Sectorraden uiten zorgen bij Eerste Kamer over opzet lerarenregister

09-02-2017

Er is nog te weinig draagvlak onder docenten voor het lerarenregister. Bovendien sluit het wetsvoorstel lerarenregister onvoldoende aan op de schoolcontext, levert het administratieve lasten op voor scholen en zijn er vraagtekens te plaatsen bij de arbeidsrechtelijke consequenties van niet-herregistratie. Deze zorgen uiten de PO-Raad, VO-raad en MBO Raad in hun brief aan de Eerste Kamer. De senaat behandelt het wetsvoorstel op 14 februari.

De sectorraden staan positief tegenover een lerarenregister dat een systematisch bekwaamheidsonderhoud door docenten tot doel heeft, maar zijn kritisch over het wetsvoorstel dat nu in de Eerste Kamer ligt. De zorgen van de raden hebben betrekking op vier punten.

Afbeelding van studenten op ROC Rivor

Beperkt draagvlak onder docenten

Allereerst kaarten de drie sectororganisaties het belang van voldoende draagvlak en enthousiasme van de beroepsgroep voor een lerarenregister aan. Uit cijfers van het kabinet blijkt echter dat slechts veertien procent van de docenten zich vrijwillig heeft geregistreerd. Een petitie van Leraren in Actie tegen het register is daarnaast inmiddels ruim 26.500 maal ondertekend. Het ontbreken van draagvlak en het overwegend negatieve sentiment in het veld zorgen volgens de sectororganisaties voor een groot risico voor een succesvolle implementatie van het lerarenregister.

Aansluiting bij schoolcontext

Het risico geldt niet alleen voor docenten zelf, maar ook voor schoolbesturen, die de consequenties dragen van het in dienst hebben van niet-geregistreerde docenten. De professionalisering van docenten is een essentieel element van het onderwijs- en personeelsbeleid van schoolbesturen, maar deze verantwoordelijkheid heeft geen vertaling gekregen in de verschillende onderdelen van het wetsvoorstel. Met de huidige bepalingen en regels kunnen schoolbesturen in onvoldoende mate een bijdrage leveren aan het slagen van het lerarenregister. De PO-Raad, VO-raad en MBO Raad roepen de politiek daarom op om bij de inrichting van de implementatiefase eerst in te zetten op de verhoging van de betrokkenheid van scholen en besturen bij het lerarenregister.

Gegevenslevering

Een ander punt van zorg dat met de aansluiting op de schoolcontext verband houdt, is de levering van basisgegevens voor het register door schoolbesturen. De regering geeft aan dit proces zo eenvoudig mogelijk te willen maken, maar de administratieve lasten voor scholen zullen hoe dan ook toenemen, zo blijkt uit de voorlopige conclusies van de impactanalyses die recentelijk zijn uitgevoerd. Deze analyses wijzen daarnaast uit dat het inmiddels onhaalbaar is om een volledige levering op 1 augustus 2017 klaar te hebben. Daarom pleiten De PO-Raad, VO-raad en MBO Raad er dan ook voor om een eventuele invoeringsdatum op te schuiven tot ten minste 1 augustus 2018.

Arbeidsrechtelijke consequenties van niet-herregistratie

Tot slot zetten de sectororganisaties vraagtekens bij de arbeidsrechtelijke gevolgen van niet-herregistratie. In zowel het wetsvoorstel zelf als in de antwoorden op de vragen van de Eerste Kamer stelt de regering dat het aan sociale partners is om afspraken te maken over deze arbeidsrechtelijke gevolgen van niet-herregistratie. Maar de PO-Raad, VO-raad en MBO Raad maken zich zorgen over de juridische haalbaarheid hiervan. ‘Het niet-herregistreren’ is namelijk geen grond waarop een arbeidsovereenkomst kan worden opgezegd of ontbonden. De organisaties pleiten daarom voor het uitvoeren van een juridische toets op dit punt, voordat de Eerste Kamer een besluit neemt over het wetsvoorstel.

Marije Hulsbosch

Marije Hulsbosch-Sizoo

Manager In- & Externe Communicatie / woordvoerder
06 - 5027 2673
Afbeelding van Nathan Soomer

Nathan Soomer

Beleidsadviseur Werkgeverszaken, Bedrijfsvoering & Bekostiging (WBB)