Onderwijsraad-advies vraagt om herwaardering sociale waarde school

09-06-2020

“Eén ding staat vast: een terugkeer naar het onderwijs zoals het was voor maart 2020, lijkt onwaarschijnlijk. Maar laten we met elkaar waken voor een al te makkelijke overstap naar alles digitaal, waarbij we alleen nog het hoogst noodzakelijke op school doen. Zeker in het mbo neemt praktijkleren een belangrijke plaats in. Dat gebeurt in bedrijven, maar ook op school. Scholen hebben daarnaast een enorm belangrijke sociale functie, waar we zuinig op moeten zijn.” Frank van Hout, reageert hiermee op het advies van de Onderwijsraad 'Vooruitzien voor jonge generaties' dat vandaag verscheen. Het advies betreft alle onderwijssectoren en gaat in op hoe de gevolgen van de coronacrisis voor het onderwijs op langere termijn te ondervangen zijn.

De Onderwijsraad schrijft dat het onderwijs door de coronacrisis aan de vooravond staat van een lange periode met sterke dynamiek, grote onvoorspelbaarheid en talrijke onzekerheden. Daarom moet de overheid topprioriteit geven aan vergroting van de crisisbestendigheid van ons onderwijssysteem. De overheid krijgt daarom het advies mee om voor de lange termijn een beleids- en investeringsagenda te maken die juist daarop focust. Van Hout: “Wat ons betreft gaat de betrokkenheid van de overheid voor het maken van zo’n lange termijnvisie voor het mbo verder dan alleen die van het ministerie van OCW. Ook de ministeries van SZW en EZ zijn voor ons belangrijke partners, met oog op de waarde van het mbo voor het sociaal domein, voor een leven lang ontwikkelen en voor Nederland in economisch en sociaal opzicht.” 

Sociale waarde school

Wat de MBO Raad betreft toont de coronacrisis ondubbelzinnig aan dat overheid en onderwijs buiten bestaande systemen moeten durven denken. “En de afgelopen maanden bewijzen dat dit kan. Het crisisoverleg met het ministerie van OCW heeft ons veel opgeleverd in de zin van flexibel en in gezamenlijkheid mee durven bewegen met de gebeurtenissen.” Tegelijk schuilt daar ook een gevaar. Van Hout waarschuwt daar nadrukkelijk voor: “Met veel kunst- en vliegwerk hebben we met elkaar de afgelopen maanden mogelijk gemaakt dat onderwijs kon doorgaan, heel praktisch op afstand waar dat kon en op locatie waar dat niet anders kon. Maar daarmee hebben we niet een nieuwe norm neer gezet voor de toekomst: alles online en alleen nog op school wat moet.”

Eerder al gaf de MBO Raad aan vanuit sociaal en didactisch perspectief vraagtekens te zetten bij het gemak waarmee afstandsonderwijs wordt omarmd als makkelijke oplossing voor allerhande vraagstukken. “Terwijl het echte vraagstuk is hoe we in goede en slechte tijden onderwijs kunnen blijven bieden dat in de eerste plaats de student maximaal bedient. Laten we daarbij zeker ook voor ogen blijven houden dat een school ook een heel belangrijke kernwaarde vervult in een samenleving. Als plaats waar je echt samenkomt om kennis te halen en ook om je studiegenoten en je vrienden en vriendinnen te ontmoeten. Om als werknemers je collega’s te zien en samen te werken. Om als volwassenen je kennis bij te spijkeren en een leven lang te ontwikkelen. Als nieuwkomer in te burgeren en een vak te gaan leren. De sociale impact van de crisis is enorm. We merken aan de studenten en aan de docenten dat ze snakken naar weer gewoon op school, met elkaar, naar persoonlijk contact.” 

Roze olifanten

De school heeft ook een spilfunctie in de aanpak van vraagstukken die de Onderwijsraad als focus meegeeft in het advies. “Door de coronacrisis zijn kwetsbare kinderen en jongeren extra geraakt. Juist de school is ook voor hen een belangrijk vangnet.  En de conclusies van de Onderwijsraad zijn niet mis. Kinderen en jongeren uit kansarme milieus raken nu vaak verder achterop door het niet hebben van voldoende digitale middelen, een goede plek in huis om te leren. Ze missen vaak ook de nodige ondersteuning door ouders. Alle hens aan dek dus om ook deze groep centraal te blijven stellen en te faciliteren waar nodig.” 

De impact van de crisis is niet alleen in sociaal opzicht groot, ook de effecten op de arbeidsmarkt zijn enorm. De onderwijsraad wijst ook op het risico dat we lopen doordat we de afgelopen jaren steeds meer in bedrijven op zijn gaan leiden. Dat houdt ons natuurlijk bezig. We weten dat dat qua leeropbrengsten, motivatie en actualiteit van de opleiding grote voordelen heeft. Maar we worden nu geconfronteerd met de keerzijde: bieden onze schoolgebouwen nog een volwaardig alternatief als het leren in bedrijven, bijvoorbeeld ten gevolge van deze crisis, voor kortere of langere tijd geen optie is?”

Daarnaast blijkt de wendbaarheid van studenten een nog concreter vraagstuk. “We zullen met het bedrijfsleven samen goed moeten kijken naar de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. Waarbij we ook roze olifanten in de kamer moeten durven benoemen. Worden studenten te kwetsbaar als ze te specialistisch worden opgeleid? Is breder gaan opleiden verstandiger om studenten wendbaarder te maken als ze te maken krijgen met zulke grote veranderingen? En een leven lang ontwikkelen: we vragen van de overheid om daar nu echt stappen in te zetten zodat iedereen zich kan blijven ontwikkelen en kansen creëert op de arbeidsmarkt.”