Eén loongebouw en cao po/vo/mbo niet wenselijk

04-07-2019

De MBO Raad ziet de reactie van de ministers Van Engelshoven en Slob op het advies Ruim baan voor leraren van de Onderwijsraad als een startpunt voor een breed onderwijsoverleg. Eén voorstel uit het advies is wat de vereniging betreft niet wenselijk: één loongebouw in een gezamenlijke cao po, vo en mbo. Hoewel dit de mobiliteit tussen onderwijssectoren zou kunnen bevorderen, werkt het belemmerend voor de mobiliteit met en naar het bedrijfsleven. En juist hieraan is in het mbo grote behoefte: veel docenten en instructeurs zijn afkomstig uit of staan nog met 1 been in de beroepspraktijk. Goed beroepsonderwijs voor onze studenten vergt nauwe samenwerking en uitwisseling met de beroepspraktijk. Uniformiteit gaat ten koste van maatwerk. Onze ambitie is meer arbeidsvoorwaarden op maat en dit staat haaks op het advies.

Met ‘Ruim baan voor leraren’ (2018) adviseert de Onderwijsraad het ministerie van OCW over de opleidings- en arbeidsstructuur in het onderwijs. Het bepleit onder meer ruimere onderwijsbevoegdheden voor leraren. In hun beleidsreactie kondigen de ministers aan dat ze aan de slag gaan met een integrale herziening van het bevoegdhedenstelsel over alle onderwijssectoren (po, vo, mbo) heen. Eind 2020 moet het ontwerp hiervan klaar zijn. Belangrijke uitgangspunten zijn het stapelen van bevoegdheden waardoor het loopbaan- en ontwikkelperspectief van leraren verruimd wordt, en verduurzaming van zij-instroom door onder andere erkenning en validering van eerder verworven competenties. Daarnaast roepen de ministers sociale partners “indringend” op om in intersectoraal verband te spreken over harmonisering van de huidige functie- en loongebouwen.

Standpunt MBO Raad

De MBO Raad wil nadrukkelijk betrokken worden bij de uitwerking van de herziening van het bevoegdhedenstelsel en ziet dan ook uit naar het brede onderwijsoverleg dat daarover zal plaatsvinden. Voor het mbo zullen nadere voorstellen moeten leiden tot meer flexibiliteit en ruimte voor het mbo. Belangrijk daarbij is dat, zoals we in een eerste reactie op het advies van de Onderwijsraad al hebben aangegeven, de huidige bevoegdheid van werkgevers om de geschiktheid van nieuwe docenten te bepalen in stand blijft.

Mobiliteit tussen onderwijs en bedrijfsleven

Ook over het advies om te komen tot één loongebouw en één cao heeft de MBO Raad eerder een duidelijk standpunt ingenomen: door het vormen van één cao gaat voor het mbo de zo nodige ruimte verloren om sectorspecifieke arbeidsvoorwaarden te creëren. Het mbo leunt voor het kunnen opleiden van de vakmensen van de toekomst stevig op het bedrijfsleven voor de noodzakelijke vakkennis. Veel docenten en instructeurs zijn afkomstig  uit het bedrijfsleven of werken in zowel het bedrijfsleven als het onderwijs. Als mbo-sector willen we meer mobiliteit van docenten en instructeurs kunnen realiseren en dan vooral met het bedrijfsleven en niet zozeer tussen onderwijssectoren onderling. Het bevoegdhedenstelsel en de arbeidsvoorwaarden in het mbo moeten er daarom in de eerste plaats op gericht zijn mobiliteit en uitwisseling met het bedrijfsleven te ondersteunen en te bevorderen.

Marije Hulsbosch

Marije Hulsbosch-Sizoo

Manager In- & Externe Communicatie / woordvoerder
06 - 5027 2673