Welbevinden studenten en docenten onder druk wijst onderzoek uit

29-10-2020

Het mbo maakte razendsnel de omschakeling van fysiek naar online onderwijs tijdens de lock down van maart tot en met juni. Maar het welbevinden van studenten en docenten heeft in die periode te lijden gehad. Studenten misten de interactie van fysiek onderwijs en praktijklessen en docenten misten het contact met collega’s. Toch zagen beide groepen ook lichtpuntjes tijdens de lock down. 60% van de studenten waardeerde de flexibiliteit die online onderwijs biedt. Alle docenten zien door online onderwijs meer mogelijkheden voor differentiatie en maatwerk. Deze voordelen komen tot hun recht in de voorkeur van docenten en studenten voor blended onderwijs: een mix van online en fysiek onderwijs. Dat wijst het onderzoek ‘Wat leert het mbo van de coronaperiode?’ uit van onderzoeksbureau Turner.

In opdracht van 14 mbo-scholen, hogeschool HAS en de Radboud Universiteit onderzocht Turner wat scholen van de lock down van maart tot en met juni 2020 geleerd hebben en wat zij daaruit meenemen om hun onderwijs in de toekomst vorm te geven. Aan het onderzoek namen 2.430 studenten en 2.606 medewerkers deel. Door de grote respons op de mbo-scholen die bestonden uit 11 roc’s, 2 vakscholen en 1 aoc, kunnen de conclusies uit het onderzoek gezien worden als valide van het hele mbo. De deelnemende studenten en medewerkers deelden hun ervaringen tijdens de coronaperiode op het gebied van didactiek, wendbaarheid van de organisatie, de sociale functie van onderwijs en toetsing & roostering.

Missen van interactie en sociale contacten

Dit onderzoek laat zien dat onderwijs een belangrijke sociale functie heeft. 60% van de studenten misten het sociale contact met medestudenten en de interactie met docenten. Met name tijdens het praktijkonderwijs. Studenten hebben ook het gevoel dat de kwaliteit van het onderwijs minder is omdat ze bijvoorbeeld geen vragen kunnen stellen tijdens de les. Docenten merkten dat door online onderwijs de betrokkenheid van studenten minder werd. Docenten maakten op hun beurt veel meer uren door de overstap naar online lesgeven, maar misten hierin het contact met collega’s. 45% van de docenten geeft aan het gevoel minder verbinding te hebben met collega’s.

Oege de Jong, lid van het college van bestuur van MBO Rijnland dat deelnam aan dit onderzoek herkent dit. “De implementatie van online onderwijs ging heel snel, maar nu we weer een aantal maanden verder zijn, moeten we kijken hoe we docenten en studenten meer lucht kunnen geven. De werkdruk is hoog. We moeten docenten en ook studenten helpen om vaardiger te worden in het geven en volgen van online onderwijs.”

Ervaring met online onderwijs borgen

“We willen de ervaringen die we nu opdoen met online onderwijs ook borgen zodat we in de toekomst echt blended learning kunnen aanbieden,” zegt John van der Vegt, voorzitter college van bestuur van ROC van Twente dat ook deelneemt aan het onderzoek.

Voor studenten maken docenten het verschil. Studenten die aangeven zich veel meer dan voorheen gehoord en gezien te voelen door hun docenten, geven ook aan gemiddeld meer tevreden te zijn over de verschillende ingezette onderwijsvormen. Er bestaat dus een verband tussen de mate waarin studenten tevreden zijn over onderwijs op afstand en de manier waarop ze de communicatie met hun docenten ervaren.

Persoonlijk contact en verbinding is dus belangrijk voor het succes van onderwijs op afstand. De docent maakt echt het verschil, zo blijkt maar weer.De mbo-scholen hebben het rapport van Turner aangeboden aan de voorzitter van de MBO Raad, Adnan Tekin. Hij zal het onderzoek met alle mbo-scholen delen. De bedoeling is dat de aanbevelingen meegenomen worden in de doorontwikkeling van het mbo tijdens en na de coronacrisis.