Voortijdige schoolverlaters

Laatst gewijzigd: 28-02-2017

In Nederland verlaten relatief weinig jongeren het onderwijs zonder diploma. In 2002 telde het onderwijs nog zo'n 70.000 voortijdige schoolverlaters (vsv'ers) en dit liep sindsdien terug tot 26.000 jongeren in 2014. De regering wil hun aantal verder terugdringen tot onder de 25.000 per jaar. Jongeren met diploma maken immers meer kans om goed te functioneren in de maatschappij, zowel op de arbeidsmarkt als in de samenleving.

Onder voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) vallen jongeren van 12 tot 23 jaar die het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of een diploma op mbo-2 niveau of hoger.

Afbeelding van weglopende jongen
Afbeelding van Giuseppe Milo, Flickr.com, CC-licentie

Aanpak schooluitval

De oorzaken voor schooluitval zijn divers en de overheid probeert dan ook op verschillende manieren het aantal voortijdige schoolverlaters terug te dringen. Kinderen van vijf tot zestien jaar zijn allereerst gehouden aan de leerplicht. Voor jongeren van zestien tot achttien jaar geldt sinds 2007 de kwalificatieplicht: zij moeten voltijdonderwijs volgen tot zij een startkwalificatie hebben.

Daarnaast stelt de regering per jaar 110 miljoen euro beschikbaar om het aantal voortijdige schoolverlaters terug te dringen, als onderdeel van de kwaliteitsafspraken mbo. Door maatwerk te leveren krijgen jongeren de hulp die zij nodig hebben.

Het beleid richt zich zowel op het school- als bovenschoolniveau. In het eerste geval gaat het over de vraag wat docenten, decanen en leerlingenbegeleiders kunnen doen om te voorkomen dat jongeren niet langer naar school gaan. Dit krijgt vorm in diverse projecten. Zo brengt in Eindhoven het PSV jongerenteam maandelijks een bezoek aan een middelbare school om met jongeren te praten over persoonlijke problemen en het belang van een diploma.

Op bovenschoolsniveau vindt samenwerking plaats tussen scholen, gemeenten en het bedrijfsleven. In Amsterdam en Rotterdam heeft de gemeente de scholen geholpen met de opzet van Plusvoorzieningen. Hiermee kunnen jongeren met problemen met de juiste zorg en begeleiding op weg worden geholpen naar het reguliere onderwijs of de arbeidsmarkt.

MBO Raad: stimuleren van regionale samenwerking

Afbeelding van diploma
Afbeelding van gadgetdude, Flickr.com, CC-licentie

De VO-Raad en MBO Raad stimuleren samenwerking tussen middelbare- en mbo-scholen om het aantal vsv’ers terug te dringen. Leerlingen die dreigen uit te vallen, kunnen bijvoorbeeld hun diploma halen in het volwassenenonderwijs (Vavo). Daarnaast helpt de introductie van het ervaringscertificaat (Evc) jongeren zonder diploma aan een betere positie op de arbeidsmarkt.

In 2014 startten experimenten met een doorlopende leerlijn tussen vmbo-mbo2 in de vorm van vakmanschaproutes en technologieroutes. Daarbij integreren middelbare scholen een mbo-opleiding in de bovenbouw van het vmbo. De nieuwe leerlijn moet de doorstroom in het onderwijs vergemakkelijken en maakt dus het mbo voor studenten aantrekkelijker. Vanaf het schooljaar 2016-2017 worden de experimenten uitgebreid.

Afbeelding van Heleen Beurskens

Heleen Beurskens

Beleidsadviseur