Open brief: Laten we trots zijn op ons beroepsonderwijs!

26-10-2018

We zijn trots en we staan voor de kracht van het beroepsonderwijs: de hoge kwaliteit komt onder meer tot stand door de inzet van al die bekwame docenten en instructeurs die elke dag weer hun kennis en kunde delen met bijna 500.000 mbo-studenten.

Martin Slagter stelt in zijn bijdrage van 25 oktober in de Volkskrant dat in geen enkele andere onderwijssector zoveel onbevoegde docenten voor de klas staan als in het mbo. En dat dit van invloed zou zijn op het imago van dit prachtige beroepsonderwijs. Laat ik voorop stellen dat het natuurlijk een groot goed is dat iedereen in dit land vrij kan filosoferen over allerhande onderwerpen, waaronder het mbo. Ons prachtige beroepsonderwijs staat, zoals Slagter juist stelt, de laatste tijd volop in de belangstelling. Daar mogen we trots op zijn: mbo’ers, samen bijna de helft van onze beroepsbevolking, zijn de ruggengraat van onze maatschappij en samenleving. Niet voor niets benoemde de Koning in zijn toespraak bij de nationale opening van het mbo-jaar die trots.

Beroepsgericht aanbod

De belangstelling kent vele schakeringen en dat is ook goed: dat geeft kleur op de wangen. Het is daarbij wel van belang te waken dat er geen waarheden worden geboren die onjuist zijn, en bijdragen aan een verkeerd beeld van het mbo. Laten we uitgaan van de feiten (evidence based). In het mbo bestaat de term ‘bevoegd voor een vak’ niet, en met een duidelijke reden. Net als het hbo biedt het mbo beroepsonderwijs: de school heeft de (wettelijke) opdracht een opleiding beroepsgericht aan te bieden. En dat is een andere opdracht dan het voortgezet onderwijs, dat algemene vorming biedt. Ons beroepsonderwijs kenmerkt zich door dynamiek: door lessen in diverse groepssamenstellingen, op de werkvloer, in een theorielokaal, gegeven door docenten en instructeurs die beroepskennis delen. We zijn trots op de zij-instromers uit het bedrijfsleven die in het mbo les willen komen geven en dan ook hun Pedagogisch Didactisch Getuigschrift halen. Dat ze overigens niet krijgen van een bestuurder zoals Slagter beweert: ze volgen een scholingstraject van ongeveer 1,5 jaar, aan het hbo.

Algemene vorming

Dan naar algemene vorming. Ja, in de lessen komen óók algemene vormingsaccenten aan bod. Van bijvoorbeeld burgerschapsvorming tot juist gebruik van taal en rekenen. De scheiding tussen algemene vorming en beroepskennis oogt voor niet-kenners wellicht wat fluïde. Maar laten we niet vergeten dat algemene vorming als het goed is al ruimschoots aan bod is geweest op het voortgezet onderwijs; daar heeft elke naar het beroepsonderwijs (mbo of hbo) overstappende leerling immers als bewijs een diploma van.

Bekwame docenten en instructeurs

En wellicht zit daar ook het knelpunt: dat het mbo nog te vaak verward wordt met algemeen vormend onderwijs. Mensen, laten we daar nu eens mee ophouden. Ons mbo is beroepsonderwijs, van aantoonbaar goede kwaliteit, en internationaal zeer hoog aangeschreven. We leiden jongeren op voor een beroep, voor succesvol deelnemen aan onze samenleving en voor een leven lang ontwikkelen. We leveren goede vakmensen af, waar het bedrijfsleven aantoonbaar tevreden over is. We bieden een werkomgeving waar werknemers aantoonbaar tevreden over zijn. En onze studenten zijn aantoonbaar tevreden over hun school- en leeromgeving. We sluiten de ogen niet voor verbeterpunten: suggesties die hout snijden zijn meer dan welkom. Tegelijk zijn we ook trots en gaan we staan voor de kracht van het beroepsonderwijs: de hoge kwaliteit komt onder meer tot stand door de inzet van al die bekwame docenten en instructeurs die elke dag weer hun kennis en kunde delen met bijna 500.000 mbo-studenten.

 

Ton Heerts, voorzitter MBO Raad