‘Overheid zelf medeverantwoordelijk voor oplossen tekorten op arbeidsmarkt’

12-11-2017

Ton Heerts, voorzitter MBO Raad, meldt zich bij deur Trêveszaal

Ongekend grote tekorten aan vakmensen in alle sectoren hebben één ding gemeen: de overheid zelf is medeverantwoordelijk voor die tekorten én voor de oplossing ervan. Dat zegt Ton Heerts, voorzitter van de MBO Raad. “De werkgelegenheid in publieke sectoren staat of valt met politieke beslissingen. Die in commerciële sectoren beweegt meer mee met de economie. Dat we door de economische crisis te weinig mensen hebben kunnen opleiden, haalt nu bijna elke dag het nieuws.” Heerts meldt zich namens de mbo-scholen daarom nadrukkelijk bij de door premier Rutte aangegeven ruime kier van de deur van de Trêveszaal: “Met vijf concrete oproepen aan overheid en bedrijfsleven die duurzame scholing mogelijk moeten maken. We kunnen en moeten met elkaar ons menselijk kapitaal beter waarderen en benutten. Het is onaanvaardbaar dat we nog uitkeringen moeten verstrekken terwijl de banen en de mbo scholen er zijn. 1 miljoen vacatures, ongekend. Actie is NU nodig.”

Afbeelding van studenten op het Friesland College, Maartje Roos
Afbeelding van Friesland College, Maartje Roos

1. Meer jongeren naar het mbo, met regelmaat bijscholen door combinatie van Werk en Leren

De zorg vraagt om 120.000 mensen. Defensie, politie en onderwijs door uitbreiding en vervanging om enkele tienduizenden. Met de techniek, bouw, horeca en transport erbij hebben we het al snel over een vraag naar 300.000 tot 400.000 medewerkers. Een mbo-diploma stuwt de kans op werk richting 100%. Heerts: “Maar de komende jaren zal het aantal jongeren in het mbo dalen. Door demografische krimp en de enorme maatschappelijke druk op jongeren om het havo en dan het hbo te proberen. Ook als de keuze voor het vmbo en dan het mbo aantoonbaar beter is. Gelijke kansen is niet hetzelfde als ‘iedereen moet een hbo-diploma of hoger’. Het is dus belangrijk dat de overheid jongeren motiveert om na het voortgezet onderwijs te kiezen voor het mbo als dat beter bij hen en hun talenten past en de meeste kansen biedt. “Het mbo is gewoon retegoed. En als we het mbo verloren laten gaan, hebben we straks wel een ‘next level’ maar ‘no people’.”

2. Terugdraaien bezuiniging van 183 miljoen op het onderwijs

“De overheid moet het onderwijs nóg meer zien als een langdurige investering. Een beroepsbevolking die zich gesteund weet in scholing, in werk, in een leven lang ontwikkelen, blijft gemotiveerd om de mouwen op te stropen en aan de slag te blijven.” Een bezuiniging van 183 miljoen opleggen aan het hele onderwijs vindt Heerts dan ook het verkeerde signaal. “Dan zeg je eigenlijk: het onderwijs is een kostenpost. Dat is ook niet uit te leggen aan alle besturen en werknemers in het onderwijs die zich elke dag uit de naad werken voor de beroepsbevolking en samenleving van morgen. Die bezuiniging moet dus teruggedraaid worden.”

Scholing gebeurt steeds meer in de bedrijven, bedrijven worden steeds meer scholen
Voorzitter MBO Raad
Ton Heerts

3. Samenhang in regelgeving en maatregelen

“Het kabinet komt met teveel nieuwe losse maatregelen voor en opdrachten aan het mbo. Bestuurders en docenten worden daar gek van. Dus overheid: vraag je af of het allemaal echt nodig is en houd het uitvoerbaar. Een groot onderzoek naar tegenstrijdige regels voor studenten, docenten en scholen is daarom nodig.”

