Minister erkent belang meer ruimte voor mbo

28-02-2017

De MBO Raad ziet de reactie van de minister van OCW op de adviezen van de SER en de Onderwijsraad over de toekomst van het beroepsonderwijs als een goed vertrekpunt om met OCW en het bedrijfsleven het mbo in de regio in positie te brengen. Met haar brief erkent de minister het belang van het mbo als sterke opleider in de regio en de ruimte die scholen nodig hebben om met innovatief onderwijs te kunnen inspelen op de behoeften van het bedrijfsleven. De MBO Raad vraagt wel aandacht voor het risico van een te stevige focus op alleen de arbeidsmarkt. De brief spreekt onder meer over jongeren sneller en op innovatieve wijze naar de arbeidsmarkt brengen, terwijl er in het publieke domein ook veel aandacht is voor te vroeg moeten kiezen waardoor jongeren meer kans lopen op verkeerd kiezen en uitval. 

Afbeelding van student van het Friesland College, Maartje Roos

Adviezen Onderwijsraad en SER

De SER en de Onderwijsraad hebben beide adviezen uitgebracht over hoe het mbo kan inspelen op een sterk veranderende arbeidsmarkt. Samen met de toekomstvisie van het mbo zelf – het manifest ‘Het mbo in 2025’ en het position paper ‘starters, herstarters en doorstarters’ (een leven lang ontwikkelen) – vormen deze adviezen een belangrijke leidraad voor het mbo en haar partners (overheid, bedrijfsleven, sociale partners) om het beroepsonderwijs toekomstbestendig te houden en waar nodig aan te passen.

De Onderwijsraad publiceerde het advies Vakmanschap voortdurend in beweging met accenten op de kwetsbare positie van bepaalde groepen mbo’ers op de arbeidsmarkt en de niet-vanzelfsprekende aandacht voor een leven lang ontwikkelen van de miljoenen mbo-opgeleide werknemers. De scholingsdeelname van middelbaar opgeleiden blijft in het kader van leven lang leren achter. De SER kwam met het advies Toekomstgericht beroepsonderwijs. De SER signaleert in dit advies dat werken en leren steeds meer verweven raken en praktijkleren steeds belangrijker wordt. Daarom is het belangrijk dat er voldoende leer-werkplekken (bbl-plekken) beschikbaar zijn.

Beide adviezen bevestigen dat er in het mbo meer ruimte moet zijn voor maatwerk en innovatie als we jongeren en werkenden willen voorbereiden voor een dynamische arbeidsmarkt. Hierbij valt op dat de Onderwijsraad en de SER drie cruciale ontwikkelingen noemen: het toenemende belang van de regio, de meerwaarde van leren in de praktijk en het belang van zelfsturing en een sterke leercultuur tijdens en na de opleiding.

De MBO Raad vraagt daarom aandacht voor voldoende tijd en ruimte voor ook de andere twee opdrachten die het mbo heeft

Belang voldoende leer-werkplekken

In haar brief doet de minister onder meer een beroep op het bedrijfsleven in de regio om met de scholen samen te werken aan voldoende mogelijkheden om de combinatie van leren en werken mogelijk te maken, ook als dat lastig is vanwege bijvoorbeeld de economische omstandigheden. De MBO Raad werkt op landelijk niveau samen met het bedrijfsleven in de samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven onder meer aan het ‘op peil houden’ van het nodige aantal bbl-plekken. In de regio realiseren de scholen met het bedrijfsleven al innovatieve trajecten voor jongeren die meer gericht zijn op opleiden in de echte praktijk. De oproep van de minister is daarbij een steun in de rug.
De aandacht die er in de brief ook is voor het hoger onderwijs onderstreept het onderscheid dat er dient te zijn tussen voorbereidend (beroeps)onderwijs (vo en vmbo) en beroepsonderwijs (mbo en hbo).

Laat jongeren niet te vroeg kiezen

Tegelijk focust de minister in haar brief wat de MBO Raad betreft te nadrukkelijk op het generiek mogelijk maken van verkorte trajecten voor vmbo’ers en havisten. Voor sommige jongeren die goed weten wat ze willen kan zo’n verkort traject zinvol zijn en kan maatwerk een oplossing bieden. Verreweg de meeste jongeren zijn echter gebaat bij een scholingstraject dat voldoende tijd biedt voor ook persoonlijke ontwikkeling. Niet ‘snel de arbeidsmarkt op’ moet het credo zijn, maar voldoende toegerust om op zowel de arbeidsmarkt als in de maatschappij succesvol te kunnen starten. De MBO Raad vraagt daarom aandacht voor voldoende tijd en ruimte voor ook de andere twee opdrachten die het mbo heeft: opleiden voor succesvol kunnen deelnemen aan de samenleving en door kunnen leren aan een vervolgopleiding, zowel in als buiten het mbo. In het mbo wordt zo de basis gelegd voor een leven lang ontwikkelen.

Marije Hulsbosch

Marije Hulsbosch-Sizoo

Manager In- & Externe Communicatie / woordvoerder
06 - 5027 2673