Benchmark mbo 2020: Scholen bereiden zich voor op krimp

09-11-2021

De MBO Raad heeft dinsdag 9 november de 16e Benchmark mbo 2020 gepresenteerd aan de Vaste Kamercommissie OCW. Deze benchmark geeft sectorinformatie over prestaties van de mbo-scholen en is een breed en algemeen beeld van de sector. Voor deze benchmark deden 59 van de in totaal 60 mbo-scholen mee.

De benchmark biedt scholen strategische informatie doordat zij hun eigen prestaties kunnen spiegelen aan die van collega-scholen en van de totale sector. In deze 16e benchmark worden de financiële prestaties van de mbo-scholen en het studiesucces van de studenten getoetst.

Financiële positie van scholen verbeterd

Over het geheel genomen is de sector financieel gezond. De financiële positie van scholen is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast is het aandeel van het budget dat naar direct onderwijspersoneel ging, in 2020 gestegen. De solvabiliteit, rentabiliteit en liquiditeit van de sector zijn bij de meeste mbo-scholen ruim voldoende en zorgen voor een financieel gezonde voortzetting van het onderwijs. Deze financiële positie biedt scholen ruimte voor (incidentele) investeringen in kwaliteit bij een vanaf 2021 te verwachten kleiner aantal studenten.

Voorbereiden op krimp

De sector bereidt zich voor op de verwachte daling van het aantal studenten in het mbo. Nu al zijn er scholen in krimpgebieden waarbij de studentenpopulatie met 25% is afgenomen. Daartegenover zijn er scholen die nog altijd een groei in de studentenpopulatie laten zien. Het is voor de sector van belang te zorgen dat zowel groei als krimp op een adequate wijze kan worden opgevangen zonder verlies aan kwaliteit en/of het aanbod in de regio.

COVID dreiging zorgt in de komende jaren voor financiële schommelingen

In 2020 zijn door de rijksoverheid incidenteel extra middelen voor de sector beschikbaar gesteld voor het wegwerken van achterstanden door de gevolgen van de COVID-19 pandemie. Deze extra middelen droegen in 2020 bij aan de verhoging van de rentabiliteit. De sector verwacht voor het wegwerken van de opgelopen studieachterstanden nog tot en met 2023 extra inspanningen te leveren. Hiervoor zijn door het ministerie van OCW ook in 2021 en 2022 incidentele middelen toegezegd. Deze middelen zijn geoormerkt en bedoeld voor specifieke doelen. Naar verwachting zullen niet alle mbo-scholen slagen om de middelen gericht in te zetten in dezelfde jaren dat de NPO-gelden zijn ontvangen. .

Studiesucces toegenomen

In 2020 is het studiesucces na enkele jaren van daling, vrij fors toegenomen, met 2,5 procentpunt tot 73 procent. Dat betekent dat in 2020 aanzienlijk meer studenten het mbo hebben verlaten met een diploma dan in 2019. Deze stijging heeft zich in het overgrote deel van de mbo-scholen en in vrijwel alle opleidingsvarianten en studentcategorieën voorgedaan. De stijging wordt dus niet veroorzaakt door een kleine groep scholen of door specifieke studentcategorieën of opleidingen.

Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd waarin is nagegaan of en hoe de coronapandemie van invloed is geweest op onder meer de uitval en de studieduur. Daaruit kwam naar voren dat in het schooljaar 2019/2020, vergeleken met een jaar eerder:

  • minder studenten de school verlieten / studenten langer in het onderwijs bleven;
  • even veel diploma’s werden behaald;
  • minder studenten zonder diploma uitvielen;
  • meer studenten studievertraging hebben opgelopen.

Welk effect de coronacrisis in meerjarenperspectief betekent voor studiesucces zal de komende jaren zichtbaar worden.