Goed bestuur

Laatst gewijzigd: 27-06-2017

Bij het bestuur van een mbo-school heeft het college van bestuur een aansturende rol en de raad van toezicht een controlerende rol. Zo werken zij samen aan de realisatie van de beleidsdoelstellingen met de daarvoor beschikbare middelen. Voor het vertrouwen in een mbo-school is het van belang hierover op een transparante wijze te communiceren en verantwoording af te leggen.

Stuurwiel
Afbeelding van Ed Jeavons, Flickr.com, CC-licentie

Wetgeving

Voor het mbo geldt sinds 1 april 2009 de Wijzigingen  van de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake colleges van bestuur en raden van toezicht. Deze wet regelt dat alle mbo-scholen een raad van toezicht moeten hebben en legt de wettelijke bevoegdheden daarvan vast. De wet regelt ook dat het college van bestuur formeel het bevoegd gezag van de mbo-school is.

De wet schrijft voor dat er een branchecode voor goed bestuur in het mbo moet zijn en dat de mbo-scholen zich in hun jaarverslag moeten verantwoorden over de omgang met deze code. De branchecode 'Goed bestuur in het mbo' is wettelijk als deze branchecode aangewezen.

Branchecode goed bestuur in het mbo

Op 1 augustus 2014 is de nieuwe Branchecode goed bestuur in het mbo in werking getreden. Deze code bevat principes en uitgangspunten, verantwoordelijkheden van colleges van bestuur, aanbevelingen aan raden van toezicht en verenigingsafspraken over monitoring, evaluatie, handhaving en klachten. De verantwoordelijkheden van colleges van bestuur gelden als lidmaatschapseisen voor aansluiting bij de MBO Raad.

De code voorziet in een interne handhaving binnen de vereniging (als het gaat om de lidmaatschapseisen) en een klachtenprocedure voor in- en externe belanghebbenden (instanties en personen) die menen dat mbo-scholen zich niet aan de code houden en zich daardoor in hun belang of positie getroffen voelen. Deze belanghebbenden kunnen terecht bij de klachtencommissie Goed Bestuur MBO.

Over het starten van opleidingen buiten de eigen regio door mbo-scholen is in de vereniging nader gesproken. Dit houdt verband met verantwoordelijkheden van colleges van bestuur voor een goede samenwerking met andere leden van de vereniging. Deze zijn op bladzijde 10 van de branchecode onder de nummers 17, 18 en 19 genoemd. De leden hebben een nadere toelichting op nummer 17 vastgesteld. Dit is geen formele aanvulling op de code in de zin van een extra lidmaatschapseis, maar een aanbeveling aan de leden.

Monitoringscommissie

De MBO Raad heeft een onafhankelijke commissie ingesteld om de naleving van de Branchecode goed bestuur in het mbo (in werking sinds 1 augustus 2014) te monitoren en evalueren. De monitoring gebeurt eens in de twee jaar. De commissie brengt over de monitoring en evaluatie verslag uit aan het bestuur van de MBO Raad.

Yvonne Dijkman

Juridisch adviseur
Kennisgebieden: professioneel statuut, medezeggenschap personeel, de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB), bestuurlijke verhoudingen (WNT).