‘Zwaarste regime fusietoets mbo slecht voor keuzevrijheid studenten’

17-01-2017

Als de Tweede Kamer meegaat in de plannen van het ministerie van OCW om het zwaarste regime fusietoets op de mbo-scholen van toepassing te maken, leidt dat onherroepelijk tot het verdwijnen van het mbo uit de regio. “En daarmee tot een beperking van opleidingsaanbod en dus de keuzevrijheid van studenten,” zegt Ton Heerts, voorzitter van de MBO Raad.

Afbeelding van student ROC Mondriaan

Deze week debatteert de Kamer over de fusietoets in het onderwijs. Het zwaarste regime van de fusietoets betekent dat mbo-scholen beperkt zijn voor een vergaande vorm van samenwerken. Scholen krijgen van de overheid in beginsel geen toestemming om te fuseren tenzij daar zeer zwaarwegende redenen voor zijn. De MBO Raad pleit er voor dat mbo-scholen juist alle ruimte krijgen voor vergaande verschillende samenwerkingsvormen. “Alleen zo kunnen we er voor zorgen dat het mbo de nodige opleidingen in de regio kan blijven aanbieden.”

Hardnekkig beeld

Ton Heerts: “Geen enkele andere onderwijssector valt onder dit regime. En eigenlijk is niet uitlegbaar dat er voor het mbo een uitzondering wordt gemaakt.“ In haar brief aan de Kamer schrijven minister en staatssecretaris van OCW dat hiervoor is gekozen vanwege de omvang van de scholen. “Dat is een hardnekkig beeld, dat weinig overeenkomsten heeft met de werkelijkheid. Ja, er zijn mbo-scholen die in een groot gebouw gehuisvest zijn. En deze scholen organiseren hun onderwijs kleinschalig, vergelijkbaar met scholen die hun onderwijs organiseren op afzonderlijke colleges. Beide soorten scholen hebben hetzelfde doel: studenten zich thuis laten voelen in een leeromgeving waarin het onderwijsteam een hoofdrol heeft en studenten zich gekend weten door hun docenten en instructeurs.”

De scholen leggen over de zogenoemde menselijke maat verantwoording af in hun jaarverslagen. Het mbo heeft daarnaast in de regio een belangrijke spilfunctie als gesprekspartner van het bedrijfsleven en lokale en regionale overheden. Ook voor deze samenwerkingspartners is een dekkend aanbod van mbo-opleidingen in elke regio noodzakelijk.

Samenwerkingscolleges

De komende jaren zal het aantal scholen onder druk komen te staan. Heerts: “Dat heeft als belangrijkste oorzaak het krimpende aantal jongeren. Er worden simpelweg minder kinderen geboren. En willen scholen ook in de toekomst aan deze jongeren bepaalde opleidingen in de buurt kunnen blijven bieden, dan is samenwerking noodzakelijk. In beperkte vormen via bijvoorbeeld samenwerkingsovereenkomsten op bijvoorbeeld financieel gebied. Denk maar aan gezamenlijke investeringen in innovatie of huisvesting. Of in verregaande vormen als samenwerkingscolleges. En inderdaad, een fusie moet ook mogelijk zijn. Meerdere vormen zijn dus mogelijk. Mbo-scholen moeten van Den Haag juist het vertrouwen krijgen dat zij vanuit kennis en kunde, met instemming van docenten en studenten, overtuigd kiezen voor de juiste vorm van samenwerking. Het zwaarste regime fusietoets ademt wantrouwen in scholen en ook in docenten en studenten uit. Terwijl schoolbestuurders in samenspraak met ondernemingsraden en studentenraden heel goed in zijn de nodige keuzes goed te wegen.”

Gespreid opleidingsaanbod

Als de Kamer de plannen van het zwaarste regime fusietoets voor het mbo aanneemt, heeft dat (op termijn) grote gevolgen. “Een grote opdracht aan de mbo-scholen is dat ze in de regio een gespreid opleidingsaanbod aanbieden dat past bij de vraag van de markt. We hebben met z’n allen als spelregel bepaald dat studenten dan ook iets te kiezen moeten hebben. In regio’s met verschillende aanbieders zijn er nu al scholen die echt alleen kunnen voortbestaan als ze gaan voor vergaande samenwerkingsvormen. Een verzoek tot fusie wordt altijd zorgvuldig  gedaan, daar gaat altijd een heel zorgvuldig proces met betrokkenheid van alle interne en externe belanghebbenden aan vooraf. En dat mogen we niet beschouwen als een lichtzinnig voornemen, dat moeten we serieus nemen als een weloverwogen voornemen dat keuzevrijheid voor studenten moet garanderen.”

Heerts is stellig in zijn oproep aan de politiek: “Ik doe een klemmend beroep op overheid en politiek om mbo-scholen in het belang van hun rol in de regio en in het belang van de keuzevrijheid van studenten alle ruimte te geven om samen te werken als dat nodig is. En de juiste juridische structuur daarbij te zoeken. Dat kan fusie zijn.”

Yvonne Dijkman

Juridisch beleidsadviseur