private samenwerking. Hier werken mbo-scholen, bedrijfsleven en (regionale) overheid nauw samen en leren studenten zich voor te bereiden op een beroepscontext met de nodige technologische uitdagingen. De centra geven vorm aan innovatieve vormen van onderwijs en opleidingen en leggen de verbinding tussen het mbo en de negen economische topsectoren.

Doelmatigheid

Het Regionaal investeringsfonds mbo heeft nog een tweede doel. De regering hoopt scholen te stimuleren tot een doelmatiger opleidingsaanbod. Daarvoor moeten zij kijken naar de spreiding van opleidingen binnen de regio en de ontwikkeling in het aantal studenten. In samenspraak met het bedrijfsleven en andere mbo-scholen, moet een school  een afweging maken tussen arbeidsmarktrelevantie en toegankelijkheid van een opleiding.

Afbeelding van Pia Deveneijns

Pia Deveneijns