Daling voortijdig schoolverlaters zet nog door

20-10-2016

Dankzij de inspanningen van mbo-scholen en gemeenten is het aantal voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) opnieuw licht gedaald. Dit blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) vandaag publiceert. In 2015 verlieten circa 21.000 mbo-studenten voortijdig van school, een jaar eerder waren dit er nog 22.600. Tussen het studiejaar 2004/’05 en 2014/’15 is de voortijdige schooluitval uit het mbo afgenomen van 10,8% naar 5,4% van de studenten. Toch hebben mbo-scholen ook zorgen over de uitval in de toekomst.

Afbeelding van cijfers voortijdig schoolverlaters CBS
Afbeelding van cijfers voortijdig schoolverlaters CBS. De grafiek schetst de afname in het voortijdig schoolverlaters als percentage van de gehele onderwijssector (mbo en vo).

Vsv’ers zijn jongeren van 12 tot 23 jaar die het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of een diploma op mbo 2-niveau of hoger. Het kabinet wilde het aantal vsv’ers voor dit jaar terugbrengen tot maximaal 25.000 in het gehele onderwijs. Deze doelstelling is bijna gehaald: met de cijfers van het vo meegerekend telde Nederland in 2015 circa 26.000 vsv’ers.

Mix van problemen

Achter voortijdig schoolverlaten kan een scala aan problemen schuil gaan. Er zijn jongeren die zich zonder een goede intake inschrijven voor een opleiding en dan gedesillusioneerd dreigen af te haken omdat de opleiding tegenvalt. Of ze hebben geen goed beeld van het beroep waarvoor ze worden opgeleid. Of ze zijn door een mix van persoonlijke problemen onvoldoende in staat een opleiding te volgen. Daarom richt het beleid zich zowel op het school- als bovenschoolniveau. In het eerste geval gaat het om de inzet docenten, decanen en studentbegeleiders: wat kunnen zij doen om te voorkomen dat jongeren uitvallen. Op het bovenschoolniveau vindt samenwerking plaats tussen scholen, gemeenten en het bedrijfsleven om voortijdig schoolverlaters in beeld te krijgen en weer naar school te helpen.

De mbo-scholen doen er binnen hun mogelijkheden alles aan om jongeren met maatwerk te ondersteunen en naar een startkwalificatie te leiden. Het is daarom goed nieuws dat de daling van het aantal vsv’ers doorzet. Tegelijkertijd waarschuwt de MBO Raad voor al te veel optimisme. Uiteindelijk blijft er altijd een groep jongeren over die hoe dan ook niet naar school wil of kan.

Toelatingsrecht

Daarnaast kan de onlangs aangenomen wet Toelatingsrecht het aantal vsv’ers weer doen stijgen. Scholen zijn succesvol in de aanpak van het voorkomen van vsv met onder meer goede ombuig- en intakegesprekken. Zo helpen ze aanstaande studenten een bewuste keuze te maken voor een opleiding die het beste past bij hun talenten en kwaliteiten en de meeste kansen biedt op de arbeidsmarkt. De uiteindelijke keuze is niet zelden een andere (en betere) dan de student zelf in eerste instantie in gedachten had.

De wet toelatingsrecht verplicht scholen per 1 augustus 2017 studenten aan te nemen in de opleiding van hun eerste keuze. Dit kan gevolgen hebben voor vsv. Scholen vrezen dat door de wet en het daardoor buitenspel zetten van een goede intake, het aantal studenten dat gedesillusioneerd afhaakt de komende jaren weer kan stijgen omdat hun keuze toch niet de juiste blijkt te zijn.

Ook de recente veranderingen in het mbo om kortere, efficiëntere onderwijsprogramma’s (van 4 naar 3 jaar) te realiseren kan invloed hebben op vsv: jongeren moeten meer doen in kortere tijd en dat zorgt voor druk.

Marije Hulsbosch

Marije Hulsbosch-Sizoo

Manager In- & Externe Communicatie / woordvoerder
06 - 5027 2673