Ook moet de overheid realistisch blijven in de verwachtingen die het heeft van het mbo als de vraag wijzigt. “Het mbo is geen mbo.com, vandaag besteld is morgen in huis, en moet dat ook niet worden. Het mbo kan best flexibeler, maar dat vraagt van de overheid steun aan scholen om met het bedrijfsleven knelpunten op te lossen. Scholing gebeurt steeds meer in de bedrijven, bedrijven worden steeds meer scholen. Landelijke kaders ja, maar meer ruimte voor scholen in de regio  en in de sectoren om zelf opleidingen vorm te geven die beter aansluiten op de vraag. Dat maakt het voor scholen en bedrijven gemakkelijker maar ook voor volwassenen voor regelmatige bijscholing naar het niveau dat past en nodig is.” De Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) waarin het mbo met het bedrijfsleven samenwerkt is hiervoor hét platform.”

4. Ruimte voor leven lang ontwikkelen en een nationaal akkoord

De overheid moet ruim baan geven aan een leven lang ontwikkelen voor mbo-geschoolden en mensen zonder startkwalificatie . “Uit recent onderzoek van onder meer de SER blijkt dat juist zij steun moeten krijgen voor bij- en omscholing. Door dat als overheid nadrukkelijk te faciliteren maak je het voor mensen aantrekkelijk om actief te kiezen voor tekortsectoren. Dat krijgt in het regeerakkoord onvoldoende aandacht. Het is onbestaanbaar en onverantwoordelijk dat er onvoldoende middelen worden vrijgemaakt om mensen de kans te bieden zich om of bij te scholen. Hier moet een nationaal programma voor komen, met regionale en sectorale uitwerking. We zouden nu met UWV en gemeenten werklozen kunnen omscholen en dus veel beter perspectief kunnen bieden. De scholen zijn er klaar voor! Als het nu niet lukt, dan lukt het nooit. Geld naar multinationals is één, maar niet ten koste van de basis van onze economie en samenleving. En bedrijven zullen hun winsten niet alleen ten goede moeten laten komen aan aandeelhouders, maar ook aan het echte kapitaal in de bedrijven; de werkenden.”

Over vwo en universiteit mag je gemiddeld 12 jaar doen. Het vmbo en mbo moet in ongeveer 7 jaar. Oneerlijk en onjuist op de lange termijn
Voorzitter MBO Raad
Ton Heerts

5. Ruimte voor kwetsbare jongeren, opleiding en educatie voor nieuwkomers door mbo

“We leiden jongeren op voor een beroep, voor een vervolgopleiding en voor goed burgerschap. Daarnaast is het mbo de emancipator voor kwetsbare groepen jongeren die om welke reden dan ook niet goed mee kunnen in de ‘rat race’ naar de arbeidsmarkt. We moeten jongeren niet zo snel mogelijk de arbeidsmarkt op willen jagen. Over vwo en universiteit mag je gemiddeld 12 jaar doen. Het vmbo en mbo moet in ongeveer 7 jaar. Oneerlijk en onjuist op de lange termijn. Geef ze de ruimte, helemaal de jongeren die meer nodig hebben om hun weg te vinden. Een warme hand op de schouder, voldoende tijd en aandacht en begeleiding, betaalt zich later uit in mee kunnen komen, in eigen onderhoud kunnen voorzien.”

Recent onderzoek van de KBA uit Nijmegen toonde aan dat er nog 150.000 jongvolwassenen thuis zitten. “Die willen we in samenwerking met de gemeentes, ondersteunt door provincies en het rijk, terugbrengen naar de arbeidsmarkt. Daarnaast wil het mbo er zijn voor nieuwkomers en wil zij vol inzetten op educatie voor volwassenen. Velen brengen enorme talenten met zich en zullen de mogelijkheid moeten hebben om bijvoorbeeld iets langer over het beheersen van de Nederlandse taal te mogen doen. Mensen zijn geen maakbaar arbeidsmarktproduct, geen robots. Ze zijn van vlees en bloed en willen meedoen.”

Marije Hulsbosch

Marije Hulsbosch-Sizoo

Manager In- & Externe Communicatie / woordvoerder
06 - 5027 2673