Kwetsbare positie van jongvolwassenen

03-05-2016

“Breng laagopgeleide volwassenen naar een hoger niveau,” luidde de oproep van Jan van Zijl tijdens zijn afscheid van de MBO Raad aan de politiek. Dit is hard nodig, blijkt uit het onderzoek ‘Perspectief 23- plus' van KBA (Selle van der Woude, Ton Eimers en Erik Keppels). In Nederland hebben circa 140.000 23- tot 27-jarigen (’23-plussers’) geen werk of opleiding. Zorgen gaan in het bijzonder uit naar de 23-plussers zonder startkwalificatie. Van hen heeft twee op de drie kortere of langere tijd een uitkering. Een op de drie is niet in beeld bij gemeenten of UWV.

Rapport Perspectief 23-Plus

In de strategische visiegroep Leven Lang Leren van de MBO Raad denken een aantal mbo-bestuurders na over maatregelen om deze 23-plussers – zonder werk en zonder opleiding - weer aan het werk én aan het leren te krijgen.

Opeenstapeling van problemen

Voor een deel gaat het om 23-plussers die vanuit het praktijkonderwijs of het vmbo direct aan het werk zijn gegaan. Tijdens de economische crisis raakten deze jongeren werkloos. Zij willen nu alsnog een mbo-diploma behalen, maar vinden bijvoorbeeld geen leerwerkplek en kunnen om die reden niet aan een bbl-opleiding beginnen. Tegelijkertijd is er ook een groep 23-plussers die niet werkelijk gemotiveerd is een mbo-opleiding te gaan volgen of die al snel afhaakt. Zij zien vooral veel bezwaren en belemmeringen. Het betreft jongvolwassenen met een opeenstapeling van problemen die vaak al langere tijd spelen, zoals psychische problematiek, fikse schulden of problemen in de thuissituatie.

In opdracht van het programma Leren & Werken zijn de problematiek van deze 23-plussers en de oplossingen in een aantal regio’s (Rijnmond, Twente, Friesland en Eindhoven) nader onderzocht. Er is onder andere gezocht naar een antwoord op de volgende vragen:
1.    Wat is het perspectief van deze 23-plussers op het volgen van een mbo-opleiding?
2.    Welke factoren belemmeren en bevorderen de instroom in het mbo?
3.    Is het mbo voor al deze 23-plussers de beste oplossing?

Het onderzoek maakt duidelijk dat de belemmeringen divers en veelal stevig zijn én dat verschillende partijen invloed uitoefenen: de jongvolwassenen zelf, de mbo-opleidingen, werkgevers en gemeenten. Hoewel landelijke wet- en regelgeving het kader bepalen, is vooral de regionale situatie bepalend voor de kans op instroom.

Gezamenlijke inspanningen nodig

Extra en gezamenlijke inspanningen zijn nodig om deze 23-plussers meer perspectief te bieden. Het onderzoek verschaft inzicht in de kansen die er liggen om een deel van deze 23-plussers meer perspectief op een mbo-opleiding te bieden. Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat een deel van deze 23-plussers meer geholpen is met een alternatief scholingsaanbod. Ook lijken er kansen te liggen in betere individuele ondersteuning en een meer preventieve aanpak.