‘Geef omscholers als Eric Corton de ruimte, we hebben ze keihard nodig’

23 februari 2024 12:00

Eric Corton (55) besloot na het overlijden van zijn vader een mbo-opleiding tot helpende in de zorg te gaan doen. De schrijver, muzikant en radio- en tv-presentator dacht snel aan het bed te staan, maar dat viel vies tegen. Net als zijn 16-jarige studiegenoten moest ook Corton eerst de verplichte algemeen vormende vakken (avo) burgerschap, Nederland en rekenen volgen, ondanks zijn vwo-diploma en bakken aan levens- en werkervaring. MBO Raad voorzitter Adnan Tekin snapt de frustratie van Corton en breekt een lans voor meer maatwerk en het aanbieden van avo-vakken in de beroepscontext.

Graag sta ik stil bij een actueel onderwerp dat mij persoonlijk raakt: de uitdagingen en kansen voor zij-instromers in het mbo. Dit naar aanleiding van het televisieprogramma Sophie & Jeroen, waar Eric Corton, bekend radiomaker, onlangs aanschoof. Hij had besloten om na het overlijden van zijn vader iets te doen voor de ouderenzorg. Corton volgt nu een mbo-opleiding tot helpende in de zorg, maar gaf aan zich te storen aan het feit dat hij als 55-jarige zij-instromer met een vwo-diploma en een heel werkzaam leven achter de rug, exact dezelfde opleiding moet volgen als zijn 16-jarige studiegenoten die vaak net van de middelbare school komen.

Frustratie

Onderdeel van zijn opleiding is een verplicht examen Nederlands en rekenen, waar Corton, zo zei hij zelf, onder toeziend oog van een examinator met rekenmachine en geodriehoek dingen moet gaan berekenen die hij bij het wassen, aankleden, eten geven en naar het toilet brengen echt niet nodig heeft. De frustratie was duidelijk zichtbaar bij Corton en de andere tafelgasten. Een directeur van een zorgorganisatie gaf aan dat zij het liefste zou zien dat mensen op basis van levenservaring vrijstellingen voor opleidingen zouden moeten krijgen. Een goedbedoelde oplossing, maar in de dagelijkse praktijk moeilijk uit te voeren. Als voorzitter van de MBO Raad snap ik de emoties echter heel goed. De uitzending en een eerdere ingezonden brief van Corton in De Volkskrant hebben mij aan het denken gezet.

Voormalig politieagent

Het voorbeeld van Corton staat namelijk niet op zichzelf. Zo trof ik bij een bijeenkomst eens een voormalig politieagent die zich dolgraag wilde laten omscholen tot technicus. Deze student vond het verbazingwekkend dat hij, met zijn achtergrond, lessen burgerschap moest volgen. Ook ik vond het moeilijk om hem uit te leggen waarom hij dat moest doen, hoe belangrijk dit vak ook is voor het gros van onze studenten.

Ingewikkeldere samenleving

Burgerschap, Nederlands en rekenen zijn onderdeel van zogenoemde algemeen vormende (avo) vakken. Die zijn enorm belangrijk, juist omdat onze studenten op het mbo niet alleen een vak leren, maar zich ook moeten voorbereiden op het ‘burger zijn in een steeds ingewikkeldere samenleving’. Een bbl-opleiding is een leertraject waarbij de nadruk ligt op ontwikkeling in de praktijk. Studenten gaan een dag in de week naar school, waar dan voornamelijk aandacht is voor deze algemeen vormende vakken.

Belang van burgerschap

Uiteraard ligt dan het gevaar op de loer om zo min mogelijk tijd en energie aan bijvoorbeeld burgerschap te besteden, mede omdat bbl-studenten over het algemeen wat ouder zijn en goed weten hoe de samenleving in elkaar steekt. Natuurlijk zit daar een kern van waarheid in. Tegelijkertijd hoor ik juist van bbl-studenten dat zij deze vakken als erg waardevol ervaren. Zeker bij bbl-opleidingen is het belangrijk om je bewust te worden van je beroepshouding en je positie in de samenleving. Ook nadenken over hoe jouw denkbeelden zich verhouden tot de omgang met collega’s en klanten zijn direct van invloed op het succesvol afronden van je opleiding.

Vrijstellingen

Maar het zijn vooral de drempels waar we onze ogen niet voor moeten sluiten. Ik keer even terug naar de situatie van Corton: op dit moment is er ruimte om vrijstellingen te krijgen bij delen van een mbo-opleiding. Dit geldt met name voor mensen die na 2013 een havo of vwo-diploma hebben behaald, maar niet voor havisten en vwo’ers die vóór 2013 de middelbare school hebben afgerond. Dat komt omdat er na die tijd afspraken zijn gemaakt over op welk niveau geëxamineerd wordt. Daarmee kan je vergelijkingen maken met iets dat minstens hetzelfde niveau heeft. In praktijk betekent dit dat onze scholen het vak Nederlands aan zouden moeten bieden aan een vijftigjarige Neerlandicus die zich om zou willen scholen tot automonteur. Dat voelt natuurlijk scheef.

Ruimte voor maatwerk

Daarom zou er in de wetgeving meer ruimte moeten komen voor maatwerk. Voor een schoolverlater kan het heel nuttig zijn om te leren solliciteren, terwijl een oudere werknemer uit de techniek misschien meer heeft te leren bij het maken van een rapportage. Maatwerk is vooral nodig om geen talent verloren te laten gaan en mensen als Corton een passende opleiding te bieden. In een tijd van enorme krapte op de arbeidsmarkt kunnen we het ons niet veroorloven dat omscholers door (te) starre regelgeving niet aan een opleiding beginnen.

Beroepscontext

Verder denk ik dat het goed is om de avo-vakken nog meer in de beroepscontext aan te bieden. Ook hier is soepele wetgeving voor nodig. In praktijk zal dit betekenen dat een apotheekassistente bij het vak Nederlands leert hoe ze duidelijk een recept uitschrijft, terwijl een juridisch medewerker bij het vak burgerschap meer leert over de gevolgen van celstraffen bij geweldincidenten. Deze aanpak past ook bij de veelzijdigheid van het mbo. Laten we omscholers als Eric Corton de ruimte gunnen om op een passende manier een opleiding te volgen. Kom mbo-scholen tegemoet zodat zij maatwerk aan kunnen bieden. Tot slot wens ik hem persoonlijk veel succes in de zorg, we hebben helden als Eric keihard nodig!