Alliantie: VNG en MBO Raad intensiveren samenwerking

22-04-2021

De regering zet, via steunpakketten en regelingen, in op het oplossen van een aantal knelpunten op de arbeidsmarkt, en op het verstevigen van de samenwerking tussen maatschappelijke partners op landelijk en regionaal niveau. De VNG en de MBO Raad zien daarin een aansporing om hun samenwerking verder te intensiveren met een alliantie.

De bestuurders van beide organisaties steunen de alliantie van harte.

Adnan Tekin, voorzitter MBO Raad: ‘Gemeenten en mbo-scholen hebben er baat bij langdurige samenwerkingsverbanden met elkaar te kunnen aangaan in plaats van steeds te moeten hoppen ‘van project naar project’ of ‘van aanbesteding naar aanbesteding’. Mbo-scholen kunnen zo veel beter bijdragen aan duurzame economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio en aan de ondersteuning van kwetsbare medeburgers met kwalitatief goed taal- en beroepsonderwijs. Daar ligt ons hart en dat kunnen we als geen ander.’

Mariska ten Heuw, lid van de VNG commissie Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie en van de VNG Taskforce economisch herstel: ‘Het versterken van het partnerschap van gemeenten met het mbo was ook voor de coronacrisis al een belangrijk speerpunt van gemeenten. Door de coronacrisis is de noodzaak van die samenwerking alleen nog maar verder versterkt. Wij zetten ons graag samen met het mbo in voor de aanpak van de crisis en het economisch herstel, maar ook voor de thema’s waar we al langer op samenwerken, zoals de toeleiding naar werk van jongeren in kwetsbare posities en een leven lang ontwikkelen.

VNG en MBO Raad hebben afgesproken om:

  • Bij de inzet op en uitwerking van relevante regelingen in te zetten op werkwijzen die gemeenten en mbo-scholen gezamenlijk optimaal in staat stellen om verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor de doelgroepen waarvoor deze regelingen zijn bedoeld. De samenwerking van gemeenten en beroepsonderwijs binnen regionale Human Capital Agenda’s versterkt het regionaal arbeidsmarktbeleid en regionaal economisch beleid.
  • In onderlinge afstemming te bewaken dat reeds bestaande knelpunten en belemmeringen voor samenwerking in de uitwerking van regelingen zo veel mogelijk worden opgelost en weggenomen en dat gebruik wordt gemaakt van reeds bestaande ervaringen en oplossingen.
  • Samen richting de formatietafel te bepleiten dat de landelijke en regionale infrastructuur die nu wordt opgebouwd niet incidenteel is, maar toekomstgericht wordt behouden en bestendigd met bijbehorende wet- en regelgeving en budgetten.

Deze gezamenlijke inzet draagt bij aan het faciliteren van de aanpak in de regio’s, met als doel het ondersteunen van kwetsbare jongeren bij de overgang van school naar werk. We zetten daarmee in op onder meer het samen aanpakken van jeugdwerkloosheid.