Benchmark 2019: sector financieel gezond met goede basis voor de toekomst

13-01-2021

De MBO Raad heeft de Benchmark mbo 2019 gepresenteerd aan de Vaste Kamercommissie Onderwijs van de Tweede Kamer. Dit jaar nemen voor het eerst alle 60 mbo-scholen deel aan het onderdeel financiën van de mbo-benchmark. Een mijlpaal waarmee de sector een unieke prestatie levert. In deze benchmark zien we nog niet de effecten van COVID-19. In een volgende benchmark zal zichtbaar worden wat de financiële effecten zullen zijn van COVID-19 op de sector.

De sector is over het algemeen financieel gezond, al zijn er grote verschillen tussen scholen. De solvabiliteit, rentabiliteit en liquiditeit van de sector zijn op orde en vormen een goede basis voor de toekomst. Scholen moeten zich wel voorbereiden op een verwachte daling van het aantal studenten. Het is daarom van belang om te zorgen voor flexibiliteit in de kostenstructuur om op tijd in te spelen op deze ontwikkeling. In een sector waar een zeer groot deel van het beschikbare geld wordt ingezet voor personeel en huisvesting vraagt dit om een aanpassing van enkele jaren.   

1 fte op 12 studenten

Nieuw in de benchmark is het aantal gewogen studenten per fte onderwijzend en direct onderwijsondersteunend personeel. Dit nieuwe kengetal is een betere graadmeter voor het aantal studenten per fte. Dit kengetal ontwikkelt zich gunstig. In 2019 is de inzet 1 fte per 12 studenten, waar dit in 2018 nog 1 fte per 12,3 studenten bedroeg.

Studiesucces daalt licht in 2019

Ruim zeven op de tien studenten verlaat de mbo-school met een diploma en een duurzame kwalificatie voor de arbeidsmarkt. Dit wordt ook wel het studiesucces genoemd. Het betekent ook dat 29,5 procent van de studenten de mbo-school heeft verlaten zonder diploma. Een deel van hen (8,1%) studeert in 2019 verder in het mbo. Zowel het aandeel mbo-verlaters als het aandeel switchers zijn in 2019 licht toegenomen. Daar staat tegenover dat studenten gemiddeld op een hoger niveau worden geplaatst (passende plaatsing) en ook gemiddeld met een hogere kwalificatie de school verlaten met een diploma (kwalificatiewinst).