Mbo-sector staat er stevig voor

01-12-2016

Mbo-scholen zijn over het algemeen financieel gezond. Dit stelt de sector in staat aan de financiële verplichtingen te voldoen en te investeren in onder meer verdere verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.

Afbeelding van Elfde benchmark middelbaar beroepsonderwijs - financieel
Afbeelding van Elfde benchmark middelbaar beroepsonderwijs

Ook op het gebied van studiesucces doen de scholen het goed.  Dat is tussen 2014 en 2015 voor alle studentcategorieën (naar geslacht, leeftijd, etniciteit en vooropleiding) en vrijwel alle opleidingsvarianten (naar opleidingsniveau, sector en leerweg) gestegen. Dat blijkt uit de bouwstenen Financiën en Studiesucces van de elfde Benchmark mbo, over verslagjaar 2015, die Ton Heerts, Frank van Hout (Friesland College), Oege de Jong (ID College) en Frans Veringa (Hout- en Meubileringscollege) presenteerden aan de voorzitter en leden van de Vaste Kamercommissie OCW.

Met de Benchmark mbo laat de sector zien hoe de mbo-scholen hun budget besteden (financiële prestaties), hoeveel deelnemers het mbo gediplomeerd verlaten (studiesucces), wat de deelnemers vinden van het onderwijs (deelnemersoordeel) en hoe werknemers over hun werkgever denken (medewerkerstevredenheid). De benchmark verschaft feitelijk inzicht in waar het mbo staat en biedt scholen strategische informatie doordat zij hun eigen prestaties kunnen spiegelen aan die van collega-scholen en de totale sector.

Positief financieel resultaat

Met een positief financieel resultaat van 4,1% over 2015 behaalt de sector het hoogste resultaat in vier jaar. Daarbij moet worden bedacht dat pas laat in 2015 duidelijk werd hoe hoog het bedrag aan extra (kwaliteits)middelen en enkele andere subsidies zou zijn. De scholen hebben deze bedragen in 2015 dus slechts gedeeltelijk kunnen besteden, bovendien maken ze onderdeel uit van meerjarige plannen. In 2015 hebben zeven scholen (10,9%) verlies gemaakt, waarvan drie scholen twee of meer jaar achter elkaar.

Lange- en kortetermijnverplichtingen

Met een solvabiliteit (mogelijkheid te voldoen aan langetermijnverplichtingen) van 53,7% in 2015, ten opzichte van 52,5% in 2014, is de sector voldoende in staat tegenslagen op te vangen.  De gemiddelde liquiditeit (mogelijkheid te voldoen aan kortetermijnverplichtingen) is licht gestegen van 1,4 naar 1,5%. Daarmee is de sector gemiddeld in staat aan de kortlopende verplichtingen te voldoen. Er zijn echter ook vijftien scholen met een liquiditeit die lager is dan de grens van 0,7 die de financiële sector veelal hanteert als minimum voor het verstrekken van leningen.

MBO Raad-voorzitter Ton Heerts bood de elfde benchmark op 30 november aan de Vaste Kamercommissie aan
MBO Raad-voorzitter Ton Heerts overhandigt de elfde benchmark van het mbo aan de voorzitter en leden van de Vaste Kamercommissie OCW

Kosten

De sector besteedt ook in 2015 meer middelen aan het primair proces. Het aandeel personeelskosten binnen de totale kosten is verder gestegen en daarbinnen ook het aandeel kosten voor het onderwijzend en direct onderwijsondersteunend personeel (van 82,6% naar 83,1%). De formatie onderwijzend en direct onderwijsondersteunend personeel is met 11,8% gegroeid. Nieuw personeel is relatief laat in 2015 aangenomen en heeft de personeelslasten derhalve gedeeltelijk belast. In 2016 zal deze toename de personeelskosten het volledige jaar belasten.

Het aandeel fte indirect onderwijsondersteunend personeel en het aandeel kosten van directie en management (overhead) zijn opnieuw afgenomen. De huisvestigingslasten per vierkante meter zijn gestegen van € 120 naar € 125. De ICT-kosten zijn nauwelijks gewijzigd.

Daling studentenaantallen

Het aantal studenten is in 2015 met 1,73% gedaald ten opzichte van 2014. Ook daalde voor het eerst het aantal studenten waarop de bekostiging van het mbo is gebaseerd, en wel met 1,03%.
Door de toename van het aantal fte onderwijzend en direct onderwijsondersteunend personeel in combinatie met de afname van het aantal studenten is er meer personeel per student beschikbaar.

Studiesucces stijgt wederom

Sinds 2008 is het jaarresultaat in het mbo met ruim 10%gestegen. Van 2014 op 2015 nam het jaarresultaat toe van 73,4 tot 74,2%. De sterkste stijging heeft zich vanaf 2012 voorgedaan voor mbo-instromers die ongediplomeerd instromen. Ook op de indicatoren diplomaresultaat, succes van eerstejaars studenten en diploma na 4 jaar laat de sector een stijging zien. Wel zijn er aanzienlijke verschillen tussen scholen zichtbaar.

De indicatoren ‘diploma binnen nominale opleidingsduur’ en ‘kwalificatiewinst’ laten tussen 2012 en 2015 een geleidelijke stijging zien. De indicator ‘opstroom na diploma’ blijft stabiel op 32 à 33%

Afname doorstroom hbo

Opvallend is de forse afname in doorstroom van mbo naar hbo in studiejaar 2014/2015. Hiervoor zijn diverse verklaringen denkbaar, die op dit moment onderwerp van analyse en gesprek zijn tussen het mbo en het hbo op zowel landelijk als regionaal niveau. Te denken valt aan: inhoudelijke aansluiting, aantrekkende conjunctuur waardoor het voor een mbo-student wellicht aantrekkelijker is te gaan werken in plaats van studeren, voorzichtigheid aan de kant van studenten na de introductie van het sociaal leenstelsel.

Marije Hulsbosch

Marije Hulsbosch-Sizoo

Manager In- & Externe Communicatie / woordvoerder
06 - 5027 2673
Afbeelding Nihat Yilmaz

Nihat Yilmaz

Beleidsadviseur