Stand van zaken Ons Onderwijs2032

06-04-2016

In januari dit jaar publiceerde het Platform Onderwijs2032 het eindadvies over de toekomst van het Nederlandse funderend onderwijs. Inmiddels hebben zowel de Tweede Kamer als lerarenorganisaties hierop gereageerd. Wat is de stand van zaken? Vier vragen over Ons Onderwijs2032.

Ons Onderwijs2032

Hoe is het advies van het Platform Onderwijs2032 tot stand gekomen?

Professor Paul Schnabel heeft eind 2014 van staatssecretaris Dekker de opdracht gekregen de toekomst van het funderend onderwijs in kaart te brengen. Via een maatschappelijke dialoog heeft het Platform Onderwijs2032 input verzameld. Daarnaast heeft de OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development) een aantal achtergrondpublicaties samengesteld. Op 23 januari 2016 heeft de commissie haar eindadvies aan de staatssecretaris aangeboden.

Wat staat er in het advies?

De commissie van het Platform Onderwijs2032 stelt voor terug te gaan naar een beperkter ‘kerncurriculum’ in het voortgezet onderwijs. Dit creëert ruimte voor maatwerk in de vorm van een keuzedeel. Kern is meer van minder en meer aandacht voor persoonsvorming zodat de 18-jarigen van straks ‘vaardig, waardig en aardig’ zijn. Dit betekent: eerder beginnen met Engels, basiskennis of essentie van computertechnologie, ‘computational thinking’, informatievaardigheden en mediawijsheid en burgerschap. Ook bepleit de commissie de introductie van domeingebieden voor ‘Taal en cultuur’, ‘Mens en maatschappij’ en ‘Natuur en technologie’. Na de onderbouw legt de leerling zich toe op één van deze domeinen. De staatssecretaris wil een ontwerpteam instellen dat zich gaat buigen over een nieuw curriculum voor het basis- en voortgezet onderwijs.

Hoe wordt er gereageerd op het advies?

Vanaf het eerst begin waren de reacties op het plan van de plan verdeeld. Vanaf het eerst begin waren de reacties op het plan van de plan verdeeld. In maart trokken vijf lerarenorganisaties, waaronder AOb en Beter Onderwijs Nederland, hun steun voor de plannen van het Platform Onderwijs2032 in. Zij vonden de onderbouwing onvoldoende. Daarna heeft het initiatief Onderwijs 2032 vorige maand in de Tweede Kamer behoorlijk averij opgelopen. Een motie om eerst eens te beoordelen of het plan wel Dijsselbloem-proof is, haalde het niet. Dat gold ook voor een motie helemaal te stoppen met het Platform Onderwijs2032. Andere moties, om de lerarenopleiding en de kleuterfase in de analyse te betrekken, haalden wél een meerderheid. In de media is de teneur nu aarzelend over het ‘flexibele onderwijs dat flexibele mensen moet opleveren’ (Volkskrant).

Wat is het standpunt van de MBO Raad?

De MBO Raad onderschrijft het belang van responsief onderwijs. Om ervoor te zorgen dat jongeren een positieve bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van de maatschappij en arbeidsmarkt van de toekomst en daarin ook een plek kunnen verwerven, hebben ze specifieke vaardigheden nodig. Het advies bevat hiervoor voorstellen, maar een goede onderbouwing voor de genoemde vakken en vaardigheden ontbreekt.

Het terugbrengen van het kerncurriculum vindt de MBO Raad risicovol. Voor het ontwikkelen van vakoverstijgende vaardigheden en het leren kritisch denken is een bepaalde basis nodig. Er worden geen argumenten of bewijzen aangevoerd waaruit blijkt dat het voorgestelde kerncurriculum die minimale basis afdekt.

Ten slotte gaan de voorstellen volgens de MBO Raad sterk uit van de ideale, gemotiveerde en bovendien creatieve leerling. Ook daarin moeten jongeren nog groeien en daarvoor is maatwerk nodig. Voordat de staatssecretaris met specifieke uitwerkingsgroepen start, raadt de MBO Raad het ministerie van OCW aan nog eens goed het gesprek te voeren met de onderwijssectoren aan wie het voortgezet onderwijs levert. Het mbo is één van die partijen. Dat gesprek bevordert bij voorbaat de kwaliteit van de uitwerking en leidt tot meer maatwerk. Het mbo denkt via de website mbo 2025 ook al na over het onderwijs van de toekomst. Op die manier wil het studenten goed voorbereiden op een dynamische arbeidsmarkt en een complexe samenleving.