Minister benadrukt belang vrije toegang tot scholing

18-05-2016

Iedere volwassen Nederlander moet zijn eigen loopbaan kunnen vormgeven, zonder te hoeven denken of hij/zij de kosten voor extra scholing kan betalen. Dit stelt minister Asscher (SWZ) in zijn brief over de uitwerking van drie moties die de Tweede Kamer in februari heeft aangenomen in het debat over Leven Lang Leren.

De wens van de minister sluit aan bij de vijf oproepen van de MBO Raad aan de politiek. Het mbo maakt zich zorgen over de groeiende onderklasse van (half of laag) opgeleide werknemers, (gedwongen) zelfstandigen zonder personeel en werklozen in de leeftijdscategorie tussen de 20-30 jaar met een diploma op hooguit mbo-niveau 1 of 2. De mbo-scholen beschouwen het als hun taak om deze doelgroep via een combinatie van leren en werken naar een hoger diploma te brengen.

Studenten - Friesland College, Maartje Roos
Studenten op het Friesland College, afbeelding van Maartje Roos

Motie Nationaal scholingsfonds

Momenteel onderzoekt Asscher of een nationaal scholingsfonds voor alle werkenden een geschikt ‘generiek instrument’ is om werkenden toegang tot scholing te geven. Voor de minister staat het doel - de vrije toegang tot scholing – voorop. Een nationaal scholingsfonds of een scholingspremie zijn middelen die daaraan kunnen bijdragen.

Motie evenredige deelname aan scholingstrajecten

Asscher onderneemt drie acties die moeten leiden tot deelname van jongeren én ouderen op de arbeidsmarkt aan scholingstrajecten.

1.    Voor de groepen die nu achterblijven met deelname aan scholingstrajecten kiest de minister voor extra maatregelen zoals scholingsvouchers voor alle leeftijden, de Brug WW en persoonlijke begeleiding van werklozen.
2.    Er komen aanvullende afspraken om een sluitend vangnet te bieden voor jongeren zonder startkwalificatie. De regering maakt deze afspraken met onder andere de betrokkenen bij het actieplan Aanpak Jeugdwerkloosheid.
3.    Het actieplan om de werkloosheid onder 50-plussers aan te pakken moet de arbeidsmarktpositie van ouderen te versterken. De minister stuurt in het voorjaar dit actieplan naar de Tweede Kamer.

‘Experiment met vraagfinanciering in het mbo is zeer complex’

Ook minister Bussemaker bracht de Tweede Kamer in een brief op de hoogte over de uitvoering van de moties Leven Lang Leren op het beleidsterrein van OCW. Zij schrijft dat de invoering van vraagfinanciering om een leven lang leren te versterken, invloed heeft op het gehele mbo-stelsel. Daarom is het belangrijk om alle implicaties van een experiment hiermee goed in kaart te brengen.

De minister heeft overleg gevoerd met de MBO Raad, NRTO en VNO-NCW. Deze gesprekken hebben haar overtuigd dat een eventueel experiment met vraagfinanciering zeer complex is. De minister zal een verkenningscommissie instellen waarvoor zij vertegenwoordigers van de MBO Raad, VNO-NCW en de NRTO uitnodigt. Op basis van het advies van de commissie wil de minister een kader voor een mogelijk experiment opzetten.

Motie Erkenning Verworven Competenties

PvdA en VVD verzochten Bussemaker in een motie om een betere afstemming tussen de Onderwijsinspectie, EVC-aanbieders en scholen of universiteiten. Momenteel leidt een erkenning verworven competenties nog niet altijd tot vrijstellingen voor een vak of onderwijstraject.  

De minister wijst in dit verband op het Servicepunt Examinering dat scholen sinds januari 2016 twee jaar ondersteunt bij de erkenning van leer- en werkresultaten. Bussemaker verzoekt het Servicepunt Examinering, de Onderwijsinspectie te onderzoeken welke afspraken gemaakt kunnen worden om de onderlinge afstemming te verbeteren en hierbij de EVC-aanbieders te betrekken.