Mbo-scholen

Laatst gewijzigd: 14-04-2016

Mbo-opleidingen variëren enorm in grootte en indeling. De grote opleidingen zijn vaak over meerdere locaties verspreid, terwijl de kleinere mbo-scholen meer gecentreerd de studies verzorgen. De grotere mbo-scholen bieden kleinschalig onderwijs aan door verschillende met elkaar samenhangende opleidingen te clusteren op eigen locaties. Voor alle mbo-opleidingen geldt dat de docenten in een relatief klein team gezamenlijk het onderwijs verzorgen met aandacht voor de individuele student.

Agrarische opleidingscentra en vakscholen hebben gemiddeld 2.000 studenten, bij roc’s kan dat aantal tot 20.000 studenten oplopen. Vaak zijn de opleidingen van roc’s per branche op verschillende locaties gevestigd om persoonlijk contact tussen studenten en docenten te bevorderen. Deze wijze van organiseren zorgt voor een kleinschalige opzet en een meer persoonlijke sfeer voor zowel studenten als medewerkers.

Verschillende mbo-scholen

  • Regionale opleidingencentra (roc's) bieden een heel breed pakket van opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. Roc’s bieden opleidingen in de sectoren techniek, zorg en welzijn en economie en bereiden studenten voor op een groot aantal beroepen. De kracht van een roc ligt deels in de combinatie van beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. Opleidingen bij een roc leiden op tot mbo-niveau, maar ook met het doel van breed maatschappelijk functioneren en sociale redzaamheid.  
  • Agrarische opleidingscentra (aoc's) verzorgen de opleidingen op het gebied van voeding, natuur en milieu. Deze zogeheten 'groene opleidingen' hebben vaak een afdeling vmbo en nauwe banden met het hoger agrarisch onderwijs.
  • Vakscholen richten zich op het opleidingsaanbod voor één beroepenveld binnen één sector uit het middelbaar beroepsonderwijs zoals de scheepvaart, de grafische- en designsector of de voedingsindustrie. * De groep overige mbo-scholen bestaat uit een school voor auditief gehandicapten.